<description /> <item> <guid isPermaLink="false">https://nos.nl/artikel/2192656-zaak-rond-auteursrechten-selfie-van-aap-past-in-trend.html</guid> <link>http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/zaak-rond-auteursrechten-selfie-van-aap-past-in-trend/</link> <category>Overige artikelen</category> <title>Zaak rond auteursrechten selfie van aap past in trend Het doel lijkt bizar: een makaak-aap eigenaar maken van foto&#039;s die hij zelf had genomen met de camera van een natuurfotograaf. Maar volgens Janneke Vink, deskundige op het gebied van dierenrecht, steekt er meer achter de rechtszaak over &#039;selfie-aap&#039; Naruto. nos Fri, 15 Sep 2017 16:26:15 +0200 <p>Het doel lijkt bizar: een makaak-aap eigenaar maken van foto's die hij zelf had genomen met de camera van een natuurfotograaf. Maar volgens Janneke Vink, deskundige op het gebied van dierenrecht, steekt er meer achter de rechtszaak over 'selfie-aap' Naruto.</p> <p>De jarenlange juridische strijd was aangespannen door de dierenrechtenorganisatie PETA. "Het lijkt erop dat die de rechter probeerde te verleiden deze makaak impliciet te erkennen als rechtspersoon", zegt de promovendus aan de Universiteit Leiden. Het zou een juridische aardverschuiving veroorzaken. Want een rechtspersoon mag je niet zonder oordeel van een rechter zomaar tegen zijn wil gevangen houden.</p> <p>Het resultaat was minder baanbrekend:&nbsp;<a href="https://nos.nl/artikel/2192540-deal-tussen-peta-en-maker-apenselfie.html">een schikking</a>. Natuurfotograaf David Slater doneert een kwart van de toekomstige opbrengsten van de foto's aan liefdadigheidsprojecten voor de bedreigde apensoort in Indonesi&euml;. Aap Naruto vist achter het net voor de auteursrechten.</p> <h2 class="block_title ">Weinig sympathie</h2> <p>Vink denkt dat het niet de meest strategische zaak was om dierenrechten mee af te dwingen. Een aap die al twintig jaar zit opgesloten, kan volgens haar op meer steun rekenen. Maar Naruto leeft vrij in de jungle van Indonesi&euml;. "Dit kan zo ongeveer op de minste sympathie rekenen van het publiek. Dierenrechtenorganisatie PETA is er zelfs nog goed vanaf gekomen: ze hebben wel die 25 procent binnengehaald."</p> <p>PETA zegt dat de rechtszaak een discussie heeft aangezwengeld. "Naruto's zaak laat zien dat de strijd om dierenrechten diep geworteld is in ons rechtssysteem",&nbsp;<a href="https://www.peta.org/blog/settlement-reached-monkey-selfie-case-broke-new-ground-animal-rights/">staat op de website</a>.</p> <h2 class="block_title ">Chimpansees en olifanten</h2> <p>Volgens Vink is de zaak onderdeel van een bredere trend om dierenrechten af te dwingen via de rechter. Het Amerikaans/Britse rechtssysteem biedt namelijk voldoende handvatten voor deze juridische strijd. Vink verwijst naar het Nonhuman Rights Project in de VS. Dierenactivisten proberen via rechtszaken mensenrechten af te dwingen voor dieren in gevangenschap. "Dat loopt sinds 2013 voor een aantal chimpansees en binnenkort ook voor een olifant."</p> <p>Chimpansee Tommy kreeg&nbsp;<a href="https://nos.nl/artikel/2007318-mensenrechten-gelden-niet-voor-mensapen.html">in 2014 geen 'mensenrechten'</a>&nbsp;van het Hooggerechtshof in New York. Het hoger beroep loopt nog. "Ik denk dat ze juridisch gezien een sterke zaak hebben", zegt de onderzoekster. "Het enige wat men aan moet tonen, is dat chimpansees ook rechtspersonen kunnen zijn."</p> <h2 class="block_title ">En in Nederland?</h2> <p>In ons rechtssysteem zal zoiets niet snel gebeuren, denkt Vink. Rechters in de VS hebben volgens haar meer macht om zelf invulling te geven aan de wet. "Onze rechters zullen niet zo creatief zijn."</p> 1 2017-09-15 16:26 +02:00 2017-09-15 16:26 +02:00 https://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/beroepstermijn-verstrijkt-nooit-later-dan-drie-kalendermaanden-na-uitspraak/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/beroepstermijn-verstrijkt-nooit-later-dan-drie-kalendermaanden-na-uitspraak/ Overige artikelen Beroepstermijn verstrijkt nooit later dan drie kalendermaanden na uitspraak De regel dat hoger beroep moet worden ingesteld binnen drie maanden “te rekenen van de dag van de uitspraak” houdt in dat de termijn drie maanden later eindigt op de dag met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak. Cassatieblog Fri, 15 Sep 2017 16:25:38 +0200 <p>De regel dat hoger beroep moet worden ingesteld binnen drie maanden &ldquo;te rekenen van de dag van de uitspraak&rdquo; houdt in dat de termijn drie maanden later eindigt op (het einde van) de dag met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak.&nbsp;</p> <p>Alleen als de maand waarin de termijn afloopt, niet een dag met hetzelfde nummer kent omdat zij korter is, eindigt de termijn op (het einde van) de laatste dag van die maand.</p> <p>Een creatieve cassatieklacht over een van de meest basale procesrechtelijke onderwerpen vond gehoor&nbsp;bij de&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:419" rel="noopener" target="_blank">A-G</a>, maar niet bij de Hoge Raad.</p> <p>De termijn voor hoger beroep of cassatieberoep in bodemprocedures is drie maanden (als we even geen rekening houden met eventuele verlenging op grond van de Algemene Termijnenwet). Dat lijkt gemakkelijk: in de praktijk berekent iedereen de uiterste datum waarop beroep moet worden ingesteld als: drie kalendermaanden later, op de dag van de maand met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak. Dus vonnis op 10 mei &rarr; beroep instellen uiterlijk op 10 augustus.</p> <p>Maar dat werkt niet altijd: als vonnis wordt gewezen op 31 maart, zal het niet lukken om op 31 juni beroep in te stellen. Is de laatste dag van de termijn dan 30 juni, of 1 juli? De tekst van de wet helpt hier niet: daarin staat dat beroep moet worden ingesteld&nbsp; &ldquo;binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak&rdquo; (zie art&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Zevende&amp;afdeling=Vierde&amp;artikel=358&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">358</a>,&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Elfde&amp;afdeling=Tweede&amp;artikel=402&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">402</a>,&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Elfde&amp;afdeling=Vijfde&amp;artikel=426&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">426</a>&nbsp;&nbsp;en bijna hetzelfde in&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Zevende&amp;afdeling=Tweede&amp;artikel=339&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">339</a>&nbsp;Rv). Daar komen we nog niet veel verder mee: &ldquo;Te rekenen van&rdquo; zou kunnen worden begrepen als &ldquo;op&rdquo; of &ldquo;na&rdquo;, en dat leidt tot verschillende uitkomsten. Nu heeft de Hoge Raad in 1919 (NJ&nbsp;1920, p. 82) geoordeeld dat &ldquo;te rekenen van&rdquo; betekent: &ldquo;na&rdquo;. Er begint dus een termijn van drie maanden te lopen op de dag n&aacute; het vonnis. In ons voorbeeld: op 1 april. Die termijn duurt drie volle maanden, en eindigt dus (als we &lsquo;drie maanden&rsquo; hier naar normaal spraakgebruik uitleggen) op 30 juni 2017 om 24:00 uur. Het beroep kan dus uiterlijk worden ingesteld op 30 juni, zoals ook kan worden afgeleid uit een&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO1315" rel="noopener" target="_blank">arrest</a>&nbsp;van de Hoge Raad uit 2004.</p> <p>In deze zaak was de spiegelbeeldige situatie aan de orde, in die zin dat de uitspraak was gewezen op de laatste dag van een maand die&nbsp;korter&nbsp;was dan de maand &lsquo;drie maanden later&rsquo;: de rechtbank had haar beschikking gegeven op 29 februari 2016, en hoger beroep was ingesteld op 31 mei 2016. Dat was volgens het hof te laat: hoger beroep had uiterlijk op 29 mei 2016 moeten worden ingesteld. In cassatie doet de appellant een beroep op de rekenmethode die ik hierv&oacute;&oacute;r beschreef: de termijn begon de dag na de beschikking, dus op 1 maart 2016. De driemaandentermijn zou dan eindigen op 31 mei 2016 om 24:00 uur. Met die redenering zou het hoger beroep dus nog tijdig ingesteld zijn geweest.</p> <p>Maar daar gaat de Hoge Raad, anders dan A-G Wesseling-van Gent, niet in mee:</p> <p>&ldquo;3.4.3 [&hellip;] Met de hiervoor in 3.4.1 vermelde regel dat het daar bedoelde rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden na de dag waarop de uitspraak is gedaan, is slechts beoogd tot uitdrukking te brengen dat de dag van de uitspraak zelf niet meetelt, met als gevolg dat de driemaandentermijn pas afloopt aan het einde van de daarmee overeenstemmende dag drie maanden later (en niet al is verstreken aan het begin van die dag).</p> <p>De laatste dag van de hier bedoelde termijn is dan ook niet later gelegen dan drie maanden na de dag van de uitspraak zelf. Indien de uitspraak is gedaan (in een gewoon jaar) op 28 februari (of in een schrikkeljaar op 29 februari), 30 april of 30 september, verstrijkt de termijn dus aan het einde van 28 of 29 mei, 30 juli, respectievelijk 30 december, een en ander afgezien van de werking van de Algemene termijnenwet. Aldus staan voor het aanwenden van het rechtsmiddel steeds drie volle kalendermaanden ter beschikking.</p> <p>3.4.4 De hiervoor in 3.4.3 vermelde regel stemt overeen met hetgeen in de praktijk algemeen tot richtsnoer wordt genomen en is voor de praktijk ook beter hanteerbaar dan die welke het middel verdedigt. Bij vorenstaande regel eindigt de termijn immers in beginsel steeds drie maanden later op (het einde van) de dag met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak. De enige uitzondering hierop is het geval dat de maand waarin de termijn afloopt, niet een dag met hetzelfde nummer kent omdat zij korter is, in welk geval de termijn eindigt op (het einde van) de laatste dag van die maand (vgl. HR 12 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1315, NJ 2004/424).&rdquo;</p> <p>De keus van de wetgever om de beroepstermijn in bodemzaken in &lsquo;maanden&rsquo; te defini&euml;ren (en niet in weken), betekent wel dat aangezien de maanden van het jaar niet even lang zijn, ook appeltermijnen niet altijd even lang zijn: het eind van de beroepstermijn valt bij vonnissen van 30 maart op dezelfde dag als bij vonnissen van 31 maart. Hetzelfde geldt voor vonnissen gewezen op 28, 29 of 30 november: daartegen moet uiterlijk op 28 februari beroep worden ingesteld. Voor vonnissen die op 29 of 30 november voorafgaand aan een schrikkeljaar zijn gewezen, wordt het 29 februari. De lengte van een beroepstermijn kan dus, uitgedrukt in dagen, vari&euml;ren. Los van verlenging door de Algemene Termijnenwet betekent &lsquo;drie maanden&rsquo;: tussen de 89-92 dagen (of 90-92 in een schrikkeljaar), zo kan men eenvoudig narekenen. (Voor Excel-fans: bereken maar eens een termijn met de functie &lsquo;ZELFDE.DAG()&rsquo;, die dezelfde dag van een maand een x aantal maanden later weergeeft. Die functie past precies de regel uit deze beschikking van de Hoge Raad toe.)</p> 1 2017-09-15 16:25 +02:00 2017-09-15 16:25 +02:00 http://www.telegraaf.nl/dft/geld/huis-hypotheek/29246372/___Geen_lagere_WOZ_bij_aardbevingsschade___.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/geen-lagere-woz-waarde-door-aardbevingsschade/ Overige artikelen Geen lagere WOZ-waarde door aardbevingsschade Het risico op aardbevingsschade is geen reden om de WOZ-waarde van een woning te verlagen als die waarde gebaseerd is op verkochte woningen waarbij het risico bekend was, oordeelt de Rechtbank Noord-Nederland. de Telegraaf Fri, 15 Sep 2017 16:25:12 +0200 <p>Het risico op aardbevingsschade is geen reden om de WOZ-waarde van een woning te verlagen als die waarde gebaseerd is op verkochte woningen waarbij het risico bekend was, oordeelt de Rechtbank Noord-Nederland.</p> <p>De eigenaar van een vrijstaande woning in het Groningse aardbevingsgebied vond dat zijn huis in aanmerking kwam voor een verlaging van de WOZ-waarde, de Waardering Onroerende Zaken waarop onder meer het eigenwoningforfait en de gemeentelijke onroerendezaakbelasting (OZB) is gebaseerd.</p> <p>Het huis liep aardbevingsschade op ter waarde van &euro;5843, de schade is inmiddels hersteld. Door het risico op aardbevingsschade zou de WOZ-waarde &euro;145.000 moeten bedragen in plaats van de door de gemeente vastgestelde &euro;168.000, meende de eigenaar.</p> <p>De rechter vindt echter dat de gemeente het risico op schade door aardbevingen al heeft meegenomen in de WOZ-waarde, omdat de onderbouwing van de waarde bestaat uit woningen die zijn verkocht toen het aardbevingsrisico al bekend was. Of deze verkochte woningen ook aardbevingsschade hadden, doet er volgens de rechtbank niet toe.</p> 1 2017-09-15 16:25 +02:00 2017-09-15 16:25 +02:00 https://nos.nl/artikel/2180847-aantal-bezwaren-tegen-woz-waarde-sterk-gestegen.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/aantal-bezwaren-tegen-woz-waarde-sterk-gestegen/ Overige artikelen Aantal bezwaren tegen WOZ-waarde sterk gestegen Het aantal huiseigenaren dat dit jaar bezwaar heeft aangetekend tegen deWOZ-waarde van hun woning, die de basis vormt voor diverse belastingen, is met 20 procent gestegen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Waarderingskamer, meldt De Telegraaf. NOS Wed, 30 Aug 2017 10:57:26 +0200 <p>Het aantal huiseigenaren dat dit jaar bezwaar heeft aangetekend tegen de<br />WOZ-waarde van hun woning, die de basis vormt voor diverse belastingen, is met 20 procent gestegen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Waarderingskamer, meldt&nbsp;<a href="http://www.telegraaf.nl/binnenland/28518116/__Stevige_groei_WOZ-bezwaren__.html">De Telegraaf</a>.</p> <p>Dit voorjaar werden 104.000 bezwaren tegen de door gemeenten vastgestelde hoogte van de Waardering Onroerende Zaken ingediend. In 2016 kregen de lokale overheden 87.000 bezwaren, een jaar eerder waren dat er 79.000.</p> <p>Gemiddeld blijken de WOZ-waarden met 3,3 procent te zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar, toen gemeenten in doorsnee een stijging van 1,2 procent doorvoerden. Nog niet bekend is hoeveel bezwaren zijn gehonoreerd.</p> <h2 class="block_title ">Stijgende huizenprijzen</h2> <p>De aantrekkende woningmarkt, waardoor de huizenprijzen in grote delen van het land zijn gestegen, is een mogelijke verklaring voor de grote toename. Na de sterke stijging van de prijzen in 2016 worden er voor komend jaar nog hogere WOZ-waarden verwacht.</p> <p>De WOZ-waarde wordt door gemeenten onder meer gebruikt voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Daarnaast gebruiken waterschappen de waarde voor hun eigen heffingen.</p> <h2 class="block_title ">Eigenwoningforfait</h2> <p>Ook de Belastingdienst hanteert de WOZ-waarde als basis voor diverse belastingen, waarvan het eigenwoningforfait het bekendst is. Dit is een heffing in de vorm van een percentage van de WOZ-waarde, dat de woningbezitter bij zijn inkomen moet optellen.</p> <p>Voor huizen tot een miljoen euro bedraagt het forfait 0,75 procent. Dit betekent dat huiseigenaren bij een woning met een waarde van 300.000 euro 2250 euro extra bij hun inkomen moeten optellen.</p> 1 2017-08-30 10:57 +02:00 2017-08-30 10:57 +02:00 https://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/bevoegdheidsverdeling-tussen-de-burgerlijke-rechter-en-de-belastingrechter/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/bevoegdheidsverdeling-tussen-de-burgerlijke-rechter-en-de-belastingrechter/ Overige artikelen Bevoegdheidsverdeling tussen de burgerlijke rechter en de belastingrechter Het staat niet ter vrije bepaling van partijen of de belastingrechter of de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Alleen de belastingrechter is bevoegd om over de juistheid van opgelegde aanslagen te oordelen. Cassatieblog Wed, 30 Aug 2017 10:54:24 +0200 <p>Het staat niet ter vrije bepaling van partijen of de belastingrechter of de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Alleen de belastingrechter is bevoegd om over de juistheid van opgelegde aanslagen te oordelen.&nbsp;</p> <p>De belastingrechter kan in dat kader mede nagaan of een daaraan ten grondslag liggende overeenkomst rechtsgeldig is op grond van het burgerlijk recht. In die toetsing kan de belastingrechter ook&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005291/2015-01-01#Boek3_Titeldeel2_Artikel40" rel="noopener" target="_blank">art. 3:40 BW</a>&nbsp;betrekken. Er bestaat dan ook geen grond voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter.</p> <h4>Feiten</h4> <p>Het gaat in deze zaak om de vraag bij welke rechter een verklaring voor recht kan worden gevorderd dat de tussen partijen gesloten fiscale vaststellingsovereenkomsten nietig zijn in de zin van art. 3:40 BW. Een rederij heeft met de gemeente twee fiscale vaststellingsovereenkomsten gesloten over de heffing van toeristenbelasting. In de overeenkomsten is onder meer de hoogte van de aanslagen toeristenbelasting voor de jaren 2011 en 2012 bepaald. De rederij en de gemeente zijn overeengekomen dat de rederij geen bezwaar en beroep zal instellen tegen de aanslagen. Nadat de aanslagen waren opgelegd en onherroepelijk vast waren komen te staan, heeft de rederij bij de burgerlijke rechter een verklaring voor recht gevorderd dat de overeenkomsten nietig zijn in de zin van art. 3:40 BW.</p> <p>De rechtbank wees deze vordering af. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en heeft de rederij niet-ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van het hof heeft er voor de rederij een met voldoende waarborgen omklede, gespecialiseerde rechtsgang opengestaan bij de belastingrechter. Bij de belastingrechter kon een beroep worden gedaan op de nietigheid van de overeenkomsten.</p> <h4>Belastingrechter is bevoegd</h4> <p>In cassatie klaagt de rederij dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is te oordelen over de vordering van een verklaring voor recht van nietigheid van de overeenkomsten in de zin van art. 3:40 BW. Volgens de rederij heeft de belastingrechter niet de bevoegdheid om de overeenkomsten te toetsen aan de openbare orde, goede zeden of dwingende wetsbepalingen als bedoeld in art. 3:40 BW. De belastingrechter zou evenmin de bevoegdheid hebben om een verklaring voor recht in dit verband uit te spreken.</p> <p>De Hoge Raad acht deze klacht ongegrond. De Hoge Raad benadrukt dat het niet ter vrije bepaling van partijen staat of de belastingrechter dan wel de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Onder verwijzing naar zijn arrest van 21 april 2006,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AU4548" rel="noopener" target="_blank">ECLI:NL:HR:2006:AU4548</a>&nbsp;(Abacus/Staat) oordeelt de Hoge Raad vervolgens dat alleen de belastingrechter bevoegd is om over de juistheid van de aan de rederij opgelegde aanslagen toeristenbelasting te oordelen. Dat geldt ook indien in geschil is of de aan de aanslagen ten grondslag liggende overeenkomsten nietig zijn op grond van het burgerlijk recht. De belastingrechter kan namelijk in het kader van een beroep tegen een fiscaal besluit mede nagaan of een daaraan ten grondslag liggende overeenkomst rechtsgeldig is. In die toetsing kan ook art. 3:40 BW worden betrokken. Deze mogelijkheid heeft de belastingrechter ook met betrekking tot een beding in een dergelijke overeenkomst waarin wordt afgezien van bezwaar en beroep tegen aanslagen bij de belastingrechter.</p> <p>Hoewel het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht meebrengt dat de belastingrechter geen verklaring voor recht kan geven, bestaat er in dit geval geen grond voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter. Uit de stellingen van de rederij volgde namelijk niet dat zij enig ander belang nastreeft dan het ter discussie stellen van de aanslagen. Er heeft voor de rederij kortom een met voldoende waarborgen omklede, gespecialiseerde rechtsgang opengestaan bij de belastingrechter.</p> 1 2017-08-30 10:54 +02:00 2017-08-30 10:54 +02:00 https://nos.nl/artikel/2184185-strengere-boetes-bij-zware-verkeersovertredingen-helpt-dat.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/strengere-boetes-bij-zware-verkeersovertredingen-helpt-dat/ Overige artikelen Strengere boetes bij zware verkeersovertredingen, helpt dat? Als het aan minister Blok ligt, worden daders van ernstige verkeersdelicten straks harder aangepakt. Hij werkt aan een wetsvoorstel waarmee de strafmaat wordt verhoogd, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Maar maken hogere boetes het verkeer ook echt veiliger? NOS Tue, 29 Aug 2017 15:49:21 +0200 <p>Als het aan minister Blok ligt, worden daders van ernstige verkeersdelicten straks&nbsp;<a href="http://nos.nl/artikel/2184118-minister-blok-wil-zwaardere-straffen-voor-ernstige-verkeersdelicten.html">harder aangepakt</a>. Hij werkt aan een wetsvoorstel waarmee de strafmaat wordt verhoogd, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Maar maken hogere boetes het verkeer ook echt veiliger?</p> <p>"Absoluut", zegt Veilig Verkeer Nederland (VVN). "Wij zijn hier heel blij mee. Nu zijn boetes vaak veel te laag, waardoor verkeersovertreders bij wijze van spreken lachend de boete betalen en vervolgens vrolijk verder rijden", vertelt een woordvoerder.</p> <p>Strengere maatregelen, zoals een gevangenisstraf of inname van het rijbewijs zal er volgens VVN voor zorgen dat mensen wel twee keer nadenken voordat zij met drank op achter het stuur kruipen of doorrijden na een ongeval.</p> <p>Oud-verkeersofficier Koos Spee is het absoluut niet met VVN eens. "Onzin", noemt hij het. Hij heeft weinig vertrouwen in de nieuwe wetgeving. "Strengere straffen leiden er niet toe dat het verkeer veiliger wordt." Het enige dat volgens hem echt helpt zijn meer politiecontroles.</p> <p>Spee heeft zelf twintig jaar in de handhaving gewerkt. "Ik heb zoveel zittingen meegemaakt en gezien dat mensen niet schrikken van een straf. Ze weten allemaal dat ze fout zitten, maar doen het toch."</p> <p>Volgens hem moet er iets veranderen aan de handhaving. "Er moet veel meer politie op straat. Dan kan je de pakkans vergroten."</p> <h2 class="block_title ">Onvoldoende politie</h2> <p>Op dit moment is de boete voor telefoongebruik achter het stuur 230 euro, gaat hij verder. "Dat is een flink bedrag, maar als je niet wordt gepakt, zegt dat weinig. Ook niet als die boete wordt verdubbeld. De pakkans verhogen is het enige dat helpt."</p> <p>VVN vindt ook dat er op dit moment onvoldoende politie op straat is en zou graag "meer blauw" zien om zo de verkeersovertreders te kunnen pakken. "Maar buiten dat zijn wij heel blij met dit voornemen. Wij weten zeker dat dit al verschil gaat maken."</p> 1 2017-08-29 15:49 +02:00 2017-08-29 15:49 +02:00 https://cassatieblog.nl/arbeidsrecht/aansprakelijkheid-materieel-werkgever-bij-onrechtmatige-daad-doorgeleende-werknemer/ http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/aansprakelijkheid-materieel-werkgever-bij-onrechtmatige-daad-doorgeleende-werknemer/ Arbeidsrecht Aansprakelijkheid materieel werkgever bij onrechtmatige daad doorgeleende werknemer Indien een partij op grond van art. 6:170 lid 1 BW wordt aangesproken voor een fout van een ondergeschikte, dient de rechter – nu de werknemer in die procedure zelf geen partij is – de onrechtmatigheid van zijn handelen te beoordelen als ware de aansprakelijkheid van de werknemer zelf in het geding. Cassatieblog Tue, 29 Aug 2017 09:10:26 +0200 <p>Indien een partij op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2015-06-19#Boek6_Titeldeel3_Afdeling2_Artikel170" rel="noopener" target="_blank">art. 6:170 lid 1 BW</a>&nbsp;wordt aangesproken voor een fout van een ondergeschikte, dient de rechter &ndash; nu de werknemer in die procedure zelf geen partij is &ndash; de onrechtmatigheid van zijn handelen te beoordelen als ware de aansprakelijkheid van de werknemer zelf in het geding.&nbsp;</p> <p>Voor het aannemen van ondergeschiktheid is het bestaan van zeggenschap bij de aansprakelijk gehouden partij over de vraag of en op welke momenten de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld werkzaamheden voor een bepaalde derde dient uit te voeren, in beginsel voldoende.</p> <h4>Achtergrond van de zaak</h4> <p>In opdracht van ProRail heeft BAM onderhoudswerkzaamheden verricht aan het spoor. Daarbij heeft BAM gebruikgemaakt van veiligheidsdiensten van J.M.V. Spoorwegveiligheid B.V. (hierna: &lsquo;JMV&rsquo;). JMV heeft hierbij werknemers van bedrijf A ingeleend en bij BAM tewerkgesteld. E&eacute;n van die werknemers is werktreinbegeleider (hierna: &lsquo;WTB-er&rsquo;) X. De WTB-er heeft onder meer als taak te controleren of de wissels in de juiste stand staan. Op enig moment heeft een werktrein, waarop WTB-er X aanwezig was, schade veroorzaakt aan een wissel, doordat deze niet in de juiste stand stond. De aansprakelijkheidsverzekeraar van BAM &ndash; Z&uuml;rich &ndash; heeft de schade aan ProRail vergoed en wenst in deze procedure, voor zover van belang, op grond van art. 6:170 BW &ndash; verhaal te halen op JMV.</p> <p>Art. 6:170 BW bevat een kwalitatieve aansprakelijkheid van de werkgever voor onrechtmatig gedrag van zijn ondergeschikte. De werkgever is op die grond aansprakelijk indien sprake is van ondergeschiktheid, de ondergeschikte een fout &ndash; een toerekenbare onrechtmatige daad ex&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2015-06-19#Boek6_Titeldeel3_Afdeling1_Artikel162" rel="noopener" target="_blank">art. 6:162 BW</a>&nbsp;&ndash; heeft gemaakt en er sprake is van functioneel verband tussen deze fout en het werk van de ondergeschikte. Dit laatste vereiste impliceert zowel dat de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van de taak is vergroot, als dat de werkgever zeggenschap heeft over de gedragingen waarin de fout was gelegen.</p> <p>Het hof heeft deze vordering toegewezen. JMV heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. In cassatie gaat het om de vragen of de WTB-er onrechtmatig heeft gehandeld en of voldaan is aan het ondergeschiktheidsvereiste.</p> <h4>Onrechtmatig handelen WTB-er X?</h4> <p>In cassatie bestrijdt JMV het oordeel van het hof dat WTB-er X jegens ProRail onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld door af te gaan op zijn (onjuiste) visuele oordeel over de stand van het wissel en zich van die stand niet te vergewissen door van de trein af te stappen.</p> <p>De Hoge Raad overweegt in dat verband dat het onderdeel niet de door het hof gehanteerde maatstaf bestrijdt dat de betrokken WTB-er had moeten afstappen wanneer hij niet goed kon zien of het wissel goed lag. Deze maatstaf moet volgens de Hoge Raad worden bezien tegen de achtergrond van de meer algemene maatstaf voor de beoordeling of sprake is van onrechtmatige gevaarzetting, welke maatstaf de Hoge Raad in rov. 3.3.2 weergeeft.</p> <p>&nbsp;Vervolgens bespreekt de Hoge Raad drie mogelijke wegen waarlangs &ndash; in een geval als het onderhavige &ndash; schade kan worden verhaald:</p> <ol> <li>de schade die is toegebracht bij de uitvoering van een overeenkomst kan in beginsel worden verhaald op de tekortschietende contractuele wederpartij, ook indien die schade is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van een werknemer of hulppersoon (art. 6:74 en 6:75 BW). Indien de tekortschietende contractspartij de schade vergoedt en de schade is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van een eigen werknemer, dan kan zij de schade in beginsel slechts dan op deze werknemer verhalen indien sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid (art. 7:661 lid 1 BW);</li> <li>de benadeelde partij kan (behoudens andersluidend beding in de overeenkomst) haar wederpartij op grond van art. 6:170 lid 1 BW aan te spreken. In dat geval moet zowel komen vast te staan dat sprake is van ondergeschiktheid als dat de betrokken werknemer jegens de benadeelde aansprakelijk is wegens een onrechtmatige daad;</li> <li>de benadeelde partij kan (tenzij de overeenkomst dat belet) de betrokken werknemer persoonlijk aanspreken tot vergoeding van de schade. In dat geval heeft de werknemer op grond van art. 6:170 lid 3 BW regres op de werkgever, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer zelf. Het rechtstreeks aanspreken van de werknemer is voor hem mogelijk zeer nadelig, omdat hij bij het te nemen regres het insolventierisico van de werkgever draagt.</li> </ol> <p>Tegen deze achtergrond stelt de Hoge Raad tot slot voorop hoe de onrechtmatigheid van de werknemer moet worden beoordeeld, indien aansprakelijkheid op art. 6:170 BW wordt gestoeld:</p> <p>&ldquo;3.3.3 (&hellip;)</p> <p>d. Mede gelet op de betekenis die een op art. 6:170 lid 1 BW gebaseerde, de werkgever veroordelende uitspraak kan hebben in een eventuele (bijvoorbeeld wegens insolventie van de werkgever aangespannen) opvolgende procedure tegen de werknemer, maar gezien ook het nadeel dat een dergelijke uitspraak in ander opzicht (zoals voor zijn reputatie) voor de werknemer kan opleveren, dient de rechter in een op art. 6:170 BW stoelende procedure &ndash; waarin de werknemer zelf geen partij is &ndash; de onrechtmatigheid van het handelen van de werknemer niet anders te beoordelen dan indien de aansprakelijkheid van de werknemer zelf in het geding is.&rdquo;</p> <p>In dit licht acht de Hoge Raad &ndash; anders dan&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:236" rel="noopener" target="_blank">Advocaat-generaal Hartlief</a>&nbsp;&ndash; de motiveringsklacht tegen het oordeel dat WTB-er X onrechtmatig heeft gehandeld gegrond. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat het hof niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom voor WTB-er X het zicht op de wissel ontoereikend was en ook niet waarom hem onrechtmatigheid kan worden verweten ter zake van zijn mening dat hij (en zijn collega&rsquo;s) de wisselstand correct konden waarnemen. Het feit dat de inschatting van WTB-er X onjuist is gebleken en dat aanzienlijke schade is ontstaan, kan volgens de Hoge Raad evenmin redengevend zijn voor het oordeel dat WTB-er X onrechtmatig heeft gehandeld.</p> <h4>Is aan het ondergeschiktheidsvereiste voldaan?</h4> <p>Het tweede onderdeel van JMV bestrijdt dat aan het ondergeschiktheidsvereiste is voldaan. De Hoge Raad verwerpt de in dat verband de naar voren gebrachte klachten als volgt:</p> <p>&nbsp;&ldquo;3.4.2&nbsp;Deze klachten falen. Het bestaan van zeggenschap bij de aansprakelijk gehouden partij &ndash; hier: JMV &ndash; over de vraag of en op welke momenten de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld, werkzaamheden voor een bepaalde derde &ndash; hier: BAM &ndash; dient uit te voeren, is in beginsel toereikend voor de voor toepassing van art. 6:170 lid 1 BW vereiste ondergeschiktheid (vgl. HR 13 mei 1988,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1988:AC3070" rel="noopener" target="_blank">ECLI:NL:HR:1988:AC3070</a>, NJ 1989/896). Een andere opvatting, die zou meebrengen dat de benadeelde voor het antwoord op de vraag wie ingevolge art. 6:170 BW jegens hem aansprakelijk is, bekend moet zijn met de afspraken die tussen de verschillende in aanmerking komende &lsquo;werkgevers&rsquo; met betrekking tot de instructiebevoegdheid van de ondergeschikte zijn gemaakt, zou afbreuk doen aan de door die bepaling beoogde bescherming van de benadeelde&nbsp;(&hellip;).&rdquo;</p> <p>Voorts overweegt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft aangenomen dat sprake is van een functioneel verband, nu het hof kennelijk het door JMV aan BAM ter beschikking stellen van WTB-er X heeft aangemerkt als de opdracht in de zin van art. 6:170 lid 1 BW en heeft geoordeeld dat die opdracht de kans heeft vergroot op de door hem begane fout. Hij had immers taken te verrichten met betrekking tot de veiligheid van het werk.</p> <p>De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing. Daarbij zal aan de orde komen of WBT-er X een fout heeft gemaakt in de zin van art. 6:170 lid 1 BW.</p> 0 2017-08-29 09:10 +02:00 2017-08-29 09:10 +02:00 https://nos.nl/artikel/2188420-formatie-partijen-schuiven-heikele-ouderschapskwestie-door.html http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/&amp;#039;formatie-partijen-schuiven-heikele-ouderschapskwestie-door&amp;%23039;/ Personen- en familierecht 'Formatie-partijen schuiven heikele ouderschapskwestie door' CDA, VVD, D66 en CU hebben in het formatieoverleg voorlopig afgesproken geen beslissingen te nemen over de kwestie van het meervoudig ouderschap, schrijft het AD. NOS Tue, 29 Aug 2017 09:09:11 +0200 <p>CDA, VVD, D66 en CU hebben in het formatieoverleg voorlopig afgesproken geen beslissingen te nemen over de kwestie van het meervoudig ouderschap,&nbsp;<a href="http://www.ad.nl/binnenland/rutte-iii-studie-naar-meer-ouders-voor-een-kind~a5fb4093/">schrijft</a>&nbsp;het AD.&nbsp;</p> <p>De partijen hebben afgesproken dat het nieuwe kabinet er onderzoek naar gaat doen en eventueel later met voorstellen komt. De krant publiceert al enkele dagen conceptafspraken uit het formatieoverleg, die in handen zijn van het AD.</p> <p>De vier partijen denken verdeeld over de vraag of kinderen in juridisch opzicht meer dan twee ouders kunnen hebben. Het gaat daarbij om zaken als erfenissen, ouderlijk gezag, nationaliteit en achternaam. D66 en VVD zijn voorstander van een uitbreiding van de huidige regeling, maar het CDA en de Christenunie voelen er niets voor.</p> <p>De discussie over het meervoudig ouderschap is actueel doordat gezinssituaties ingewikkelder zijn geworden. Zo zijn er vaker homostellen die met hulp van een derde partij een kind hebben gekregen. Tot dusver kunnen er slecht twee juridische ouders zijn.</p> <h2 class="block_title ">Staatscommissie</h2> <p>Door af te spreken dat er onderzoek wordt gedaan naar een aanpassing van het familierecht, schuiven de partijen een besluit voor zich uit. Opmerkelijk daarbij is dat een staatscommissie al onderzoek gedaan heeft en afgelopen december al kwam met de aanbeveling om de wetgeving op het gebied van ouderschap en ouderlijk gezag uit te breiden.</p> <p>De Commissie-Wolfsen adviseerde het kabinet om het aantal juridische ouders van een kind te beperken tot vier, verdeeld over maximaal twee huishoudens.</p> <p>Het AD schrijft dat de partijen wel maatregelen hebben afgesproken om de situatie van homo's en transgenders te verbeteren, mogelijk als handreiking naar vooral D66. Zo zou 'onnodige geslachtsregistratie' zoveel mogelijk moeten worden beperkt, zoals transgenders graag willen. Ook zouden de partijen artikel 1 van de grondwet willen aanvullen met een verbod op discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en handicap.</p> 0 2017-08-29 09:09 +02:00 2017-08-29 09:09 +02:00 https://cassatieblog.nl/insolventierecht/wanneer-verjaart-de-vordering-op-een-rechtspersoon-die-na-faillissement-opgehouden-te-bestaan/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/wanneer-verjaart-de-vordering-op-een-rechtspersoon-die-na-faillissement-is-opgehouden-te-bestaan/ Overige artikelen Wanneer verjaart de vordering op een rechtspersoon die na faillissement is opgehouden te bestaan? Art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend ex art. 2:23c lid 1 BW. Cassatieblog Tue, 29 Aug 2017 09:08:11 +0200 <p>Art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&amp;boek=2&amp;titeldeel=1&amp;artikel=23c&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">2:23c lid 2 BW</a>&nbsp;jo. art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&amp;boek=3&amp;titeldeel=11&amp;artikel=320&amp;z=2017-03-10&amp;g=2017-03-10" rel="noopener" target="_blank">3:320 BW</a>&nbsp;geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan.&nbsp;</p> <p>Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend ex art. 2:23c lid 1 BW. Dit brengt mee dat (i) heropening van de vereffening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn dat (ii) een verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon niet behoeft te worden gestuit gedurende de periode dat die rechtspersoon niet meer bestaat.</p> <h4>Achtergrond van de zaak</h4> <p>In de hier te bespreken zaak heeft de Rabobank een financieringsovereenkomst gesloten met Horeca Concept Building B.V. (hierna: Horeca B.V.). Eiser tot cassatie heeft zich hiervoor borg gesteld tot een maximumbedrag van &euro; 100.000,-. Op 6 april 2005 werd Horeca B.V. failliet verklaard. Een klein jaar later, op 2 maart 2006, werd het faillissement ingevolge art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&amp;boek=2&amp;titeldeel=1&amp;artikel=19&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">2:19 lid 1 onder c BW</a>&nbsp;opgeheven bij gebrek aan baten, waardoor Horeca B.V. is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 4 BW).</p> <p>In de onderhavige procedure heeft de Rabobank gevorderd eiser uit hoofde van de overeenkomst van borgtocht te veroordelen tot betaling van een bedrag van &euro; 101.785,- vermeerderd met rente en kosten. Eiser verweerde zich hiertegen door zich op het standpunt te stellen dat de borgtocht ingevolge art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=14&amp;afdeling=1&amp;artikel=853&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">7:853 BW</a>teniet was gegaan door voltooiing van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming van de verbintenis van hoofdschuldenaar Horeca B.V. Nu artikel 7:853 BW het teniet gaan van de borgtocht afhankelijk stelt van de voltooiing van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming van de verbintenis van de hoofdschuldenaar, rees de vraag of de vordering van de Rabobank op Horeca B.V. was verjaard.</p> <p>Het hof beantwoordde deze vraag ontkennend. Het stelde voorop dat tussen partijen niet in geschil was dat de vordering van de Rabobank op Horeca B.V. opeisbaar was op het moment dat Horeca B.V. failleerde. Onder verwijzing naar art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&amp;titeldeel=I&amp;afdeling=Tweede&amp;artikel=36&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">36 lid 1 Fw</a>&nbsp;overweegt het hof dat de rechtsvordering in ieder geval niet tijdens het faillissement van Horeca B.V. kan zijn verjaard. Door de opheffing van het faillissement bij gebrek aan baten is Horeca B.V. ingevolge art. 2:19 lid 1 onder c BW op 2 maart 2006 ontbonden en is het, nu zij op het moment van haar ontbinding geen baten meer had, ingevolge art. 2:19 lid 4 BW ook opgehouden te bestaan. Naar het oordeel van het hof was van voltooiing van de rechtsvordering van de Rabobank op de niet meer bestaande vennootschap echter geen sprake. De vennootschap kan op grond van art. 2:23c lid 1 BW immers herleven. De Rabobank zou haar vordering in dat geval alsnog geldend kunnen maken en de herleefde vennootschap zou de Rabobank, gelet op de verlengingsregeling van art. 2:23c lid 2 BW, niet kunnen tegenwerpen dat haar vordering is verjaard. Dit een en ander brengt naar het oordeel van het hof mee dat de verjaringstermijn van de vordering van de bank op de vennootschap tot op heden is voortgelopen.</p> <h4>Cassatie</h4> <p>Eiser komt van dit oordeel van het hof in cassatie en stelt zich (onder meer) op het standpunt dat het hof heeft miskend dat, zolang de vereffening van Horeca B.V. ex art. 2:23c lid 1 BW niet is heropend, niet aan toepassing van de in art. 2:23c lid 2 BW genoemde verlengingsgrond kan worden toekomen. Bovendien heeft het hof volgens eiser ten onrechte tot uitgangspunt genomen dat de verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande vennootschap niet kan eindigen en heeft het hof de stelling van eiser dat de Rabobank de stuitingsmogelijkheid van art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Eerste&amp;afdeling=Zesde&amp;artikel=54&amp;z=2017-04-01&amp;g=2017-04-01" rel="noopener" target="_blank">54 lid 4 Rv</a>&nbsp;heeft laten schieten, ten onrechte onbesproken gelaten.</p> <p>Overeenkomstig de&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:525" rel="noopener" target="_blank">conclusie</a>&nbsp;van Advocaat-Generaal Timmerman, gaat de Hoge Raad hier niet in mee. De Hoge Raad stelt voorop dat Horeca B.V. ingevolge art. 2:19 lid 1 onder c BW is ontbonden door opheffing van het faillissement bij gebrek aan baten. Gelet op het feit dat Horeca B.V. op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer had, is zij ingevolge art. 2:19 lid 4 BW opgehouden te bestaan. De Hoge Raad overweegt dan dat uit art. 2:23c lid 1 BW volgt dat indien na het tijdstip waarop de vennootschap is opgehouden te bestaan, nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening kan heropenen. In dat geval herleeft de vennootschap ter afwikkeling van de heropende vereffening. Vervolgens haalt de Hoge Raad de verlengingsgrond van art. 2:23c lid 2 BW jo. 3:320 BW aan, op grond waarvan geldt dat wanneer een verjaringstermijn zou aflopen gedurende het tijdvak waarin de vennootschap had opgehouden te bestaan of binnen zes maanden na heropening van de vereffening, die verjaringstermijn voortloopt totdat zes maanden na die heropening zijn verstreken. Aan de hand hiervan komt de Hoge Raad tot de volgende conclusie:</p> <p>&ldquo;3.3.3. Art. 2:23c lid 2 BW in verbinding met art. 3:320 BW geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend op de voet van art. 2:23c lid 1 BW. Dit brengt mee dat heropening van de vereffening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn. Om dezelfde reden behoeft een verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon niet te worden gestuit gedurende de periode dat die rechtspersoon niet meer bestaat.&rdquo;</p> <p>Tot slot overweegt de Hoge Raad dat in het arrest HR 6 december 2013,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:CA3743" rel="noopener" target="_blank">ECLI:NL:HR:2013:CA3743</a>, NJ 2014/87 waarop eiser zich beroept, is bepaald dat de verjaring van het invorderingsrecht van de Ontvanger tegen een niet meer bestaande vennootschap kan worden gestuit door betekening van een akte van vervolging (art. 54 lid 4 Rv). In die procedure was echter, anders dan in de onderhavige kwestie, niet de vraag aan de orde of stuiting noodzakelijk was om de verjaring te voorkomen. In casu heeft het hof naar het oordeel van de Hoge Raad terecht geoordeeld dat de verjaringstermijn ook z&oacute;nder stuiting tegen het niet meer bestaande Horeca B.V. is voortgelopen. Om die reden hoefde het hof niet ook nog in te gaan op de stelling van eiser dat de Rabobank geen gebruik had gemaakt van de stuitingsmogelijkheid van art. 54 lid 4 Rv.</p> <p>Gelet op het voorgaande, gaat het beroep van eiser op art. 7:853 BW niet op. Nu de verjaringstermijn van de vordering op Horeca B.V. in ieder geval niet afloopt zolang de vereffening niet is heropend, kan de Rabobank zich in beginsel dus gewoon op de borg verhalen.</p> 0 2017-08-29 09:08 +02:00 2017-08-29 09:08 +02:00 https://cassatieblog.nl/personen-en-familierecht/mondeling-verzoek-tot-wijziging-partneralimentatie-het-hoofd-gezien/ http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/mondeling-verzoek-tot-wijziging-partneralimentatie-over-het-hoofd-gezien/ Personen- en familierecht Mondeling verzoek tot wijziging partneralimentatie over het hoofd gezien Het hof heeft de bij de mondelinge behandeling van het verzoek tot nihil stelling van de partneralimentatie ten onrechte de minder verstrekkende stelling van de man, dat de behoeftigheid van de vrouw is afgenomen, over het hoofd gezien. Cassatieblog Tue, 29 Aug 2017 09:06:29 +0200 <p>Het hof heeft de bij de mondelinge behandeling van het verzoek tot nihil stelling van de partneralimentatie &nbsp;ten onrechte de minder verstrekkende stelling van de man, dat de behoeftigheid van de vrouw is afgenomen, over het hoofd gezien.</p> <p>In cassatie wordt in het bijzonder geklaagd dat het hof zich ten onrechte heeft beperkt tot beantwoording van de vraag of de vrouw volledig in haar eigen levensonderhoud kan voorzien en niet heeft beoordeeld of er grond was voor een vermindering van de alimentatie wegens de (door de gestegen inkomsten) lagere behoeftigheid van de vrouw. De man klaagt dat hij ter zitting ook een minder verstrekkende stelling heeft aangevoerd: primair heeft hij gesteld dat zij in haar eigen levensonderhoud kan voorzien en subsidiair dat haar actuele &nbsp;behoeftigheid fors is afgenomen.</p> <p>&ldquo;3.4 Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling ten overstaan van het hof en de daaraan gehechte aantekeningen van de advocaat van de man &ndash; een en ander zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.3 en 2.5 &ndash; heeft de man tijdens de mondelinge behandeling, in reactie op de door de vrouw ter gelegenheid van die mondelinge behandeling in het geding gebrachte loonstroken, mede de behoeftigheid van de vrouw aan de orde gesteld, en heeft de vrouw het standpunt van de man met betrekking tot haar behoeftigheid bestreden. In het betoog van de man in hoger beroep ligt besloten dat hij primair heeft verzocht om op nihilstelling van het alimentatiebedrag op de grond dat de vrouw volledig in haar levensonderhoud kan voorzien, en subsidiair heeft verzocht om het door hem verschuldigde alimentatiebedrag in overeenstemming te brengen met de actuele behoeftigheid van de vrouw, die volgens hem is gereduceerd tot &euro; 130,&ndash; per maand. (&hellip;).&rdquo;</p> <p>De klacht slaagt, de Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst naar ander hof ter verdere behandeling en beslissing.</p> 0 2017-08-29 09:06 +02:00 2017-08-29 09:06 +02:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Werken-met-regierechter-in-echtscheidingszaken-blijkt-een-succes.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/werken-met-regierechter-in-echtscheidingszaken-blijkt-een-succes/ Personen- en familierecht Werken met regierechter in echtscheidingszaken blijkt een succes Een andere aanpak van scheidingszaken, waarbij 1 rechter de regie neemt en alle geschillen binnen een gezin behandelt, werkt. Dat blijkt uit experimenten bij de rechtbanken Noord-Nederland en Rotterdam. de Rechtspraak Tue, 29 Aug 2017 09:04:06 +0200 <p>Een andere aanpak van scheidingszaken, waarbij 1 rechter de regie neemt en alle geschillen binnen een gezin behandelt, werkt. Dat blijkt uit experimenten bij de rechtbanken Noord-Nederland en Rotterdam. De betrokkenen zijn tevreden over de effici&euml;nte, doelgerichte aanpak die daardoor mogelijk wordt. Bovendien blijkt de gekozen werkwijze te resulteren in kortere doorlooptijden.</p> <p>Zo&rsquo;n 20 procent van de echtscheidingen loopt jaarlijks uit op een zogenoemde vechtscheiding. Dat houdt in dat de partners zich vastbijten in hun eigen belang, niet meer normaal met de ander kunnen overleggen en vaak de ene rechtszaak na de andere tegen elkaar voeren. Vaak zijn kinderen daarvan de dupe. Vooral als zij inzet zijn van de ruzies tussen hun ouders, kunnen ze blijvende schade oplopen. Familierechters willen dat zoveel mogelijk voorkomen door scheidingszaken anders aan te pakken. Daartoe hebben de rechters eind vorig jaar het&nbsp;<a title="visiedocument-rechtspraak-echt-scheiding-ouders-met-kinderen.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/visiedocument-vechscheidingen.pdf">Visiedocument Rechtspraak (echt)scheiding ouders met kinderen(pdf, 447,7 KB)</a>&nbsp;opgesteld.</p> <h2>Regierechter</h2> <p>De rechtbanken Noord-Nederland en Rotterdam hebben de afgelopen jaren op proef gewerkt met 1 rechter die alle geschillen rond een echtscheiding behandelt, van het begin tot het eind. Het idee is dat zo&rsquo;n rechter alle problemen in samenhang ziet, waardoor hij beter in staat is de ouders aan te spreken en beslissingen op maat te nemen. Rechters en medewerkers kregen extra scholing op het gebied van conflictdiagnose. Daarmee lopen de beide rechtbanken voorop in een ontwikkeling die inmiddels landelijk overgenomen wordt.</p> <h2>Extra aandacht</h2> <p>In Rotterdam werden zaken waarin een ouderschapsplan ontbrak extra snel behandeld. Noord-Nederland had extra aandacht voor de planning van zittingen: na scanning van het dossier werd geen standaardduur ingeboekt, maar een preciezere inschatting gemaakt van hoeveel tijd er naar verwachting nodig was voor de behandeling. Daarmee konden onnodige vervolgzittingen worden voorkomen. Bovendien zijn in het noorden afspraken gemaakt met hulpverleningsorganisaties en gemeenten, om snelle doorverwijzing naar (gefinancierde) hulp mogelijk te maken.</p> <h2>Succes</h2> <p>Hoewel het logistiek niet eenvoudig is &ndash; hiervoor is nodig dat roosters flexibel zijn en rechters niet vaak wisselen van team of van&nbsp;rechtbank&nbsp;&ndash; is het in circa 85 procent van de scheidingen gelukt het om alle geschillen door 1 rechter te laten behandelen. De betrokkenen zijn tevreden over de effici&euml;nte en doelgerichte aanpak. Uit de pilots is bovendien gebleken dat zaken sneller zijn afgedaan. Of de nieuwe aanpak ook een de-escalerend effect heeft op de strijd tussen ouders, wat de onderliggende bedoeling is, is niet duidelijk naar voren gekomen. Daarvoor is nader onderzoek nodig, stellen de onderzoekers van de Vrije Universiteit.</p> 0 2017-08-29 09:04 +02:00 2017-08-29 09:04 +02:00 https://nos.nl/artikel/2173224-nederland-verder-gedaald-op-ranglijst-kinderrechten.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/nederland-verder-gedaald-op-ranglijst-kinderrechten/ Overige artikelen Nederland verder gedaald op ranglijst kinderrechten Nederland is opnieuw gedaald op de KidsRights Index, een ranglijst die weergeeft hoe kinderrechten internationaal worden nageleefd. Vorig jaar zakte Nederland al uit de top-10, nu staat het op de vijftiende plaats. NOS Tue, 29 Aug 2017 09:02:30 +0200 <p>Nederland is opnieuw gedaald op de KidsRights Index, een ranglijst die weergeeft hoe kinderrechten internationaal worden nageleefd. Vorig jaar zakte Nederland al uit de top-10, nu staat het op de vijftiende plaats.&nbsp;</p> <p>Daarmee komt het onder minder welvarende landen als Thailand en Tunesi&euml;, die wel tot de beste tien behoren.</p> <p>Portugal komt als beste uit de bus. In de top-10 staan ook Noorwegen, Zwitserland, IJsland, Spanje, Frankrijk, Zweden en Finland.</p> <p>De internationale kinderrechtenorganisatie KidsRights heeft&nbsp;de ranglijst opgesteld samen met de Erasmus Universiteit Rotterdam. Er wordt ook gekeken wat landen doen om de rechten van kinderen te verbeteren.</p> <h2 class="block_title ">Alarmerend</h2> <p>Rijke landen doen het niet automatisch beter dan andere, concludeert de organisatie. Zo staan het Verenigd Koninkrijk en Nieuw-Zeeland onderaan, samen met enkele Afrikaanse landen, Afghanistan en Papoea-Nieuw-Guinea. Er wordt namelijk gemeten naar financi&euml;le draagkracht, hoeveel er ge&iuml;nvesteerd wordt in kinderrechten in het land en hoeveel inspanningen er worden gedaan.</p> <p>De ranglijst vergelijkt landen dus in relatief opzicht met elkaar. En daaruit blijkt dat ge&iuml;ndustrialiseerde landen in verhouding weinig investeren in kinderrechten. Armere landen dragen met beperkte middelen relatief veel bij. KidsRights noemt dat alarmerend en vindt dat het rijke Westen leidend zou moeten zijn.</p> <p>De kinderrechtenorganisatie is blij dat verschillende landen nieuwe wetten hebben aangenomen, maar teleurgesteld dat de uitvoering daarvan nog te wensen overlaat. Een aantal landen wordt opgeroepen hun nationale wetgeving beter af te stemmen op het VN-kinderrechtenverdrag.</p> <h2 class="block_title ">Nederland</h2> <p>Uit de publicatie blijkt dat Nederland op dezelfde punten als vorig jaar nog heel wat kan verbeteren. In 2016, toen Nederland zakte van de&nbsp;tweede naar de dertiende plaats, bleek dat niet alle kinderen gelijke toegang hebben tot jeugdzorg, sinds de gemeenten er verantwoordelijk voor zijn. Ook leefde een groot aantal kinderen in armoede en werden kinderen in gezinnen met een minimuminkomen de dupe van bezuinigingen.</p> <p>De toegang tot en de kwaliteit van de jeugdzorg is nog steeds niet overal op orde. Kwetsbare kinderen zouden als eerste moeten profiteren van de aantrekkende economie, vindt Marc Dullaert van KidsRights. Volgens de oud-Kinderombudsman ligt daar een belangrijke taak voor het nieuwe kabinet. "Door te blijven investeren in kinderen en gezinnen die in armoede leven, wordt voorkomen dat armoede van generatie op generatie overgaat."</p> <p>Daarnaast vindt hij het van belang dat de kinderen zelf gehoord worden. "Laat kinderen meepraten en meebeslissen over zaken die hen aangaan."</p> <h2 class="block_title ">Niet constructief</h2> <p>Staatssecretaris Van Rijn zegt dat de KidsRights Index grote vragen bij hem op roept. "Landen als Thailand en Tunesi&euml; staan daarin boven Nederland, terwijl bijvoorbeeld de kans op kinderarbeid in die landen groot is. Als we op die manier discussi&euml;ren over kinderrechten, is dat volgens mij niet de manier die voor kinderen het meest praktisch en constructief is", stelt hij.</p> <p>Hij benadrukt dat als het om kinderrechten gaat, er altijd iets te verbeteren valt en dat hij dan graag optrekt met alle organisaties die op dat terrein actief zijn, zoals UNICEF, Defence for Children en ook KidsRights.</p> 0 2017-08-29 09:02 +02:00 2017-08-29 09:02 +02:00 https://nos.nl/artikel/2174105-kabinet-wil-betere-bescherming-bedrijven-bij-overnames.html http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/kabinet-wil-betere-bescherming-bedrijven-bij-overnames/ Ondernemingsrecht Kabinet wil betere bescherming bedrijven bij overnames Het kabinet wil bedrijven beter beschermen tegen vijandige overnames, schrijft minister Kamp van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Hij wil een wettelijke bedenktijd van een jaar invoeren. NOS Tue, 29 Aug 2017 09:00:30 +0200 <p>Het kabinet wil bedrijven beter beschermen tegen vijandige overnames, schrijft minister Kamp van Economische Zaken in een&nbsp;<a href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/05/20/kabinet-onderneemt-extra-acties-voor-sterk-vestigings--en-investeringsklimaat">brief aan de Tweede Kamer</a>. Hij wil een wettelijke bedenktijd van een jaar invoeren.</p> <p>Op die manier moet het bestuur van een bedrijf de tijd krijgen om rustig een beslissing te nemen die goed is voor de lange termijn. Aanleiding voor de maatregel zijn de vijandige biedingen op multinationals AkzoNobel en Unilever.</p> <h2 class="block_title ">Na&iuml;ef</h2> <p>Volgens Kamp is het goed als Nederland als open economie niet per definitie afwijzend staat ten opzichte van buitenlandse overnames, "maar we moeten ook niet na&iuml;ef zijn."</p> <p>Kamp vindt de huidige beschermingsmaatregelen onvoldoende. Die bieden volgens hem "niet altijd afdoende verweer tegen druk van activistische aandeelhouders."</p> <h2 class="block_title ">Timing</h2> <p>De minister schrijft zijn brief aan de vooravond van een belangrijke stap in de overnamestrijd rondom AkzoNobel. Maandag staat het chemie- en verfbedrijf tegenover de activistische aandeelhouder Elliott, die aandringt op de verkoop van AkzoNobel. Volgens een woordvoerder van het ministerie is de timing "puur toeval."</p> <p>De minister wil zijn plan nog wel eerst tegen het licht houden bij alle betrokkenen, zoals grote beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars. Ook kijkt hij nog naar de juridische haalbaarheid.</p> <h2 class="block_title ">Kritisch</h2> <p>Beleggers hebben zich al kritisch uitgelaten over plannen voor een dergelijke 'time-out'. Volgens Eumedion, dat grote investeerders als pensioenfondsen en verzekeraars vertegenwoordigt, zijn er wel degelijk beschermingsmogelijkheden voor beursgenoteerde bedrijven.</p> <p>Werkgeversorganisatie VNO-NCW is wel voor een wettelijke bedenktijd. Juridische experts zijn verdeeld over de vraag of de plannen juridisch haalbaar zijn.</p> <p>In Europees verband gaat Nederland verder optrekken met Duitsland, Frankrijk en Itali&euml; om ervoor te zorgen dat Europese bedrijven buiten Europa evenveel mogelijkheden hebben om te investeren als niet-Europese bedrijven in Europa. Nu is dat nog te weinig het geval, aldus Kamp.</p> 0 2017-08-29 09:00 +02:00 2017-08-29 09:00 +02:00 https://nos.nl/artikel/2179381-boetes-dreigen-voor-bedrijven-die-laks-omgaan-met-nieuwe-privacywet.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/boetes-dreigen-voor-bedrijven-die-laks-omgaan-met-nieuwe-privacywet/ Overige artikelen Boetes dreigen voor bedrijven die laks omgaan met nieuwe privacywet Veel Nederlandse bedrijven en organisaties lopen vanaf volgend jaar kans op hoge boetes, omdat ze nog niet klaar zijn voor een nieuwe Europese privacywet. Uit onderzoek van consultancybureau PwC onder 350 bedrijven blijkt dat ruim de helft van de bedrijven nog niet serieus begonnen is met de voorbereidingen. NOS Tue, 29 Aug 2017 08:59:34 +0200 <p>Veel Nederlandse bedrijven en organisaties lopen vanaf volgend jaar kans op hoge boetes, omdat ze nog niet klaar zijn voor een nieuwe Europese privacywet. Uit onderzoek van consultancybureau PwC onder 350 bedrijven blijkt dat ruim de helft van de bedrijven nog niet serieus begonnen is met de voorbereidingen.</p> <p>Dat terwijl de nieuwe wet nogal wat om handen heeft. "Als je nu nog moet beginnen, wordt het heel spannend", zegt ict-jurist Arnoud Engelfriet. De boetes bij niet voldoen aan de wet zijn fors: maximaal 4 procent van de jaaromzet of 20 miljoen euro, al is de kans groot dat de boetes in de praktijk lager uitvallen.</p> <p>Dat veel bedrijven desondanks nog niet klaar zijn, baart Aleid Wolfsen, hoofd van de Autoriteit Persoonsgegevens, grote zorgen. "Het gaat om ingrijpende wetgeving die gevolgen heeft voor onze grondrechten. Bedrijven moeten nu echt aan de slag", zegt hij.</p> <p>Voor burgers is de nieuwe wet positief: ze hebben meer controle over hun data. "Je kunt bijvoorbeeld tegen een bedrijf zeggen: ik wil dat deze data over mij worden verwijderd", zegt Wolfsen. "Je kunt de toestemming die je geeft aan een bedrijf om je priv&eacute;gegevens te bewaren straks ook weer intrekken."</p> <p>Fijn voor onze privacy, maar bedrijven en andere organisaties moeten daar hun computersystemen wel op aanpassen. Ook moeten organisaties veel beter vastleggen wat voor data ze precies bewaren. "Je moet alles wat je opslaat goed documenteren en de beveiliging ervan op orde hebben", aldus Engelfriet. Hoe gevoeliger de gegevens die een bedrijf heeft, hoe strenger de regels.</p> <p>En lastig daarbij is dat veel bedrijven geen idee hebben van wat ze allemaal opslaan. "Veel bedrijven hebben last van achterstallig onderhoud. Die hebben de afgelopen jaren allemaal nieuwe systemen gebouwd waarin gegevens worden opgeslagen, maar weten niet meer waar alles precies staat en of dat volgens de regels gebeurt", zegt beveiligingsdeskundige Bram van Tiel van PwC.</p> <p>Dat geldt niet alleen voor de Googles en Facebooks van deze wereld, maar voor alle organisaties die persoonsgegevens opslaan: van de bakker om de hoek met een mailinglijst en de voetbalclub tot middelbare scholen.</p> <p>"Ik heb er een dagtaak aan", zegt ict'er Andr&eacute; Poot van de scholenkoepel CVO-AV. "We moeten al onze privacyreglementen herschrijven en al onze databases in kaart brengen." Dat doet hij niet voor niets: "De privacywaakhond heeft duidelijk gemaakt dat het speelkwartier voor scholen vanaf nu over is en dat we strenger aangepakt gaan worden."</p> <p>"Je moet continu onder de loep houden wat je precies doet met data", zegt Job Vos van Kennisnet, dat scholen helpt met ict. "Iedere docent moet worden getraind om zorgvuldig met privacy om te gaan." Zo moeten docenten beseffen dat ze gevoelige gegevens niet mogen mailen of uitwisselen op usb-sticks. "Dat mocht al niet, maar straks moet je kunnen aantonen dat je dat ook echt niet doet", zegt Vos.</p> <p>De school van Poot had vorig jaar een datalek waarbij de inhoud van webformulieren via Google te vinden was. Daaronder was gevoelige data, zoals ouders die melden dat ze gingen scheiden.</p> <p>Voor dat soort dingen kunnen sneller boetes worden opgelegd. Nu geeft de Autoriteit Persoonsgegevens een waarschuwing; als een bedrijf zijn leven niet betert, kan een dwangsom van 800.000 euro worden opgelegd. Dat verandert: straks kan meteen een boete worden opgelegd.</p> <p>"We krijgen veel meer mogelijkheden om in te grijpen", zegt Wolfsen van de privacywaakhond. "We hebben ook een waarschuwende functie, maar daarnaast kunnen we ook echt boetes gaan opleggen. Dus bedrijven, heb je boel op orde."</p> 0 2017-08-29 08:59 +02:00 2017-08-29 08:59 +02:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Vereenvoudiging-stelsel-griffierechten-leidt-niet-tot-gewenste-effecten.aspx?pk_campaign=rssfeed&amp;pk_medium=rssfeed&amp;pk_source=Alle-landelijke-actualiteite http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/vereenvoudiging-stelsel-griffierechten-leidt-niet-tot-gewenste-effecten/ Overige artikelen Vereenvoudiging stelsel griffierechten leidt niet tot gewenste effecten De vereenvoudiging van het stelsel van griffierechten heeft geleid tot onbedoelde en ongewenste gevolgen. De operatie zorgde onder meer voor minder handelszaken . de Rechtspraak Tue, 25 Jul 2017 12:30:15 +0200 <p>De vereenvoudiging van het stelsel van griffierechten (geld dat moet worden betaald voor het voeren van een rechtszaak) heeft geleid tot onbedoelde en ongewenste gevolgen. De operatie zorgde onder meer voor minder handelszaken (veel voorkomende zaken over arbeids- en huurzaken, verzekeringen en overeenkomsten).</p> <p>In&nbsp;hoger&nbsp;beroepkwamen - tegen de bedoeling in - juist meer zaken. Onderzoekers spreken over een 'complexe operatie, met duidelijke kosten, niet zulke duidelijke baten en onvoorziene gevolgen'. De&nbsp;Raad voor de rechtspraakwaarschuwde in 2011 in een&nbsp;<a title="2011-52-Advies-over-wetsvoorstel-verhoging-griffierechten.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2011-52-Advies-over-wetsvoorstel-verhoging-griffierechten.pdf">wetgevingsadvies&nbsp;(pdf, 146,4 KB)</a>&nbsp;voor het wetsvoorstel: hij adviseerde het parlement er niet mee in te stemmen.</p> <p>De ongewenste en onbedoelde effecten blijken uit&nbsp;<a title="Evaluatie-Wet-griffierechten-burgerlijke-zaken-Cahier-2017-9.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Evaluatie-Wet-griffierechten-burgerlijke-zaken-Cahier-2017-9.pdf">Evaluatie Wet griffierechten burgerlijke zaken: de complexiteit van vereenvoudiging&nbsp;(pdf, 3,6 MB)</a>, een gezamenlijk rapport van het WODC (het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en&nbsp;Justitie) en de&nbsp;Raad voor de rechtspraak. Vandaag verscheen in het&nbsp;<a class="rnl-external-link" href="http://njb.nl/njb-magazine">vakblad voor juristen NJB&nbsp;U verlaat Rechtspraak.nl</a>&nbsp;een artikel over dit rapport.</p> <h2>Vervanging wet</h2> <p>De huidige Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) verving de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz). De Wtbz was volgens de wetgever 'ingewikkeld, niet transparant, niet consistent en arbeidsintensief'. Het belangrijkste doel van de Wgbz was vereenvoudiging, inzichtelijker tarieven en vermindering van werklast in civiele zaken voor de administraties van gerechten. Er waren 2 randvoorwaarden: de toegang tot de rechter moest gewaarborgd blijven en de overheidsinkomsten dienden op peil te blijven.</p> <h2>Niet positief</h2> <p>Frits Bakker: 'We hebben destijds aangegeven dat het riskant is in te grijpen in een goed functionerend systeem. Die vrees was terecht'</p> <p>De onderzoekers keken wat er terecht is gekomen van de voornemens. De bevindingen zijn niet positief. De belangrijkste reden voor rechters, medewerkers van de Rechtspraak en juridisch hulpverleners (advocaten, gerechtsdeurwaarders en medewerkers van het&nbsp;Juridisch Loket) om negatief te oordelen over de Wgbz, is de hoogte van het&nbsp;griffierecht.</p> <h2>Riskant</h2> <p>Frits Bakker, voorzitter van de&nbsp;Raad voor de rechtspraak: &lsquo;Dit onderzoek toont precies aan waar wij bang voor waren. We hebben destijds aangegeven dat het riskant is in te grijpen in een goed functionerend systeem. Het belang van goede, toegankelijke rechtspraak is groot. Mensen mogen niet om financi&euml;le redenen afzien van een rechtszaak. Met name voor relatief kleine vorderingen zijn de tarieven nu te hoog. Dat mag niet in een rechtsstaat: mensen moeten hun recht kunnen halen.&rsquo;&nbsp;</p> <h2>Strategisch gedrag</h2> <p>Financi&euml;le afwegingen spelen een grote&nbsp;rol&nbsp;bij de beslissing wel of niet een&nbsp;beroepte doen op de rechter, aldus de onderzoekers. De tarieven zijn verhoudingsgewijs het sterkst gestegen in de categorie handelszaken met een financieel belang tussen 500 en 5.000 euro. Als alleen wordt gekeken naar de invloed van het duurder worden van de gang naar de rechter, nam het aantal handelszaken in eerste&nbsp;aanleg&nbsp;met 20 procent af. Rechters, advocaten en deurwaarders zien ook&nbsp; sinds de Wgbz meer 'strategisch procedeergedrag': om minder&nbsp;griffierecht&nbsp;te hoeven betalen, worden bijvoorbeeld vorderingen verlaagd of gesplitst; bij huurvorderingen wordt niet gevraagd om verschuldigde huur, maar om ontruiming van de woning.<br />De frequentie waarmee in handelszaken&nbsp;hoger beroep&nbsp;werd aangetekend nam, doordat deze rechtsgang goedkoper werd, juist met 28 procent toe. Beide effecten - minder handelszaken in eerste&nbsp;aanleg, meer in&nbsp;hoger beroep&nbsp;- waren juist niet in overeenstemming met de door de wetgever genoemde bedoelingen.&nbsp;</p> <h2>​Betalen aan de poort</h2> <p>Ook op andere onderdelen zijn de doelstellingen niet gehaald. De onderzoekers constateren dat met name door de introductie van 'betalen aan de poort' (de rechtszaak start pas als het verschuldigde&nbsp;griffierecht&nbsp;is betaald) de doelstelling van vereenvoudiging en vermindering van de werklast voor de administratie van de gerechten geen werkelijkheid is geworden. De overheidsinkomsten uit griffierechten bleven in de periode 2009-2012 ook niet op peil met de uitgaven aan Rechtspraak, maar stegen veel sterker: 28 procent tegen een stijging van de uitgaven met slechts 5 procent.&nbsp;<br />De onderzoekers concluderen dan ook: 'De kloof tussen de beleidsmatige uitgangspunten (..) en de werkelijkheid (..) is op een aantal punten groot'.</p> 1 2017-07-25 12:30 +02:00 2017-07-25 12:30 +02:00 https://cassatieblog.nl/insolventierecht/adviesrecht-ondernemingsraad-geldt-beginsel-ook-faillissement/ http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/adviesrecht-ondernemingsraad-geldt-in-beginsel-ook-in-faillissement/ Ondernemingsrecht Adviesrecht ondernemingsraad geldt in beginsel ook in faillissement De curator moet zorgdragen voor het naleven van de voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden tijdens een faillissement. Het adviesrecht van de ondernemingsraad ziet in faillissement in beginsel niet op de verkoop van goederen of het opzeggen van arbeidsovereenkomsten op de voet van art. 176 en art. 40 Fw, omdat deze handelingen van de curator gericht zijn op een afwikkeling van het faill... Cassatieblog Tue, 25 Jul 2017 12:29:57 +0200 <p>De curator moet zorgdragen voor het naleven van de voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) tijdens een faillissement. Het adviesrecht van de ondernemingsraad ziet in faillissement in beginsel niet op de verkoop van goederen of het opzeggen van arbeidsovereenkomsten op de voet van art. 176 en art. 40 Fw, omdat deze handelingen van de curator gericht zijn op een (voortvarende) afwikkeling van het faillissement.</p> <p>Dit is anders wanneer de verkoop van activa plaatsvindt in het kader van een voortzetting of doorstart van (een deel van) de onderneming waarbij vooruitzicht bestaat van behoud van arbeidsplaatsen. De vormvoorschriften van de WOR zijn niet onverkort van toepassing voor zover ze niet verenigbaar zijn met het faillissement.</p> <h4>Achtergrond</h4> <p>Deze zaak gaat om het faillissement van DA Retailgroep B.V. en Retail SSC B.V., die een groothandel in drogisterijproducten hielden en diensten verleenden aan drogisten. In december 2015 zijn de vennootschappen failliet verklaard. De curator heeft de arbeidsovereenkomsten van de medewerkers opgezegd en de activa verkocht aan NDS. NDS had hierop niet het hoogste bod gedaan maar was wel bereid om de meeste werknemers over te nemen. De curator heeft de Ondernemingsraad (de OR) op verzoek ge&iuml;nformeerd over dit besluit. De OR heeft de curator verzocht te verklaren dat hij de kosten van de OR voor juridische bijstand als boedelschuld zou beschouwen. Dit verzoek wees de curator af.</p> <p>De OR heeft op de voet van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukIVA_Artikel26" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 26 WOR</a>&nbsp;beroep in gesteld bij de Ondernemingskamer tegen het besluit tot overdracht van activa. De OR stelde onder meer dat over dit besluit ten onrechte geen advies is gevraagd. De Ondernemingskamer heeft dit beroep afgewezen. De Ondernemingskamer overwoog onder meer dat het adviesrecht in beginsel onverenigbaar is met de op afwikkeling van de boedel gerichte rol van de curator. Daarbij acht de Ondernemingskamer ook van belang dat de curator de onderneming gedurende het faillissement niet heeft voortgezet. De curator was niet gehouden advies te vragen aan de OR en evenmin verplicht de kosten van deze procedure voor rekening van de boedel te laten komen.</p> <h4>Adviesrecht Ondernemingsraad in faillissement</h4> <p>De OR komt hiertegen op in cassatie. Onderdeel 1 klaagt over het oordeel dat het adviesrecht van de OR in beginsel niet geldt in faillissement. Onderdeel 2 klaagt over het oordeel dat voor de toepasselijkheid van het adviesrecht vereist is dat de curator de onderneming voortzet.</p> <p>De&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukI" rel="noopener noreferrer" target="_blank">WOR</a>&nbsp;bevat verplichtingen voor de ondernemer. De ondernemer (een natuurlijke of rechtspersoon) die een onderneming in stand houdt, waarin in de regel minstens 50 personen werkzaam zijn, is verplicht een ondernemingsraad in te stellen en de voorschriften van de WOR na te leven (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukII_Artikel2" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 2 WOR</a>). Wanneer de vennootschap failliet wordt verklaard, was tot dit arrest niet duidelijk of de curator moet worden beschouwd als de ondernemer in de zin van de WOR, of als de bestuurder in de zin van de WOR (zie&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukI_Artikel1" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 1 lid 1 sub e</a>). De Hoge Raad overweegt (rov. 3.3.3) dat de WOR zich niet in algemene zin niet verdraagt met de toepasselijkheid van de Faillissementswet: de WOR blijft in faillissement dus van toepassing. Ook overweegt de Hoge Raad dat de curator tijdens het faillissement de bevoegdheden van de&nbsp;ondernemer&nbsp;uitoefent voor zover de Faillissementswet dat meebrengt; dat sluit niet uit dat hij tevens aangemerkt kan worden als&nbsp;bestuurder&nbsp;in de zin van de wet. In elk geval moet de curator in deze hoedanigheden zorgdragen voor het naleven van de voorschriften van de WOR tijdens het faillissement.</p> <p>Daarbij gelden wel twee beperkingen. Het adviesrecht van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukIVA_Artikel25" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 25 WOR</a>&nbsp;ziet in beginsel niet op de verkoop van goederen op de voet van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-04-01#TiteldeelI_AfdelingZevende_Artikel176" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 176 Fw&nbsp;</a>of het ontslag van werknemers op de voet van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-04-01#TiteldeelI_AfdelingTweede_Artikel40" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 40 Fw</a>&nbsp;&ndash; ook niet wanneer dat tot gevolg heeft dat de onderneming wordt be&euml;indigd (be&euml;indiging van de onderneming is normaliter een adviesplichtig besluit op grond van art. 25 lid 1 sub c van de WOR). Dit zijn namelijk handelingen van de curator die zijn gericht op de liquidatie van het (ondernemings)vermogen, waartoe de Faillissementswet hem bevoegd maakt. De door het adviesrecht beschermde belangen moeten in dat geval wijken voor de belangen van de schuldeisers bij een voortvarende en voordelige afwikkeling van het faillissement. Dit is anders wanneer de verkoop van activa plaatsvindt in het kader van een voortzetting of doorstart van (delen van) de onderneming door dezelfde of een andere entiteit, waarbij het vooruitzicht bestaat van het behoud van arbeidsplaatsen. Dan is een daarop gericht besluit wel adviesplichtig, bijvoorbeeld op grond van art. 25 lid 1 sub a of sub c, aldus de Hoge Raad in rov. 3.3.4.</p> <p>De tweede beperking is dat de voorschriften van de WOR niet altijd verenigbaar zijn met faillissement, zodat ze niet onverkort kunnen worden toegepast. De curator mag bijvoorbeeld afwijken van de formele vereisten bij uitoefening van het adviesrecht van art. 25 lid 2-6 WOR, zo overweegt de Hoge Raad in rov. 3.3.5. De ondernemingsraad en de curator moeten zich bij de verwezenlijking van de WOR zodanig jegens elkaar te gedragen als door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.</p> <p>De klachten van onderdeel 1 en 2 slagen dus. De oordelen van de Ondernemingskamer dat het adviesrecht van de ondernemingsraad in beginsel in faillissement niet geldt, en het oordeel dat voor toepasselijkheid in elk geval is vereist dat de curator de onderneming voortzet, zijn onjuist.</p> <h4>Proceskosten Ondernemingsraad</h4> <p>De OR had daarnaast in onderdeel 3 geklaagd over het oordeel van de Ondernemingskamer dat de curator niet verplicht was de kosten van deze procedure voor rekening van de boedel te laten komen, en over het afwijzen van de proceskostenveroordeling. De Ondernemingskamer motiveerde dit oordeel met het ontbreken van een adviesplicht. Door het slagen van de andere cassatieklachten over deze adviesplicht, kan ook dit oordeel niet in stand blijven.</p> <p>Ook A-G Hartlief&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:175" rel="noopener noreferrer" target="_blank">concludeerde</a>&nbsp;dat de drie onderdelen van het cassatiemiddel doel troffen, maar meende dat de Hoge Raad de zaak zelf direct af zou kunnen doen door te verklaren dat de vennootschappen gehouden zijn de redelijke kosten van de OR te voldoen en hen te veroordelen tot de kosten van het geding in cassatie. De Hoge Raad vernietigt en verwijst het geding echter terug naar de Ondernemingskamer. De omvang van de op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukIII_Artikel22" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 22 WOR</a>&nbsp;te vergoeden kosten kan in een afzonderlijke procedure&nbsp; aan de orde komen (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukVI_Artikel36" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 36 lid 2 WOR</a>) en daarnaast kan de Ondernemingskamer een proceskostenveroordeling uitspreken als de vennootschappen ten opzichte van de OR kunnen worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partijen. Daarbij staat het de Ondernemingskamer vrij om het liquidatietarief niet toe te passen.</p> 1 2017-07-25 12:29 +02:00 2017-07-25 12:29 +02:00 http://www.telegraaf.nl/dft/geld/werk-inkomen/28577182/___Kind-budget_geen_inkomen___.html http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/raad-kindgebonden-budget-geen-inkomen/ Personen- en familierecht Raad: Kindgebonden budget geen inkomen Het bedrag aan partneralimentatie mag niet worden verlaagd omdat een ouder al kindgebonden budget ontvangt. Het budget mag de onderhoudsbijdrage voor de ex-partner niet beïnvloeden. de Telegraaf Tue, 25 Jul 2017 11:50:22 +0200 <p>Het bedrag aan partneralimentatie mag niet worden verlaagd omdat een ouder al kindgebonden budget ontvangt. Het budget mag de onderhoudsbijdrage voor de ex-partner niet be&iuml;nvloeden.</p> <p>Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald in prejudici&euml;le procedure, daarbij legt een lagere rechter een vraag voor aan de raad in een lopende procedure.</p> <p>Het gerechtshof in Den Haag wilde van de raad weten of bij partneralimentatie rekening moet worden gehouden met het kindgebonden budget dat de ouder, die recht heeft op partneralimentatie, al ontvangt. Als het kindgebonden budget als inkomen aangemerkt wordt, zou de partneralimentatie lager kunnen uitvallen.</p> <p>De raad redeneert dat het kindgebonden budget moet worden besteed aan de kinderen. Het is niet bestemd om te voorzien in het levensonderhoud van de verzorgende ouder. De behoefte aan partneralimentatie van deze ouder verandert dus niet door het kindgebonden budget, daarmee is het korten op partneralimentatie niet van toepassing.</p> 0 2017-07-25 11:50 +02:00 2017-07-25 11:50 +02:00 https://cassatieblog.nl/arbeidsrecht/hoogte-van-de-billijke-vergoeding-eindelijk-richtlijnen/ http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/hoogte-van-de-billijke-vergoeding-eindelijk-richtlijnen/ Arbeidsrecht Hoogte van de billijke vergoeding: eindelijk richtlijnen? Al sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid houdt de billijke vergoeding de gemoederen bezig. De afgelopen twee jaar is nader uitgekristalliseerd welke situaties aanleiding geven voor toekenning van een billijke vergoeding en is ook de aanvankelijke onduidelijkheid tussen de billijke vergoedingen die op diverse plaatsen in de wet zijn verankerd opgehelderd. Cassatieblog Tue, 25 Jul 2017 11:48:46 +0200 <p>Al sinds de invoering van de&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035254&amp;z=2016-01-01&amp;g=2016-01-01" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Wet werk en zekerheid</a>&nbsp;houdt de billijke vergoeding de gemoederen bezig. De afgelopen twee jaar is nader uitgekristalliseerd welke situaties aanleiding geven voor toekenning van een billijke vergoeding en is ook de aanvankelijke onduidelijkheid tussen de billijke vergoedingen die op diverse plaatsen in de wet zijn verankerd opgehelderd.</p> <p>In alle situaties blijft echter de hamvraag: hoe hoog dient de billijke vergoeding te zijn? De jurisprudentie schiet nog alle kanten op. Zowel wat betreft de hoogte van de vergoedingen als wat betreft de motivering. Op 30 juni 2017&nbsp;heeft de Hoge Raad zich nader over de billijke vergoeding uitgelaten. Krijgt de praktijk eindelijk handvatten voor de vaststelling van de billijke vergoeding?</p> <h4>Kader billijke vergoeding</h4> <p>Een werknemer heeft alleen in uitzonderlijke gevallen recht op een billijke vergoeding, veelal naast de transitievergoeding. De lat ligt hoog, waardoor ook wel wordt gesproken van het &lsquo;muizengaatje&rsquo;. Voor het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding bestaan geen wettelijke criteria. Er is geen rekenformule en er is ook geen minimum of maximum bepaald. Het is aan de rechter om de hoogte van de vergoeding te bepalen, rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden van het geval.</p> <h4>Verschillende situaties</h4> <p>Kort gezegd zijn er 3 situaties te onderscheiden wanneer aanspraak kan bestaan op een billijke vergoeding:</p> <ul> <li>bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst</li> <li>nadat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is ge&euml;indigd</li> <li>na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, waarbij de werknemer om een billijke vergoeding verzoekt in plaats van vernietiging van de opzegging of als de werknemer niet om herstel verzoekt van de door opzegging ge&euml;indigde arbeidsovereenkomst</li> </ul> <p>Voor alle situaties geldt dat er sprake dient te zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Dat daarvan sprake is wordt al op voorhand aangenomen bij de vernietigbare opzegging van de arbeidsovereenkomst, omdat de werkgever in dat geval heeft gehandeld in strijd met voor hem geldende voorschriften. Denk bijvoorbeeld aan een onterecht gegeven ontslag op staande voet of een opzegging zonder instemming van de werknemer. De&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1187" rel="noopener noreferrer" target="_blank">uitspraak</a>&nbsp;van de Hoge Raad van 30 juni 2017 heeft betrekking op deze laatste situatie.</p> <h4>Wat was er aan de hand?</h4> <p>Een kapster werd na 25 jaar ontslagen na een discussie over het opnemen van haar vakantie. Kort daarvoor hadden de nieuwe eigenaren van de kapsalon de werkneemster al een vaststellingsovereenkomst aangeboden en hadden ze (vruchteloos) geprobeerd een ontslagvergunning bij het UWV te verkrijgen. De kapster had een dienstverband voor 4,5 uur per week en een inkomen van &euro; 224,51&nbsp;bruto per maand. Zij vroeg de rechter niet om de opzegging te vernietigen, maar om haar naast de transitievergoeding van &euro; 1.596 een billijke vergoeding toe te kennen van &euro; 57.699,07 bruto; het salaris dat zij tot haar pensioen zou hebben verdiend.</p> <h4>Kantonrechter en Hof</h4> <p>De kantonrechter heeft de kapsalon veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van &euro; 4.000 bruto. Het hof heeft die uitspraak bekrachtigd. Opvallend is dat zowel de kantonrechter als het hof bij de bepaling van de billijke vergoeding hebben overwogen dat de vergoeding een &lsquo;punitief en afschrikwekkend karakter&rsquo; dient te hebben en zodanig substantieel dient te zijn dat een vergelijkbaar handelen in de toekomst wordt voorkomen. Dit uitgangspunt was een novum en komt gaandeweg in meer uitspraken voor (bijvoorbeeld:&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:3731" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Kantonrechter Roermond 21 april 2017</a>,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:3102" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Kantonrechter Rotterdam 14 april 2017</a>&nbsp;en&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:7113" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Kantonrechter Arnhem, 14 december 2016</a>).</p> <h4><strong>Handvatten van de Hoge Raad</strong></h4> <p>De werkneemster is het niet eens met de hoogte van de vergoeding en de Hoge Raad geeft haar gelijk. In de uitspraak staan de volgende handvatten:</p> <h4>Geen punitief karakter</h4> <p>Volgens de Hoge Raad komt de werkneemster terecht op tegen het oordeel dat de billijke vergoeding een punitief en afschrikwekkend karakter voor de werkgever moet hebben. Uit de tekst van en de parlementaire toelichting op de Wwz blijkt niet dat de wetgever aan de billijke vergoeding een specifiek punitief karakter heeft willen toekennen. Daarom behoort bij het vaststellen van de billijke vergoeding naar het oordeel van de Hoge Raad daarmee geen rekening te worden gehouden. Een punitief karakter is volgens de Hoge Raad ook niet nodig. Doordat bij het vaststellen van de billijke vergoeding rekening kan worden gehouden met de gevolgen van het ontslag, kan worden tegengegaan dat werkgevers voor een vernietigbare opzegging kiezen omdat dit voor hen voordeliger is dan het op de juiste wijze be&euml;indigen van de arbeidsovereenkomst of het in stand houden daarvan.</p> <h4>Meewegen gevolgen van het ontslag</h4> <p>Op het veelbesproken vraagstuk in hoeverre de gevolgen van het ontslag voor de werknemer mogen meewegen bij het vaststellen van de billijke vergoeding is de Hoge Raad duidelijk: hoewel het gevolgencriterium wordt geacht te zijn verdisconteerd in de transitievergoeding, verzet het stelsel van de Wwz zich er niet tegen dat bij&nbsp;de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding rekening wordt gehouden met de gevolgen van het ontslag. Meer specifiek wordt geoordeeld dat het Hof in dit geval de duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten, waarbij het Hof niet voorbij had mogen gaan aan de stelling van de werkneemster dat zij haar dienstbetrekking tot haar pensioen had kunnen voortzetten als zij niet zou zijn ontslagen.</p> <h4>Algemene handvatten</h4> <p>De meer algemene handvatten die uit de uitspraak gedestilleerd kunnen worden voor wat betreft het begroten van de billijke vergoeding zijn als volgt:</p> <ul> <li>er kan rekening worden gehouden met de duur van het dienstverband</li> <li>de mate waarin de werkgever van de grond voor de vernietigbaarheid van de opzegging een verwijt valt te maken speelt een rol</li> <li>bij het vaststellen van de billijke vergoeding kan rekening worden gehouden met het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd</li> <li>voor zover het om in de toekomst te derven loon gaat, is van belang in hoeverre de redenen die de werknemer heeft om af te zien van vernietiging van de opzegging aan de werkgever zijn toe te rekenen</li> <li>bezien zal moeten worden of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook op rechtmatige wijze zou hebben kunnen be&euml;indigen, en op welke termijn dit dan vermoedelijk zou zijn gebeurd. Dit is in de jurisprudentie al terug te zien bij de&nbsp;begroting van de billijke vergoeding bij bijvoorbeeld ontslag op staande voet zaken waarbij de onverwijldheid ontbreekt maar er wel een voldragen ontslaggrond bestaat. Waar relevant, kan ook acht worden geslagen op de mogelijkheid de loonvordering te matigen op grond van artikel 7:680a BW</li> <li>er kan rekening worden gehouden met het gegeven dat de werknemer ander werk heeft gevonden en de inkomsten die hij daaruit geniet, alsmede met (andere) inkomsten die hij in redelijkheid in de toekomst kan verwerven</li> <li>bij de vergelijking tussen de situatie zonder de vernietigbare opzegging en de situatie waarin de werknemer zich op dat moment bevindt, dient ook de eventueel aan de werknemer toekomende transitievergoeding te worden betrokken.</li> </ul> <h4>Bevestiging keuzemogelijkheid werknemer</h4> <p>De Hoge Raad bevestigt dat een werknemer in geval van een vernietigbare opzegging van de arbeidsovereenkomst de vrijheid heeft om ervoor te kiezen de opzegging niet te vernietigen en in plaats daarvan een billijke vergoeding te verzoeken. Zoals het Hof al overwoog kent artikel&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=10&amp;afdeling=9&amp;artikel=681&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener noreferrer" target="_blank">7:681 BW</a>&nbsp;geen rangorde. Het kan een werknemer dus niet worden tegengeworpen indien niet primair om vernietiging van de opzegging wordt verzocht.</p> <h4>Wat betekent dit voor de praktijk?</h4> <p>Het is na deze uitspraak duidelijk dat de billijke vergoeding geen punitief karakter heeft. Arbitraire discussies wat punitief is kunnen dus voortaan achter wege blijven. Ook is duidelijk dat bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Dat geeft houvast, maar het is nog steeds een open norm die invulling vergt.</p> 0 2017-07-25 11:48 +02:00 2017-07-25 11:48 +02:00 http://www.nu.nl/internet/4833665/eerste-kamer-stemt-in-met-verruiming-aftapmogelijkheden.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/eerste-kamer-stemt-in-met-verruiming-aftapmogelijkheden/ Overige artikelen Eerste Kamer stemt in met verruiming aftapmogelijkheden De Eerste Kamer heeft dinsdagnacht ingestemd met de aftapwet, die inlichtingendiensten toestaat om meer soorten gegevens grootschalig te onderscheppen. De wet gaat per 1 januari 2018 in werking. NU.nl Tue, 25 Jul 2017 11:46:54 +0200 <p>De Eerste Kamer heeft dinsdagnacht ingestemd met de aftapwet, die inlichtingendiensten toestaat om meer soorten gegevens grootschalig te onderscheppen. De wet gaat per 1 januari 2018 in werking.</p> <p>Met de instemming van de Eerste Kamer is de laatste horde genomen en komt de omstreden wet er definitief.&nbsp;VVD, PVV, CDA, SGP, PvdA, 50PLUS en OSF stemden voor.&nbsp;</p> <p>De zogenoemde nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) vervangt een versie van de wet die in 2002 voor het laatst is aangepast. De nieuwe wet geeft de inlichtingendiensten AIVD en MIVD meer bevoegdheden om internetverkeer grootschalig af te luisteren.</p> <p>De diensten kunnen bijvoorbeeld tijdelijk het verkeer van een hele wijk aftappen, of al het verkeer tussen Nederland en Syri&euml;. Voorheen was het voor de diensten alleen toegestaan om 'niet-kabelgebonden' internetverkeer ongericht af te tappen, maar steeds meer internetverkeer gaat tegenwoordig juist wel via kabels. Daarom was volgens het kabinet een vernieuwing nodig.</p> <p>Voordat internetverkeer ongericht mag worden afgeluisterd, is toestemming van de minister van Binnenlandse Zaken of Defensie nodig. Ook wordt een nieuwe toetsingscommissie in het leven geroepen die inzet van het 'sleepnet' moet goedkeuren. Ook de bestaande toezichthouder CTIVD blijft achteraf kijken of de diensten zich aan de regels houden.</p> 0 2017-07-25 11:46 +02:00 2017-07-25 11:46 +02:00 https://cassatieblog.nl/insolventierecht/verlenging-van-de-schuldsaneringsregeling-bij-het-einde-van-de-looptijd/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/verlenging-van-de-schuldsaneringsregeling-bij-het-einde-van-de-looptijd/ Overige artikelen Verlenging van de schuldsaneringsregeling bij het einde van de looptijd Verlenging van de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd daarvan is niet mogelijk op andere dan de wettelijke gronden, zodat het belang van de schuldeisers daarvoor geen zelfstandige grond kan zijn. Cassatieblog Tue, 25 Jul 2017 11:45:33 +0200 <p>Verlenging van de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd daarvan is niet mogelijk op andere dan de wettelijke gronden, zodat het belang van de schuldeisers daarvoor geen zelfstandige grond kan zijn.</p> <h4>Achtergrond</h4> <p>In deze zaak gaat het om de vraag onder welke omstandigheden de rechter de termijn van de schuldsaneringsregeling kan verlengen. Verzoekster is door de rechtbank toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Op het moment van toelating was verzoekster net begonnen met een HBO-opleiding. Hoewel een schuldenaar in principe verplicht is om fulltime te werken, althans serieus werk te zoeken en dit in het algemeen niet samen gaat met het volgen van een opleiding, is verzoekster toch toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft daarbij wel bepaald dat verzoekster zich dient te houden aan de afspraken die in overleg met de bewindvoerder en na instemming van de rechter-commissaris worden gemaakt ten aanzien van (een eventuele verlenging van) de looptijd van de verplichting te werken naast de opleiding. De rechter-commissaris heeft de inspanningsverplichting op twintig uur per week gesteld.</p> <p>Toen het einde van de schuldsaneringsregeling naderde, heeft de bewindvoerder verklaard dat verzoekster aan haar verplichtingen heeft voldaan. De bewindvoerder adviseerde daarbij wel een verlenging van de schuldsaneringsregeling met twee jaar, omdat verzoekster in verband met de opleiding gedurende de schuldsaneringsregeling niet volledig voor arbeid beschikbaar was geweest. De rechter-commissaris adviseerde om verzoekster de schone lei te verlenen. De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling vervolgens met twee jaar verlengd. Het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof overwoog daarbij dat de rechter op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel349a" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 349a Fw</a>&nbsp;een ruime beoordelingsmarge heeft bij het verlengen van de looptijd van de schuldsaneringsregeling. Naar het oordeel van het hof heeft verzoekster niet volledig aan haar inspanningsverplichting voldaan, omdat zij gedurende de reguliere termijn van de schuldsanering niet volledig beschikbaar is geweest voor de schuldeisers aangezien zij een voltijd Hbo-opleiding volgde. Het niet voldoen aan deze verplichting is volgens het hof een reden om de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen.</p> <h4>Cassatie</h4> <p>Verzoekster komt van dit oordeel in cassatie en klaagt (onder meer) dat het hof heeft miskend dat, wanneer een schuldenaar door de rechter-commissaris gedeeltelijk is vrijgesteld van een inspanningsverplichting, het feit dat de schuldenaar de verplichting waarvoor de vrijstelling is gegeven niet nakomt niet kan worden aangemerkt als een toerekenbare tekortkoming. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond. In de&nbsp;<a href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Recofa-richtlijnen-voor-schuldsaneringsregelingen.pdf" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Recofa-richtlijnen (art. 3.5 onder b en d)&nbsp;</a>is in dit verband bepaald dat een schuldenaar zonder betaald werk een sollicitatieplicht heeft met het oog op het verkrijgen van fulltime werk, tenzij de rechter-commissaris hiervoor een ontheffing verleend. De inspanningsverplichting is in de onderhavige zaak door de rechter-commissaris vastgesteld op twintig uur. Het staat vast dat verzoekster aan die verplichting heeft voldaan. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof dan ook ten onrechte geoordeeld dat verzoekster niet volledig aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan.</p> <p>Daarnaast klaagde verzoekster tegen het oordeel van het hof dat de schuldsaneringsregeling met twee jaar kon worden verlengd. Ook deze klacht acht de Hoge Raad gegrond. Daartoe zet de Hoge Raad allereerst de mogelijkheden tot verlenging van de termijn uiteen. De reguliere termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt drie jaar (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel349a" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 349a lid 1 Fw</a>). In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste vijf jaar stellen (art 349a lid 1, tweede zin, Fw). Dit is mogelijk bij de beoordeling of tussentijds be&euml;indigen is aangewezen (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel350" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 350 Fw</a>) of bij het einde van de looptijd (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel352" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 352 Fw</a>). Ook de rechter-commissaris kan (bij schriftelijke beschikking) de termijn wijzigen (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel349a" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 349a lid 2 Fw</a>). In de onderhavige zaak gaat het om de vraag in welke gevallen de rechter bij het einde van de looptijd de termijn kan verlengen. Bij de beantwoording van die vraag is naar het oordeel van de Hoge Raad de gang van zaken bij de nadering van het einde van de vastgestelde looptijd van belang. Op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel354" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 354 lid 1 Fw</a>&nbsp; doet de rechter uiterlijk op de achtste dag na de terechtzitting waarop de be&euml;indiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel352" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 352 Fw</a>), uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van de verplichtingen is tekortgeschoten. Indien er sprake is van een tekortkoming wordt beoordeeld of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend (art. 354 lid 1 Fw). Art. 354 lid 2 Fw bepaalt dat het onder omstandigheden mogelijk is dat de toerekenbare tekortkoming buiten beschouwing blijft. Als er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming wordt een &lsquo;schone lei&rsquo; verleend (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel356" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 356 lid 2 Fw</a>).</p> <p>Onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2014:2935 (besproken in&nbsp;<a href="https://cassatieblog.nl/insolventierecht/verlenging-schuldsanering-mogelijk-na-verstrijken-wettelijke-schuldsaneringstermijn/" rel="noopener noreferrer" target="_blank">CB 2014-158</a>) overweegt de Hoge Raad vervolgens dat indien de schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten en deze tekortkoming niet buiten beschouwing wordt gelaten, de rechter kan besluiten tot verlenging van de schuldsaneringsregeling. Naar het oordeel van de Hoge Raad is verlenging van de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd niet mogelijk op andere dan de wettelijke gronden zoals hiervoor beschreven. Dit betekent dat het belang van de schuldeisers daarvoor geen zelfstandige grond voor een verlenging zijn. Nu vaststaat dat verzoekster in dit geval aan haar inspanningsverplichting (van twintig uur) had voldaan en er dus geen sprake was van een toerekenbare tekortkoming, is er naar het oordeel van de Hoge Raad geen grond voor verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling. De schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoekster dient te worden be&euml;indigd onder toekenning van de schone lei. Mede met oog op de vaststelling van het salaris van de bewindvoerder verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar de rechtbank.</p> 0 2017-07-25 11:45 +02:00 2017-07-25 11:45 +02:00 http://www.mr-online.nl/advocaten-geen-afm-vergunning-nodig/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/advocaat-heeft-nog-geen-afm-vergunning-nodig/ Overige artikelen Advocaat heeft (nog) geen AFM-vergunning nodig Advocaten hoeven voorlopig geen AFM-vergunning te hebben. Dat is de uitkomst van overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten en de Autoriteit Financiële Markten . Mr. Omline Wed, 14 Jun 2017 11:21:45 +0200 <p>Advocaten hoeven voorlopig geen AFM-vergunning te hebben. Dat is de uitkomst van overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en de Autoriteit Financi&euml;le Markten (AFM).</p> <p>De AFM vindt dat advocaten, net als anderen die incasso-activiteiten uitvoeren, vergunningsplichtig zijn. Maar na een gesprek met de NOvA heeft de financi&euml;le toezichthouder besloten om voorlopig niet te handhaven, zei algemeen deken Bart van Tongeren van de NOvA woensdag 19 april tijdens een vergadering van het College van Afgevaardigden.</p> <p>Uitstel betekent echter niet per se afstel, blijkt uit een verklaring van de AFM. &ldquo;Iedereen die adviseert en bemiddelt over krediet, moet volgens de&nbsp;<a href="https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/2016/nov/verantwoordelijkheid-kredietaanbieders-incassoproblemen">Leidraad Consumenten en Incassotrajecten&nbsp;v</a>oldoen aan de voorwaarden,&rdquo; legt woordvoerster Nicole Reijnen van de toezichthouder uit. De AFM beoordeelt de werkwijze van de kredietaanbieder, kijkt of deze aan de diploma-eisen voldoet en beslist dan of er een vergunning kan worden verleend.</p> <p>&ldquo;In het overleg met de AFM heeft de NOvA gezegd te gaan uitzoeken of er&nbsp;advocaten zijn die aan bemiddeling en advies over krediet doen,&rdquo; zegt Reijnen. De AFM wacht nu waar de NOvA mee komt.</p> 1 2017-06-14 11:21 +02:00 2017-06-14 11:21 +02:00 http://cassatieblog.nl/huwelijksvermogensrecht/vaststelling-draagkracht-directeur-grootaandeelhouder/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/vaststelling-draagkracht-directeur-grootaandeelhouder/ Overige artikelen Vaststelling draagkracht directeur-grootaandeelhouder Ingeval een directeur-grootaandeelhouder alimentatieplichtig is, gaat het bij de in aanmerking te nemen inkomsten niet alleen om zijn uit de onderneming genoten salaris, maar kan ook de in de vennootschap behaalde winst een rol spelen bij de draagkrachtberekening. Cassatieblog Wed, 14 Jun 2017 11:20:35 +0200 <p>Ingeval een directeur-grootaandeelhouder alimentatieplichtig is, gaat het bij de in aanmerking te nemen inkomsten niet alleen om zijn uit de onderneming genoten salaris, maar kan ook de in de vennootschap behaalde winst een rol spelen bij de draagkrachtberekening.</p> <h4><strong>Achtergrond</strong></h4> <p>In deze alimentatiezaak gaat het om de vraag of bij de bepaling van de draagkracht van een directeur-grootaandeelhouder voor het vaststellen van kinderalimentatie naast zijn salaris uit de vennootschap ook rekening kan worden gehouden met de winstreserves in die vennootschap. Verzoekster in deze zaak (de vrouw) heeft verzocht om vaststelling van kinderalimentatie ten laste van verweerder (de man). De vrouw stelt zich op het standpunt dat bij het bepalen van het inkomen van de man niet alleen zijn salaris in aanmerking moet worden genomen, maar ook de als dividend door de vennootschap aan de man uit te keren winst. De vrouw heeft daartoe aangevoerd dat de onderneming goede resultaten behaalt en dat er geen noodzaak is om de winst op te potten. De man heeft aangegeven dat er bij het bepalen van zijn inkomen geen rekening dient te worden gehouden met de winstreserves, omdat hij de winst niet wil uitkeren in verband met de continu&iuml;teit van de onderneming.</p> <p>Zowel de rechtbank als het hof hebben bij het bepalen van de draagkracht van de man de winstreserves niet bij het inkomen geteld. Naar het oordeel van het hof is er geen aanleiding om de in de vennootschap gemaakte winst als inkomen aan te merken. Dat winstreserves aanwezig zijn betekent volgens het hof nog niet dat ruimte is voor dividenduitkeringen. Dit is in beginsel ter beoordeling van de bestuurder van de vennootschap, die daarbij rekening dient te houden met zijn wettelijke verplichtingen uit hoofde van boek 2 BW en de belangen van de vennootschap, aldus het hof.</p> <h4><strong>Cassatie</strong></h4> <p>De vrouw komt van dit oordeel in cassatie en klaagt (onder meer) dat het hof heeft miskend dat het aan de man is om te onderbouwen waarom van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij naast zijn salaris meer inkomsten uit zijn onderneming genereert. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond en overweegt daartoe het volgende:</p> <p>&lsquo;Bij de beoordeling van deze onderdelen wordt vooropgesteld dat bij het vaststellen van de draagkracht van de alimentatieplichtige niet alleen acht dient te worden geslagen op de inkomsten die de alimentatieplichtige zich feitelijk verwerft, maar ook op de inkomsten die hij zich in redelijkheid kan verwerven. Ingeval een directeur-grootaandeelhouder alimentatieplichtig is, gaat het bij de in aanmerking te nemen inkomsten niet alleen om zijn uit de onderneming genoten salaris, maar kan ook de in de vennootschap behaalde winst een rol spelen bij de draagkrachtberekening (HR 6 juni 2014,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:1335" rel="noopener noreferrer" target="_blank">ECLI:NL:HR:2014:1335</a>&nbsp;, NJ 2014/297).&rsquo; (Het arrest van 6 juni 2014 is besproken in&nbsp;<a href="http://cassatieblog.nl/huwelijksvermogensrecht/ook-vennootschapswinst-kan-rol-spelen-bij-draagkrachtberekening-alimentatieplichtige-directeur-grootaandeelhouder/" rel="noopener noreferrer" target="_blank">CB 2014-109</a>)</p> <p>Door geen aandacht te besteden aan de essenti&euml;le stellingen van de vrouw heeft het hof zijn oordeel volgens de Hoge Raad ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt dan ook de beschikking van het hof en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing.</p> 1 2017-06-14 11:20 +02:00 2017-06-14 11:20 +02:00 http://www.mr-online.nl/meer-vertrouwen-rechters/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/meer-vertrouwen-in-rechters/ Overige artikelen Meer vertrouwen in rechters Nederlanders hebben meer vertrouwen gekregen in rechters. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek . In geen enkel ander instituut hebben burgers zoveel vertrouwen als in de rechtspraak: in 2012 was dat 68,8 procent en in 2016 scoorden de rechters 71,5 procent. Mr. Omline Mon, 12 Jun 2017 14:53:40 +0200 <p>Nederlanders hebben meer vertrouwen gekregen in rechters. Dat blijkt uit&nbsp;onderzoek&nbsp;van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In geen enkel ander instituut hebben burgers zoveel vertrouwen als in de rechtspraak: in 2012 was dat 68,8 procent en in 2016 scoorden de rechters 71,5 procent.</p> <p>De rechters worden gevolgd door de politie (70,3 procent in 2016) en het leger (64,9 procent in 2016). Het laagst scoren in 2016 de kerken (30,4 procent), de pers (31,2 procent) en de Europese Unie (36 procent).</p> <p>Hoger opgeleiden hebben doorgaans meer vertrouwen in instituties dan lager opgeleiden.</p> 0 2017-06-12 14:53 +02:00 2017-06-12 14:53 +02:00 http://www.mr-online.nl/digitaal-procederen-werkt-hoge-raad/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/digitaal-procederen-werkt-bij-de-hoge-raad/ Overige artikelen Digitaal procederen werkt bij de Hoge Raad De overgang van papier naar digitaal procederen is bij de Hoge Raad goed verlopen. Dat schrijft minister Blok in de voortgangsrapportage KEI aan de Tweede Kamer. Mr. Omline Mon, 12 Jun 2017 14:52:45 +0200 <p>De overgang van papier naar digitaal procederen is bij de Hoge Raad goed verlopen. Dat schrijft minister Blok (Veiligheid en Justitie) in de&nbsp;voortgangsrapportage&nbsp;KEI aan de Tweede Kamer.</p> <p>Sinds 1 maart 2017 is&nbsp;digitaal procederen verplicht&nbsp;voor vorderingszaken in cassatie bij de Hoge Raad. &ldquo;Ter voorbereiding op de inwerkingtreding heeft de Hoge Raad verschillende voorlichtings- en oefenbijeenkomsten voor civiele cassatieadvocaten georganiseerd,&rdquo; schrijft Blok. &ldquo;Deze zijn druk bezocht. Mede hierdoor hebben zich nauwelijks bijzonderheden voorgedaan bij de overgang. Het aantal vragen om ondersteuning is zeer beperkt gebleven.&rdquo;</p> <h2>INSTROOMCIJFERS</h2> <p>Het aantal digitale civiele vorderingszaken schommelt tussen 20 en 25 per maand. Het webportaal van de Hoge Raad is ook opengesteld voor de afhandeling van prejudici&euml;le vragen in fiscale en civiele zaken. De Hoge Raad beziet nog wanneer in de overige civiele zaken en de fiscale zaken digitaal kan worden geprocedeerd.</p> <h2>RAAD VAN STATE</h2> <p>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat op 12 juni van start met digitaal procederen op vrijwillige basis in asiel- en bewaringszaken. Dit sluit aan op het landelijk uitrollen van verplicht digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken in eerste aanleg. Eerst krijgen enkele advocaten de kans om gebruik te maken van het digitale portaal van de Raad van State. Daarna wordt de kring van digitale deelnemers stap voor stap uitgebreid.</p> <h2>DUURDER</h2> <p>Invoering van het verplicht digitaal procederen, kortweg KEI genoemd, wordt duurder dan verwacht, schrijft Blok verder.&nbsp;Door latere inwerkingtreding van de wetgeving lopen de ontwikkelkosten langer door en komen de besparingen later. De financi&euml;le consequenties daarvan zijn nu nog niet bekend.</p> <p>Bij de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland wordt op 1 september digitaal procederen verplicht bij civiele vorderingen boven de 25.000 euro.</p> 0 2017-06-12 14:52 +02:00 2017-06-12 14:52 +02:00 http://www.nu.nl/binnenland/4722525/selectieprocedure-aantal-universiteiten-in-strijd-met-wet.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/selectieprocedure-aantal-universiteiten-in-strijd-met-de-wet/ Overige artikelen Selectieprocedure aantal universiteiten in strijd met de wet Een aantal universiteiten gaat de fout in bij de decentrale selectie van aankomende studenten. Dat stellen het Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijk Studenten Rechtsbureau vrijdag op basis van eigen onderzoek. NU.nl Mon, 12 Jun 2017 14:51:16 +0200 <p>Een aantal universiteiten gaat de fout in bij de decentrale selectie van aankomende studenten. Dat stellen het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en Landelijk Studenten Rechtsbureau (LSR) vrijdag op basis van eigen onderzoek.</p> <p>Onder meer de procedures Universiteit Leiden, de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen zijn in strijd met de wet.</p> <p>In 2014 besloot het kabinet de centrale loting voor studies met een beperkt aantal plaatsen (numerusfixusopleidingen) vanaf het studiejaar 2017/2018 af te schaffen. Dat universiteiten en hogescholen vanaf komend studiejaar niet meer mogen selecteren op basis van een loting, moet de kans vergroten dat de juiste student op de juiste plek terechtkomt.</p> <p>Maar het LSR en het ISO concluderen dat een aantal universiteiten alleen het intellect (de cognitieve vaardigheden) toetst en helemaal geen rekening houdt met iemands motivatie of persoonlijkheid. Zo vraagt de Universiteit van Amsterdam voor de bachelor Geneeskunde aspirant-studenten eerst een kennistoets te maken. Wie dat niet goed doet, mag niet door naar de tweede ronde in de procedure. Volgens de twee organisaties is dat onterecht.</p> <h3>Afgewezen</h3> <p>''Het is verplicht dat aspirant-studenten op basis van verschillende criteria geselecteerd worden. We roepen studenten die onterecht afgewezen zijn op om zich bij ons te melden'', aldus voorzitter Gabri&euml;l van Rosmalen van het LSR.</p> <p>ISO-voorzitter Jan Sinnige noemt het "een kwalijke zaak dat universiteiten op deze manier de decentrale selectie misbruiken. Universiteiten krijgen vrijheid om het selectieproces te organiseren, maar het beleid van minister Jet Bussemaker (Onderwijs) schept duidelijke grenzen en vereisten."</p> <p>De Universiteit van Amsterdam roept aankomende studenten die denken dat de selectieprocedure niet eerlijk is verlopen op om zich te melden. "Die klachten zullen we zorgvuldig bekijken," aldus een woordvoerder. De universiteiten van Leiden en Groningen zijn niet bereikbaar voor commentaar.&nbsp;</p> 0 2017-06-12 14:51 +02:00 2017-06-12 14:51 +02:00 http://cassatieblog.nl/verbintenissenrecht/aanspraak-verkoopmakelaar-op-courtage-na-ontbinding-koopovereenkomst/ http://www.actuele-artikelen.nl/onroerend-goedrecht/aanspraak-verkoopmakelaar-op-courtage-na-ontbinding-koopovereenkomst/ Onroerend goedrecht Aanspraak verkoopmakelaar op courtage na ontbinding koopovereenkomst Het recht van een verkoopmakelaar op courtage komt niet te vervallen op de enkele grond dat zijn cliënt het beroep van de koper op de ontbindende voorwaarde heeft aanvaard. Een verkoopmakelaar dient bij het uitvoeren van zijn opdracht echter wel het belang van zijn opdrachtgever centraal te stellen. Cassatieblog.nl Tue, 23 May 2017 13:21:32 +0200 <p>Het recht van een verkoopmakelaar op courtage komt niet te vervallen op de enkele grond dat zijn cli&euml;nt het beroep van de koper op de ontbindende voorwaarde heeft aanvaard. Een verkoopmakelaar dient bij het uitvoeren van zijn opdracht echter wel het belang van zijn opdrachtgever centraal te stellen.&nbsp;Dit brengt mee dat een makelaar de rechtsgeldigheid van een beroep van de koper op een ontbindende voorwaarde dient te aanvaarden, indien zijn cli&euml;nt zich bij dat beroep neerlegt.</p> <h4><strong>Achtergrond</strong></h4> <p>In deze zaak gaat het over de aanspraak van een verkoopmakelaar op courtage na bemiddeling bij een koopovereenkomst die uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden. De verkoper (verweerster in cassatie) heeft met een verkoopmakelaar (eiser tot cassatie) een bemiddelingsovereenkomst gesloten, waarin is afgesproken dat een courtage berekend zal worden van 1,25% van de koopsom. Vervolgens is met een koper een koopovereenkomst tot stand gekomen onder de ontbindende voorwaarde van financiering. Partijen hebben afgesproken dat de koper slechts een beroep op de ontbindende voorwaarde kan doen indien aan de verkoper of aan de makelaar tenminste twee schriftelijke afwijzingen van banken worden overgelegd.</p> <p>Toen bleek dat de koper de financiering niet rond kon krijgen, heeft de koper per e-mail een beroep op de ontbindende voorwaarde gedaan. Bij die e-mail heeft de koper een afwijzing van een bank en een brief van zijn hypotheekadviseur, waarin staat dat de afwijzing van een andere bank volgt, gevoegd. De verkoper heeft het beroep op de ontbindende voorwaarde aanvaard. De makelaar stelt echter dat de koopovereenkomst niet is ontbonden, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van ontbinding (namelijk het overleggen van twee afwijzingen). De makelaar meent dan ook aanspraak te kunnen maken op courtage en vordert van de verkoper betaling daarvan.</p> <h4><strong>Procesverloop</strong></h4> <p>Zowel de kantonrechter als het hof hebben de vordering afgewezen. Naar het oordeel van het hof is de omstandigheid dat de koper en de verkoper er zelf van uit zijn gegaan dat de koopovereenkomst is ontbonden beslissend. Een derde (in dit geval de makelaar) kan zich er niet op beroepen dat de koopovereenkomst niet zou zijn ontbonden. Het hof overwoog verder dat nu de koper in deze procedure geen partij is, het hof niet in de rechtsverhouding tussen de verkoper en de koper kan treden en zeker niet, in de rechtsverhouding tussen de makelaar en de verkoper, kan uitgaan van een andere juridische vaststelling met betrekking tot het bestaan van de koopovereenkomst.</p> <h4><strong>Cassatie</strong></h4> <p>De makelaar komt van dit oordeel van het hof in cassatie en klaagt (onder meer) dat het hof heeft miskend dat de rechter in een procedure tussen de makelaar en de verkoper een oordeel kan geven over de vraag of in de verhouding tussen verkoper en koper een overeenkomst tot stand is gekomen, zonder dat dit oordeel ook in de verhouding tussen verkoper en de koper bindende kracht heeft. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond:</p> <p>&ldquo;Het recht van [eiser] als verkoopmakelaar op courtage komt niet te vervallen op de enkele grond dat zijn cli&euml;nt, [verweerster] , het beroep van koper op de ontbindende voorwaarde heeft aanvaard. Indien dit beroep van koper op kennelijk ontoereikende gronden is gebaseerd, kan de omstandigheid dat [verweerster] dit beroep heeft aanvaard, geen afbreuk doen aan het recht van [eiser] op de voor zijn diensten overeengekomen courtage. In dit licht getuigt van een onjuiste rechtsopvatting het oordeel van het hof dat het niet kan treden in de rechtsverhouding tussen [verweerster] en koper, en dat het ten aanzien van die rechtsverhouding zeker niet kan uitgaan van een andere, volledig aan de standpunten van partijen bij de rechtsverhouding tegenstrijdige, juridische vaststelling met betrekking tot het bestaan van de koopovereenkomst. Voorts is de omstandigheid dat koper in deze procedure geen partij is, in dit verband niet terzake dienend. Diens rechten of belangen zijn immers niet betrokken bij het antwoord op de vraag of [eiser] tegenover zijn opdrachtgever [verweerster] recht heeft op voldoening van courtage. Ook in zoverre berust het oordeel van het hof dus op een onjuiste rechtsopvatting.&rdquo;</p> <p>Toch kunnen de klachten naar het oordeel van de Hoge Raad niet tot cassatie leiden. Daartoe overweegt de Hoge Raad ten eerste dat uit het vonnis van de kantonrechter blijkt dat de koper, die tot 28 oktober 2011 de gelegenheid had om een beroep te doen op de ontbindende voorwaarde, de tweede afwijzing van een andere bank heeft overgelegd v&oacute;&oacute;r deze datum. Naar het oordeel van de Hoge Raad kan dan ook worden betwijfeld of een beroep van de verkoper jegens de koper op het niet vervuld zijn van de ontbindende voorwaarde zou kunnen slagen. Vervolgens overweegt de Hoge Raad dat een verkoopmakelaar op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2017-03-10#Boek7_Titeldeel7_Afdeling1_Artikel401" target="_blank">art. 7:401 BW</a>&nbsp;de zorg van een goed opdrachtnemer in acht dient te nemen. Dit brengt mee dat een makelaar bij het uitvoeren van zijn opdracht het belang van zijn opdrachtgever centraal dient te stellen en belangenverstrengeling dient te voorkomen. De zorg van een goed opdrachtnemer brengt naar het oordeel van de Hoge Raad mee dat een makelaar de rechtsgeldigheid van een beroep van de koper op een ontbindende voorwaarde dient te aanvaarden, indien zijn cli&euml;nt zich bij dat beroep heeft neergelegd.</p> <p>De Hoge Raad doet hiermee de zaak dus zelf af en verwerpt het cassatieberoep.</p> 1 2017-05-23 13:21 +02:00 2017-05-23 13:21 +02:00 http://cassatieblog.nl/insolventierecht/verwijderingsplicht-curator-bij-opslag-van-tot-de-boedel-behorende-zaken/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/verwijderingsplicht-curator-bij-opslag-van-tot-de-boedel-behorende-zaken/ Overige artikelen Verwijderingsplicht curator bij opslag van tot de boedel behorende zaken Indien tot de faillissementsboedel behorende zaken zijn opgeslagen in een gebouw of op een terrein dat de wederpartij van de failliet in gebruik heeft, heeft de wederpartij na ontbinding van de overeenkomst in beginsel evenzeer als de eigenaar het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen. Cassatieblog.nl Tue, 23 May 2017 13:19:10 +0200 <p>Indien tot de faillissementsboedel behorende zaken zijn opgeslagen in een gebouw of op een terrein dat de wederpartij van de failliet (niet in eigendom maar) in gebruik heeft, heeft de wederpartij na ontbinding van de overeenkomst in beginsel evenzeer als de eigenaar het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen.</p> <p>Eiseres tot cassatie exploiteert een opslaglocatie voor afvalstoffen op een terrein van de provincie Limburg, dat eiseres om niet in gebruik heeft. Aldel is een gefailleerde aluminiumsmelterij, die v&oacute;&oacute;r faillissement afvalstoffen had laten opslaan door eiseres. Na faillissement hebben de curatoren aan eiseres laten weten dat zij de overeenkomsten op basis waarvan de afvalstoffen waren opgeslagen, met toepassing van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-04-01#TiteldeelI_AfdelingTweede_Artikel37" target="_blank">art. 37 Fw</a>&nbsp;niet langer gestand zouden doen. Eiseres heeft hierop de overeenkomsten gedeeltelijk ontbonden.</p> <p>In dit kort geding vordert eiseres dat de curatoren worden veroordeeld om de afvalstoffen, die een negatieve waarde vertegenwoordigen, van haar terrein te verwijderen. Ter onderbouwing stelt zij dat de curatoren inbreuk maken op haar exclusieve gebruiksrecht, en daarmee in hun hoedanigheid onrechtmatig handelen, door de afvalstoffen niet te verwijderen. De curatoren verweren zich met de stelling dat de vordering van eiseres geen boedelvordering, maar een concurrente vordering is, die ter verificatie kan worden ingediend in het faillissement.</p> <p>Na een toewijzend vonnis van de voorzieningenrechter wees het hof de vordering van eiseres af. Het hof baseerde zich daarbij op het arrest&nbsp;Koot Beheer/Tideman&nbsp;uit 2013 (HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108,&nbsp;NJ&nbsp;2013/291,&nbsp;<a href="http://cassatieblog.nl/insolventierecht/boedelschuld-en-verplichting-tot-vergoeding-van-schade-aan-het-gehuurde/" target="_blank">CB 2013-78</a>), een principieel arrest waarin de Hoge Raad een nieuwe definitie van het begrip &ldquo;boedelschuld&rdquo; introduceerde. Aan het slot van dat arrest overwoog de Hoge Raad:</p> <p>&ldquo;Zoals volgt uit HR 9 juni 2006,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AV9234" target="_blank">LJN AV9234</a>, NJ 2007/21 (rov. 3.5.2), kan de gewezen verhuurder uit hoofde van zijn recht op het gehuurde verlangen dat de curator de tot de boedel behorende zaken uit het gehuurde verwijdert. Deze verplichting rust op de curator in zijn hoedanigheid en is derhalve een boedelschuld.&rdquo;</p> <p>Het hof legde deze overweging, mede onder verwijzing naar het daarin genoemde arrest uit 2006, eng uit: naar &rsquo;s hofs oordeel volgt daaruit dat slechts de (gewezen)&nbsp;verhuurder&nbsp;die&nbsp;eigenaar&nbsp;is van het gehuurde, kan verlangen dat de curator de tot de boedel behorende zaken uit het gehuurde verwijdert. Nu eiseres geen verhuurder was en ook geen eigenaar van het terrein, kon zij volgens het hof geen verwijdering van de tot de boedel behorende afvalstoffen van de curatoren verlangen.</p> <p>In cassatie houdt dit oordeel geen stand. Na een korte samenvatting van de kernoverwegingen uit&nbsp;Koot Beheer/Tideman&nbsp;(r.o. 3.4.1-3.4.2) overweegt de Hoge Raad:</p> <p>&ldquo;Indien de wederpartij van de failliet, zoals in het onderhavige geval, geen eigenaar is van het gebouw waarin of van het terrein waarop zich na ontbinding van de overeenkomst nog tot de boedel behorende zaken bevinden, maar zij daarvan wel een exclusief gebruiksrecht heeft, ontleent zij aan dat gebruiksrecht in beginsel evenzeer het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen. Een exclusief gebruiksrecht omvat immers doorgaans mede de bevoegdheid zich te verzetten tegen een storing in het genot van de zaak waarop het gebruiksrecht betrekking heeft (zie Parl. Gesch. Boek 5, p. 65; vgl. HR 24 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0480, NJ 1992/280).</p> <p>De curator is dan ook gehouden de desbetreffende zaken te verwijderen, tenzij hij stelt en bij tegenspraak bewijst dat de wederpartij daarop uit hoofde van haar rechtsverhouding met de eigenaar van het gebouw of terrein geen aanspraak kan maken.&rdquo;</p> <p>O&oacute;k de gebruiksgerechtigde niet-eigenaar van een perceel waarop zich tot de boedel behorende zaken bevinden, kan dus in beginsel verwijdering van die zaken verlangen van de curator. De Hoge Raad zoekt hiermee &ndash; in navolging van A-G Rank-Berenschot in haar&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:1196" target="_blank">conclusie</a>&nbsp;(sub 2.10) &ndash; aansluiting bij het arrest&nbsp;Van Aken/Heideman&nbsp;uit 1992 (genoemd in bovenstaand citaat), waarin werd geoordeeld dat de huurder van een perceel op grond van het burenrecht zijn buurman kan aanspreken tot verwijdering van een te dicht bij de erfgrens staande boom, mits de eigenaar van het gehuurde erf daartegen geen bezwaar heeft.</p> <p>Vanuit een breder civielrechtelijk perspectief is interessant dat de Hoge Raad in het onderhavige arrest bevestigt dat de inbreuk op het eigendomsrecht van een derde (in casu de provincie Limburg) tevens onrechtmatig kan zijn jegens een contractueel belanghebbende aan wie de eigenaar zijn exclusieve bevoegdheden heeft afgestaan (in casu eiseres als gebruiksgerechtigde); zie nader de conclusie van A-G Rank-Berenschot (sub 2.10), die ook ingaat op de uit art. 6:162 BW voortvloeiende verwijderingsplicht in inbreuksituaties (sub 2.8), waarvan de in deze zaak aangenomen verwijderingsplicht&nbsp;van de curatoren een sequeel is.</p> 1 2017-05-23 13:19 +02:00 2017-05-23 13:19 +02:00 http://www.mr-online.nl/rechters-willen-eenvoudiger-procedures/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/rechters-willen-eenvoudiger-procedures/ Overige artikelen Rechters willen eenvoudiger procedures In een brief aan de informateur vraagt de Raad voor de rechtspraak om wetgeving die eenvoudige, effectieve gerechtelijke procedures mogelijk maakt. Ook wil de Raad voldoende middelen voor technische en inhoudelijke innovatie. De Raad voor de rechtspraak verzoekt het nieuwe kabinet om aandacht voor deze onderwerpen. Mr-Online Thu, 20 Apr 2017 15:04:27 +0200 <p>In een&nbsp;<a href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/aanbevelingen-kabinetsbeleid-de-rechtspraak.pdf" target="_blank">brief aan de informateur&nbsp;(pdf, 251,1 KB)</a>&nbsp;vraagt de Raad voor de rechtspraak om wetgeving die eenvoudige, effectieve gerechtelijke procedures mogelijk maakt. Ook wil de Raad voldoende middelen voor technische en inhoudelijke innovatie. De Raad voor de rechtspraak verzoekt het nieuwe kabinet om aandacht voor deze onderwerpen.</p> <h2>Vechtscheidingen</h2> <p>Volgens rechters zijn de juridische procedures soms te complex voor de hedendaagse conflicten. Procedures drijven partijen eerder uit elkaar dan dat ze helpen bij het vinden van een snelle, begrijpelijke en effectieve oplossing, stellen rechters. Er komen bijvoorbeeld steeds vaker vechtscheidingen voor. De echtscheidingsprocedure schrijft voor dat er een eisende en een verwerende partij is en dat drijft zaken op de spits.</p> <p>De Rechtspraak vraagt aan het nieuwe kabinet om wetgeving die de rechter de ruimte geeft om te experimenteren met eenvoudige procedures. Die moeten het makkelijker maken partijen bij elkaar te brengen. Dat komt neer op een experimenteerbepaling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</p> <h2>Nieuwe technieken</h2> <p>Ook in het strafrecht pleit de Rechtspraak voor een experimenteerbepaling. Zo&rsquo;n bepaling in het Wetboek van Strafvordering geeft ruimte voor nieuwe technieken en hulpmiddelen in strafzaken.</p> <p>Om te digitaliseren en te innoveren heeft de Rechtspraak extra middelen nodig, staat in de brief aan de informateur.&nbsp; Het gaat om bedragen oplopend naar 50 miljoen euro in 2022; voor de technische innovatie is vanaf 2018 structureel 50 miljoen euro extra nodig. Het totaalbedrag loopt dus op naar 100 miljoen euro per jaar in 2022.</p> 1 2017-04-20 15:04 +02:00 2017-04-20 15:04 +02:00 http://www.mr-online.nl/curator-moet-faillissementsfraude-melden/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/curator-moet-faillissementsfraude-melden/ Overige artikelen Curator moet faillissementsfraude melden Curatoren krijgen voortaan een vaste taak bij de signalering van faillissementsfraude. De wet die dat mogelijk maakt is door de Eerste Kamer aangenomen. Dat houdt in dat curatoren bij een faillissement voortaan moeten letten op mogelijke onregelmatigheden en deze melden bij de rechter-commissaris. Mr-Online Thu, 20 Apr 2017 15:04:06 +0200 <p>Curatoren krijgen voortaan een vaste taak bij de signalering van faillissementsfraude. De wet die dat mogelijk maakt is door de Eerste Kamer aangenomen. Dat houdt in dat curatoren bij een faillissement voortaan moeten letten op mogelijke onregelmatigheden en deze melden bij de rechter-commissaris. Zo nodig kan er een melding of aangifte van de fraude volgen. De maatregel vloeit voort uit het wetgevingsprogramma Herijking van het faillissementsrecht en treedt naar verwachting op 1 juli 2017 in werking.</p> <p>Om zijn nieuwe taak goed uit te voeren moet de curator wel de nodige informatie krijgen over de failliete boedel. Bestaande informatie- en medewerkingsverplichtingen worden daartoe aangescherpt en verduidelijkt. Zo moet de curator worden ingelicht over eventuele buitenlandse vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden en onroerend goed, en moet hem medewerking worden verleend om daarover de beschikking te krijgen.</p> <p>Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers: de fraudepijler, de reorganisatiepijler en de moderniseringspijler. Twee van de drie tot de fraudepijler behorende wetsvoorstellen zijn op 1 juli 2016 in werking getreden: de Wet civielrechtelijk bestuursverbod en de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude. Met de aanvaarding van de Wet versterking positie curator is dit deel van de herijking van het faillissementsrecht afgerond. Daarmee is het instrumentarium voor de bestrijding van faillissementsfraude, zowel in civielrechtelijke als in strafrechtelijke zin, substantieel versterkt.</p> 1 2017-04-20 15:04 +02:00 2017-04-20 15:04 +02:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Centrale-Raad-van-beroep/Nieuws/Paginas/Maatstaf-arbeid-bij-ziekmelding-na-eerstejaars-ZW-beoordeling-.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/maatstaf-arbeid-bij-ziekmelding-na-eerstejaars-zw-beoordeling/ Arbeidsrecht Maatstaf arbeid bij ziekmelding na eerstejaars ZW-beoordeling De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 22 maart 2017 dat de maatstaf die geldt bij een ziekmelding na een eerstejaars ZW-beoordeling , als betrokkene niet in enig werk heeft hervat, gangbare arbeid is, zoals die nader is geconcretiseerd bij de EZWb. Rechtspraak Thu, 20 Apr 2017 15:02:46 +0200 <p>De&nbsp;Centrale Raad van&nbsp;Beroep&nbsp;oordeelt in zijn uitspraak van 22 maart 2017 dat de maatstaf die geldt bij een ziekmelding na een eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb), als betrokkene niet in enig werk heeft hervat, gangbare arbeid is, zoals die nader is geconcretiseerd bij de EZWb.</p> <p>Aan de orde is de vraag wat als &ldquo;zijn arbeid&rdquo; in de zin van artikel van de 19 ZW heeft te gelden als na een EZWb een ziekmelding plaatsvindt, tijdens het ontvangen van een WW-uitkering, met ingang van een datum die is gelegen tenminste vier weken na het be&euml;indigen van het recht op ziekengeld na een EZWb. De Raad heeft het standpunt van het Uwv onderschreven dat in zo&rsquo;n situatie, net als bij een ziekmelding tijdens het ontvangen van WW-uitkering na een WAO- of WIA-beoordeling - als betrokkene niet in enig werk heeft hervat -, een uitzondering moet worden aangenomen op de vaste rechtspraak van de Raad dat onder &ldquo;zijn arbeid&rdquo; wordt verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. De maatstaf die geldt bij een ziekmelding na een EZWb - als betrokkene niet in enig werk heeft hervat - is gangbare arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de EZWb. Het gaat daarbij om elk van deze functies afzonderlijk, zodat het voldoende is wanneer de hersteldverklaring wordt gedragen door ten minste een van de geselecteerde functies.</p> <p>De&nbsp;Centrale Raad van Beroep&nbsp;is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.</p> <p>Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de&nbsp;Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.</p> 1 2017-04-20 15:02 +02:00 2017-04-20 15:02 +02:00 https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20170321/wet_versterking_positie_curator http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/wet-versterking-positie-curator-aangenomen-en-overig-nieuws/ Overige artikelen Wet versterking positie curator aangenomen en overig nieuws De Eerste Kamer heeft vandaag met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gedebatteerd over het wetsvoorstel. Tijdens dit debat is de Motie-Rinnooy Kan c.s. over het veiligstellen van beloning op minimumloonniveau ingediend. De stemmingen over het wetsvoorstel en de motie vinden plaats op 28 maart 2017. Eerste kamer Tue, 11 Apr 2017 16:01:49 +0200 <p class="mnone">21&nbsp;maart&nbsp;2017</p> <p class="mnone">De Eerste Kamer heeft vandaag met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gedebatteerd&nbsp;over het wetsvoorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33623_van_toepassing_verklaring">Van toepassing verklaring van de Wet minimumloon op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht (33.623)</a></li> </ul> <p class="mnone">Tijdens dit debat is de</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/motie/motie_rinnooy_kan_d66_c_s_over_het_3">Motie-Rinnooy Kan (D66) c.s. over het veiligstellen van beloning op minimumloonniveau (EK 33.623, N)</a></li> </ul> <p class="mnone">ingediend. De stemmingen over het wetsvoorstel en de motie vinden plaats op&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/plenaire_vergadering/20170328">28 maart 2017</a>.</p> <p class="mtop">De Kamer heeft met de initiatiefnemers en de minister van Veiligheid en Justitie&nbsp;(V&amp;J) gedebatteerd over</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33987_initiatiefvoorstel_swinkels">Initiatiefvoorstel-Swinkels, Recourt en Van Oosten Beperking wettelijke gemeenschap van goederen (33.987)</a></li> </ul> <p class="mnone">Tijdens dit debat is de</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/motie/motie_van_rij_cda_en_wezel_sp_over">Motie-Van Rij (CDA) en Wezel (SP) over aanhouding van dit wetsvoorstel (EK 33.987, I)</a></li> </ul> <p class="mnone">ingediend.&nbsp;De stemmingen over het wetsvoorstel en de motie vinden&nbsp;plaats op 28 maart 2017.</p> <p class="mtop">Het wetsvoorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34524_goedkeuring_protocol_bij_het">Goedkeuring Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag inzake de toetreding van Montenegro (34.524)</a></li> </ul> <p class="mnone">is zonder stemming aangenomen. De fractie van de SP is daarbij&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/begrip/vragen_van_aantekening">aantekening</a>&nbsp;verleend.</p> <p class="mtop">De wetsvoorstellen</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34253_wet_versterking_positie">Wet versterking positie curator (34.253)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34426_comptabiliteitswet_2016">Comptabiliteitswet 2016 (34.426)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34429_uitvoering_van_eu">Uitvoering van EU verordening 536/2014 op het gebied van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik (34.429)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34508_beperken_heffingsbevoegdheid">Beperken heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enkele openbare werken van algemeen nut (34.508)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34575_verzamelwet_zvw_2016">Verzamelwet Zvw 2016 (34.575)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34609_invoering_europese">Invoering Europese betalingsbevelprocedure (34.609)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34621_goedkeuring_verdrag">Goedkeuring Verdrag beperking aansprakelijkheid binnenvaart (CLNI 2012) (34.621)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34622_uitvoering_verdrag_beperking">Uitvoering Verdrag beperking aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI 2012) (34.622)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34654_evaluatiewet_wnt">Evaluatiewet WNT (34.654)</a></li> </ul> <p class="mnone">zijn als&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/begrip/hamerstuk">hamerstukken</a>&nbsp;afgedaan.</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/verslag/20170321/verslag">Verslag plenaire vergadering 21 maart 2017</a></li> </ul> 0 2017-04-11 16:01 +02:00 2017-04-11 16:01 +02:00 http://www.nu.nl/ondernemen/4468488/tweede-kamer-stemt-in-met-boete-laat-betalende-bedrijven.html http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/tweede-kamer-stemt-in-met-boete-voor-te-laat-betalende-bedrijven/ Ondernemingsrecht Tweede Kamer stemt in met boete voor te laat betalende bedrijven Kleine leveranciers moeten binnen zestig dagen worden betaald door de bedrijven waaraan ze leveren. Bedrijven die deze maximumtermijn overschrijden, kunnen in de toekomst op een boete rekenen. Nu.nl Tue, 21 Mar 2017 11:03:30 +0100 <p>Kleine leveranciers moeten binnen zestig dagen worden betaald door de bedrijven waaraan ze leveren. Bedrijven die deze maximumtermijn overschrijden, kunnen in de toekomst op een boete rekenen.</p> <p>De Tweede Kamer stemde dinsdag voor het initiatiefwetsvoorstel van CDA en PvdA dat dit regelt.</p> <p>De voorgestelde boete bedraagt 8 procent van de oorspronkelijke rekening. Volgens Agnes Mulder (CDA) wordt er nu jaarlijks nog voor 7 miljard euro aan facturen te laat uitbetaald.</p> <p>''Zo komen mkb'ers en zzp'ers in financi&euml;le problemen en kunnen hierdoor amper het hoofd boven water houden'', zegt Mulder. ''Met dit wetsvoorstel komt daar een einde aan. Op tijd betalen is tenslotte normaal.''</p> <p>Ook Mei Li Vos (PvdA) is blij dat kleine leveranciers op deze manier in bescherming worden genomen. ''Hierdoor wordt de macht van de grootbedrijven ten opzichte van de kleine leveranciers ingeperkt. En dat is hard nodig.''</p> 1 2017-03-21 11:03 +01:00 2017-03-21 11:03 +01:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Nieuwe-regelingen-proceskosten-in-zaken-over-intellectuele-eigendom-indicatietarieven-.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/nieuwe-regelingen-proceskosten-in-zaken-over-intellectuele-eigendom/ Overige artikelen Nieuwe regelingen proceskosten in zaken over intellectuele eigendom De regelingen voor de proceskosten in rechtszaken over auteursrechten, merken, handelsnamen e.d. zijn aangepast. Dat geldt voor de Hoge Raad, de gerechtshoven en de rechtbanken. Rechtspraak Tue, 21 Mar 2017 11:02:26 +0100 <p>De regelingen voor de&nbsp;proceskosten&nbsp;in rechtszaken over auteursrechten, merken, handelsnamen e.d. (&lsquo;intellectuele eigendom&rsquo;) zijn aangepast. Dat geldt voor de&nbsp;Hoge Raad, de gerechtshoven en de rechtbanken.</p> <p>De&nbsp;proceskosten&nbsp;in dat soort zaken zijn meestal hoger dan in andere zaken. Dat komt door Europese regelgeving en omdat dit soort zaken vaak ingewikkeld en langlopend zijn.</p> <p>Het doel van de aanpassing is om de voorspelbaarheid van het proceskostenrisico te vergroten. Daardoor kunnen de procederende partijen beter en vroegtijdiger inschatten wat de&nbsp;proceskosten&nbsp;zullen zijn die ze moeten betalen als ze de zaak verliezen. Daarnaast zijn de regelingen ook aangepast in verband met nieuwe Europese en Nederlandse rechtspraak.</p> <p>De regelingen zijn op rechtspraak.nl gepubliceerd:</p> <p><a title="Indicatietarieven-in-IE-zaken-HR-2017.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Indicatietarieven-in-IE-zaken-HR-2017.pdf">Indicatietarieven IE-zaken&nbsp;Hoge Raad&nbsp;(pdf, 137,5 KB)</a></p> <p><a title="Indicatietarieven-in-IE-zaken-gerechtshoven-2017.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Indicatietarieven-in-IE-zaken-gerechtshoven-2017.pdf">Indicatietarieven IE-zaken gerechtshoven&nbsp;(pdf, 277,8 KB)</a></p> <p><a title="Indicatietarieven-in-IE-zaken-rechtbanken-april-2017.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Indicatietarieven-in-IE-zaken-rechtbanken-april-2017.pdf">Indicatietarieven IE-zaken rechtbanken&nbsp;(pdf, 24,4 KB)</a></p> <p>Ze worden toegepast vanaf 1 april 2017.&nbsp;</p> 1 2017-03-21 11:02 +01:00 2017-03-21 11:02 +01:00 http://www.mr-online.nl/weer-uitstel-verplicht-procederen/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/weer-uitstel-voor-verplicht-procederen/ Overige artikelen Weer uitstel voor verplicht procederen Verplicht digitaal procederen is weer uitgesteld. Het kan op zijn vroegst voor de zomer worden ingevoerd. Dat zegt Monique Commelin, directeur van het moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie , in een interview op de website van de Rechtspraak. De reden is dat de techniek er nog niet klaar voor is. Mr-Online Tue, 21 Mar 2017 11:02:10 +0100 <p>Verplicht digitaal procederen is weer uitgesteld. Het kan op zijn vroegst voor de zomer worden ingevoerd. Dat zegt Monique Commelin, directeur van het&nbsp;moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie&nbsp;(KEI), in een interview op de website van de Rechtspraak. De reden is dat de techniek er nog niet klaar voor is.</p> <p>Oorspronkelijk zou de verplichting op 1 februari worden ingevoerd in de arrondissementen Midden-Holland en Gelderland, voor civiele vorderingen vanaf 25.000 euro en asiel- en&nbsp;bewaringszaken.&nbsp;Later volgde uitstel tot 1 april</p> <h2>BEWEZEN</h2> <p>&ldquo;De stap naar verplicht digitaal procederen is een grote,&rdquo; zegt Commelin. &ldquo;We hebben er dan ook heel bewust voor gekozen om pas te starten als de techniek zich heeft bewezen. Pas dan vraagt de Rechtspraak aan de minister van Veiligheid en&nbsp;Justitie&nbsp;om een Koninklijk Besluit af te geven.&rdquo;</p> <p>De Rechtspraak wil eerst de resultaten afwachten van een aantal tests. &ldquo;Daarbij gaat het met name om de snelheid van Mijn Werkomgeving,&rdquo; licht Commelin toe. &ldquo;Dit is het digitale dossier aan de kant van de rechtspraakmedewerker.&rdquo;</p> <h2>COMPLEXE WERKPROCESSEN</h2> <p>Ondertussen werkt de Rechtspraak aan verbeteringen. &ldquo;Dit betekent dat we nog niet begin april kunnen starten met verplicht digitaal procederen, zoals we hoopten. Ik snap dat dit heel vervelend is, zowel voor Rechtspraakmedewerkers als voor advocaten. Maar we hebben steeds gezegd: het wordt pas verplicht als we zeker zijn van onze zaak.&rdquo;</p> <p>Commelin zegt dat KEI een gecompliceerd proces is omdat het gaat om grote aantallen data, die zeer vertrouwelijk zijn. &ldquo;Ook moeten verschillende partijen in hetzelfde dossier samenwerken en is er sprake van veel handelingen en complexe werkprocessen,&rdquo; legt ze uit. &ldquo;Hier komt nog eens bij dat niet iedereen alles op hetzelfde tijdstip mag zien of doen. Een concept-uitspraak bijvoorbeeld, moet onzichtbaar blijven tot het moment van de uitspraak door de rechter. We willen een snel systeem, maar het moet ook veilig, betrouwbaar en goed bruikbaar zijn. Dit staat soms op gespannen voet met elkaar.&rsquo;</p> <p>Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland kunnen advocaten sinds november 2016 al wel vrijwillig digitaal procederen in civiele vorderingen vanaf 25.000 euro.</p> 1 2017-03-21 11:02 +01:00 2017-03-21 11:02 +01:00 http://nos.nl/artikel/2164066-banken-rekenden-te-hoge-boetes-voor-oversluiten-hypotheek.html http://www.actuele-artikelen.nl/onroerend-goedrecht/banken-rekenden-te-hoge-boetes-voor-oversluiten-hypotheek/ Onroerend goedrecht Banken rekenden te hoge boetes voor oversluiten hypotheek De Autoriteit Financiële Markten bevestigt dat banken zich niet altijd houden aan de maximale boete die ze mogen rekenen bij klanten die hun hypotheek vervroegd aflossen. NOS Tue, 21 Mar 2017 11:00:45 +0100 <p>De Autoriteit Financi&euml;le&nbsp;Markten (AFM) bevestigt dat banken zich niet altijd houden aan de maximale boete die ze mogen&nbsp;rekenen bij klanten die hun hypotheek vervroegd aflossen.&nbsp;Voor een deel van de tienduizenden mensen die vorig jaar een boete betaalden bij bijvoorbeeld het oversluiten van hun hypotheek naar een gunstigere rente, kan dit&nbsp;betekenen dat ze geld terugkrijgen.</p> <p>Die boete&nbsp;mag maximaal zo hoog zijn als de inkomsten die de bank mist door de overstap. Maar dat gaat lang niet altijd goed. Daarom komt de toezichthouder vandaag met een&nbsp;leidraad hoe banken de berekening moeten uitvoeren.</p> <h2 class="block_title ">Radar</h2> <p>Hiermee bevestigt de AFM eerdere berichten van onder meer&nbsp;<a href="http://nos.nl/artikel/2131689-klanten-betalen-te-veel-boeterente-aan-hun-bank.html">tv-programma Radar</a>&nbsp;dat banken zich niet altijd houden aan de Europese wetgeving die bepaalt wat het maximum is dat ze hiervoor mogen rekenen. Uit een aflevering van het programma bleek dat twaalfduizend klanten die zich bij een claimstichting hadden gemeld,&nbsp;gemiddeld ruim&nbsp;drieduizend euro te veel hadden betaald.</p> <p>De AFM heeft&nbsp;twaalf fictieve dossiers voorgelegd aan banken en zag daarin dat de berekeningen verschilden. Hoe hoog de bedragen zijn die banken te veel rekenen, of om welke banken het gaat, maakt de AFM niet bekend.</p> <p>De Vereniging Eigen Huis zegt er op basis van signalen van uit te gaan dat het bij alle mensen die een boete betaalden vaker misging dan niet. De bedragen die mensen te veel betaalden zouden kunnen oplopen&nbsp;tot duizenden euro's.</p> <p>Volgens de Nederlandse Vereniging van&nbsp;Banken (NVB)&nbsp;waren er verschillende manieren om de boete te berekenen.&nbsp;De&nbsp;NVB&nbsp;laat weten dat de leidraad nu duidelijkheid biedt voor banken en klanten.</p> <h2 class="block_title ">Geld retour?</h2> <p>De banken zeggen de leidraad van de AFM te zullen gebruiken.&nbsp;Ook&nbsp;hebben de vier grote banken al aan de NVB laten weten dat ze zullen bekijken&nbsp;hoeveel er te veel is gerekend bij klanten die na 14 juli&nbsp;2016, de ingangsdatum van de&nbsp;wetgeving, hun hypotheek oversloten.&nbsp;Dit kan ertoe leiden dat klanten een deel van de betaalde vergoeding retour ontvangen.</p> <p>De banken denken dat met de herberekening van de boetes enkele miljoenen euro's per bank&nbsp;gemoeid zijn, afhankelijk van de grootte van de hypotheekportefeuille en&nbsp;het aantal oversluitingen. Bij de Rabobank gaat het om circa 10.000 klanten en vijf miljoen euro aan compensatiekosten.</p> <p>Bij Triodos bank verwachten ze geen compensaties. "Het gaat om relatief weinig mensen want we hebben&nbsp;weinig oversluitingen of aflossingen", zegt een woordvoerder. "Bovendien was&nbsp;onze berekening van de boete al conform de richtlijnen van de AFM."</p> <p>Ook de AFM zegt ervan uit te gaan dat banken zelf contact opnemen met&nbsp;klanten die te veel betaald hebben. De toezichthouder gaat in de gaten houden of banken zich aan de leidraad houden.</p> <p>De Vereniging Eigen Huis vindt dit niet ver genoeg gaan. De VEH zegt dat banken een kans hebben om te laten zien dat ze het klantenbelang daadwerkelijk vooropstellen, door ook mensen die beboet zijn voordat de Europese wetgeving inging te compenseren. De Vereniging doet daarvoor een moreel app&egrave;l op de banken.</p> 1 2017-03-21 11:00 +01:00 2017-03-21 11:00 +01:00 http://www.mr-online.nl/deurwaarder-drone-gebruiken/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/deurwaarder-kan-drone-gebruiken/ Overige artikelen Deurwaarder kan drone gebruiken Deurwaarders kunnen gebruik maken van drones. Tot die conclusie komt kandidaat-gerechtsdeurwaarder Stefano Nocco in een artikel in het tijdschrift De Gerechtsdeurwaarder. Volgens Nocco kan de deurwaarder drones onder meer gebruiken bij raambeslag, bij het proces-verbaal van constateringen en bij de beslaglegging van schepen. Mr-Online Mon, 20 Mar 2017 08:41:57 +0100 <p>Deurwaarders kunnen gebruik maken van drones. Tot die conclusie komt kandidaat-gerechtsdeurwaarder Stefano Nocco in&nbsp;<a href="https://www.recht.nl/nieuws/rechtsvordering/58230b4e1e871f151614/gerechtsdeurwaarders-en-drones-het-beslag-op-roerende-zaken-in-een-vogelvlucht/">een artikel&nbsp;</a>in het tijdschrift De Gerechtsdeurwaarder.&nbsp; Volgens Nocco kan de deurwaarder drones onder meer gebruiken bij raambeslag, bij het proces-verbaal van constateringen en bij de beslaglegging van schepen.</p> <p>Nocco stelt dat er juridisch niets specifiek is geregeld over het gebruik van drones door de gerechtsdeurwaarder. Het uitgangspunt in de rechtspraktijk is een arrest van het Hof Den Bosch uit 1972. Daarin wordt bepaald dat aanduiding en beschrijving van de in beslag te nemen goederen alleen mogelijk is als de deurwaarder persoonlijk ter plaatse is en zelf de goederen ziet. Volgens Nocco is dit arrest achterhaald door de huidige technische mogelijkheden, en sluit het daarom niet meer aan bij de tijdgeest.</p> <p>De Leidse gerechtsdeurwaarder stelt op basis van juridisch onderzoek dat de deurwaarder de goederen ook persoonlijk kan waarnemen door met een drone te kijken. &nbsp;&ldquo;De deurwaarder gebruikt de drone dan als verlengde van zijn oog. Zien kan op afstand gebeuren als de gerechtsdeurwaarder zeker weet dat juist en waar is wat hij door middel van de drone ziet.&rdquo; Hij vergelijkt een drone in dit opzicht met een verrekijker. Voorwaarde, ook vanuit oogpunt van privacy, is wel dat deurwaarder live kijkt. Beelden mogen niet worden opgeslagen of openbaar gemaakt.</p> <p>Bij scheepsbeslag kan een drone uitkomst brengen als het schip vaart. De deurwaarder kan via de marifoon aan de kapitein laten weten dat er beslag op het schip is gelegd. Ook voor een proces-verbaal van constateringen is een drone handig.&nbsp; De deurwaarder hoeft niet zelf te constateren wat de toestand is van een muur of een dak.</p> <p>Nocco pleit in zijn artikel voor meer duidelijkheid in de regelgeving. Daarvoor zou rechtspraak uitkomst kunnen bieden.</p> 0 2017-03-20 08:41 +01:00 2017-03-20 08:41 +01:00 http://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/thuiskopieheffing-compenseert-niet-voor-schade-door-illegale-downloads/ http://www.actuele-artikelen.nl/auteursrecht/thuiskopieheffing-compenseert-niet-voor-schade-door-illegale-downloads/ Auteursrecht Thuiskopieheffing compenseert niet voor schade door illegale downloads De thuiskopieheffing is niet bedoeld om het nadeel te compenseren van kopieën uit illegale bron. Cassatieblog.nl Tue, 21 Feb 2017 12:54:17 +0100 <p>De thuiskopieheffing is niet bedoeld om het nadeel te compenseren van kopie&euml;n uit illegale bron.</p> <p>De zaak over het &ldquo;illegaal downloaden&rdquo;. Tja, wat kon de Hoge Raad nog toevoegen aan&nbsp;<a href="http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?language=nl&amp;num=C-435/12" target="_blank">het arrest</a>&nbsp;van het Hof van Justitie van de EU uit 2014? Het Hof had deze zaak immers al beslist, maar eisers tot cassatie besloten twee jaar later om de zaak toch nog op te brengen voor voortprocederen. De Hoge Raad rondt de zaak af zonder verrassingen.</p> <h4>Thuiskopieheffingen</h4> <p>Waar ging het ook alweer over? Een groep fabrikanten en importeurs van apparaten waarop thuiskopie&euml;n kunnen worden gemaakt, begon een principi&euml;le zaak tegen Stichting de Thuiskopie, die thuiskopievergoedingen int en verdeelt, en de SONT, de stichting waarin rechthebbenden en fabrikanten elkaar treffen om te onderhandelen over de hoogte van de thuiskopievergoeding. De fabrikanten vorderden een hele reeks verklaringen voor recht over met welk soort kopie&euml;n allemaal wel of niet rekening mocht worden gehouden bij het vaststellen van de vergoedingen. Dat is namelijk niet zo duidelijk. De Auteursrechtrichtlijn (Arl.) bepaalt alleen dat als een lidstaat de &ldquo;thuiskopie-exceptie&rdquo; implementeert (toestemming geeft aan consumenten om, zeg maar, voor niet-commercieel priv&eacute;gebruik kopie&euml;n te maken), een &ldquo;billijke vergoeding&rdquo; moet worden geheven ter compensatie van de rechthebbenden. Vaste jurisprudentie van het HvJEU luidt dat deze &ldquo;billijke vergoeding&rdquo; een autonoom, unierechtelijk begrip is dat uniform in de EU-lidstaten moet worden uitgelegd. Diezelfde rechtspraak geeft tegelijkertijd een grote vrijheid aan de lidstaten, onder meer om de hoogte van de vergoeding en de wijze van inning vast te stellen. Dat geeft onduidelijkheid en elk jaar verschijnen meerdere arresten van het HvJEU waarin over allerlei aspecten knopen worden doorgehakt. Soms wordt de nationale wetgever inderdaad alle ruimte gelaten, maar in andere gevallen komt het HvJEU met regels op een detailniveau dat nogal contrasteert met de vage bewoordingen van de Arl. Menige lidstaat heeft zijn uitvoeringswet- en regelgeving al moeten aanpassen omdat het HvJEU oordeelde dat het recht anders in elkaar stak dan men dacht.</p> <p>Misschien wel het meest contentieuze onderwerp in deze procedure vormden de &ldquo;kopie&euml;n uit niet-geoorloofde bron&rdquo;, of in de volksmond: illegale downloads.&nbsp;In Nederland werd in de parlementaire geschiedenis ervan uitgegaan dat met de thuiskopieheffing ook daar een vergoeding voor werd ge&iuml;nd. Dat is een praktisch resultaat waar veel voor te zeggen valt: illegaal downloaden is in de praktijk moeilijk tegen te gaan, de schade per download is relatief gering, en door ook te heffen voor illegale downloads worden de rechthebbenden tenminste nog enigszins gecompenseerd. In cassatie legde de Hoge Raad hierover twee vragen voor aan het HvJEU, kort gezegd: (1) vallen downloads uit ongeoorloofde bron ook onder de thuiskopie-exceptie uit de Auteursrechtrichtlijn, en zo nee: (2) mag een lidstaat de schade van rechthebbenden door zulke kopie&euml;n dan toch compenseren met een thuiskopieheffing? In een nogal rechtlijnig arrest beantwoordde het HvJEU beide vragen met &lsquo;nee&rsquo;. De Hoge Raad kon vervolgens de zaak zelf afdoen en verklaart voor recht:</p> <p>&ldquo;dat de in art. 16c Aw bedoelde billijke vergoeding uitsluitend bedoeld is om het nadeel (te verstaan als: de voor de desbetreffende kopieerhandeling gederfde licentievergoeding) dat de rechthebbenden ondervinden van de reproductiehandelingen die binnen het toepassingsbereik van art. 16c Aw vallen, te compenseren, alsmede dat bij de bepaling van de hoogte van de thuiskopievergoeding geen rekening dient te worden gehouden met de schade die het gevolg is van illegaal kopi&euml;ren (inclusief downloaden) uit een illegale bron&rdquo;.</p> <p>Voor de Nederlandse wetgeving heeft dit overigens verder geen gevolgen: de Hoge Raad had in zijn tussenarrest al geoordeeld dat art. 16c Auteurswet, dat de thuiskopieheffing implementeert, hoe dan ook richtlijnconform kan worden uitgelegd. De tekst van de wet maakt namelijk geen onderscheid tussen legale en illegale bron en duidelijk blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever bedoeld heeft om de Auteursrechtrichtlijn getrouw uit te voeren. Dan moet volgens vaste rechtspraak van het HvJEU de wet richtlijnconform worden uitgelegd, ook al zou in de wetsgeschiedenis een verkeerde interpretatie van de richtlijn zijn gegeven.</p> <h4>Proceskosten</h4> <p>De Hoge Raad had naar aanleiding van het incidentele cassatieberoep van Thuiskopie nog een vraag gesteld aan het HvJEU: was op deze procedure de Handhavingsrichtlijn (2004/48/EG) van toepassing, zodat art. 1019h Rv aanspraak zou geven op een volledige proceskostenvergoeding? Het HvJEU oordeelde van niet, en Thuiskopie trok daarna haar incidentele beroep in. Maar ja, zegt de Hoge Raad, nu waren de kosten in het incidentele beroep al gemaakt, dus Thuiskopie wordt toch daarin veroordeeld. Maar dus wel tegen het forfaitaire tarief.</p> 1 2017-02-21 12:54 +01:00 2017-02-21 12:54 +01:00 http://www.telegraaf.nl/dft/geld/werk-inkomen/27487930/__CBS__minder_mensen_failliet__.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/cbs-minder-mensen-failliet/ Overige artikelen CBS: minder mensen failliet Het aantal faillissementen onder particulieren is in 2016 voor het derde jaar op rij afgenomen, tot het laagste niveau sinds 2000. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. de Telegraaf Tue, 21 Feb 2017 12:53:27 +0100 <p>Het aantal faillissementen onder particulieren is in 2016 voor het derde jaar op rij afgenomen, tot het laagste niveau sinds 2000. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.</p> <p>Het gaat om mensen die door een rechter priv&eacute; bankroet zijn verklaard. Dit gebeurt vaak in samenhang met een schuldsaneringstraject. De laatste jaren wordt er in de schuldsanering echter steeds minder vaak voor een faillissement gekozen. Dit is volgens het statistiekbureau de voornaamste reden van de terugloop in het aantal particulieren dat op de fles gaat.</p> <p>Mede door gewijzigde regelgeving gaat de voorkeur steeds meer uit naar een wat langer traject, waarbij de schuldenaar langer de tijd krijgt om schulden af te betalen. Daarbij worden dan vaak regelingen getroffen met schuldeisers.</p> <p>Alles bij elkaar gingen vorig jaar nog 1545 Nederlanders persoonlijk bankroet. Dat is ongeveer een kwart minder dan in 2015, en 62 procent minder dan het hoogtepunt in 2013, toen nog 4073 mensen failliet werden verklaard. In circa vier op de tien gevallen had het persoonlijk faillissement te maken met een omvallende eenmanszaak.</p> 1 2017-02-21 12:53 +01:00 2017-02-21 12:53 +01:00 http://www.mr-online.nl/kantonrechter-heeft-het-drukker/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/kantonrechter-heeft-het-drukker/ Overige artikelen Kantonrechter heeft het drukker De verruiming van de bevoegdheid van de kantonrechter heeft geleid tot ongeveer 25 procent meer rechtszaken met een belang tussen 5.000 en 25.000 euro. Dit blijkt uit het eindrapport over de evaluatie van de competentiegrensverhoging. Mr-Online Tue, 21 Feb 2017 12:52:54 +0100 <p>De verruiming van de&nbsp;bevoegdheid&nbsp;van de&nbsp;kantonrechter&nbsp;heeft geleid tot ongeveer 25 procent meer rechtszaken met een belang tussen 5.000 en 25.000 euro.&nbsp;Dit blijkt uit het eindrapport over de&nbsp;<a href="https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-veiligheid-en-justitie/documenten/rapporten/2017/01/18/lagere-drempels-voor-rechtzoekenden-wodc-cahier-2016-14" target="_blank">evaluatie van de competentiegrensverhoging</a>.&nbsp;</p> <p>In 2011 werd de zogenoemde competentiegrens voor kantonrechterzaken verhoogd van 5.000 naar 25.000 euro. Zaken met een financieel belang van meer dan 5.000 euro werden tot 2011 door de handelsrechter behandeld. Bij de kantonrechter&nbsp;is het niet verplicht om een&nbsp;advocaat&nbsp;in te schakelen, bij de handelsrechter wel.</p> <p>Het is niet te zeggen of de stijging van het aantal zaken volledig is toe te schrijven aan de aanpassing van de competentiegrens, omdat tegelijkertijd de griffierechten voor deze zaken werden verlaagd met maximaal 314 euro. Een tweede conclusie is dat de rechtsgang bij de&nbsp;kantonrechter&nbsp;goedkoper is: eisers waren in de oude situatie 3.000 euro kwijt, in de nieuwe situatie is dat nog duizend euro.</p> <p>In de politieke discussie over de verhoging van de competentiegrens was veel aandacht voor de gevolgen van het feit dat mensen niet langer verplicht gebruik hoeven te maken van een&nbsp;advocaat. Hoewel de kwaliteit van de rechtshulp is gedaald, blijkt de tevredenheid van de rechtzoekenden over de ontvangen rechtshulp toegenomen. De verklaring is, volgens de onderzoekers, waarschijnlijk het feit dat mensen nu vrij zijn om te kiezen of ze hulp inroepen en zo ja van wie.</p> <p>De rechtsgang wordt, tot slot, als rechtvaardiger beoordeeld. Vooral verliezende partijen voelen zich beter ge&iuml;nformeerd, beter gehoord en beter behandeld.</p> 1 2017-02-21 12:52 +01:00 2017-02-21 12:52 +01:00 http://www.nu.nl/ondernemen/4469490/kabinet-gaat-slag-met-mkb-toets.html http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/kabinet-gaat-aan-de-slag-met-mkb-toets/ Ondernemingsrecht Kabinet gaat aan de slag met mkb-toets Het kabinet gaat een speciale mkb-toets uitwerken die het makkelijker moet maken om voor kleine bedrijven om te voldoen aan allerlei wettelijke verplichtingen. Nu.nl Tue, 21 Feb 2017 12:51:19 +0100 <p>Het kabinet gaat een speciale mkb-toets uitwerken die het makkelijker moet maken om voor kleine bedrijven om te voldoen aan allerlei wettelijke verplichtingen.</p> <p>Minister Henk Kamp (Economische Zaken) heeft&nbsp;<a href="https://1848.nl/document/kamerbrief/25153?qs=mkb-toets" target="_blank">een brief</a>&nbsp;naar de Tweede Kamer gestuurd over de uitvoering van twee moties over de mkb-toets. In de tweede helft van het jaar stuurt het ministerie meer informatie over de maatregelen.</p> <p>Minister Kamp wil de&nbsp;bedrijfseffectentoets, die nu in de praktijk nauwelijks wordt toegepast,&nbsp;omzetten in een mkb-toets, waarbij de effecten voor kleine bedrijven veel zwaarder meewegen.</p> <p>Zo moet bij nieuwe wetten en regels beter worden gekeken of het haalbaar is voor kleinere bedrijven om zich eraan te houden. Ondernemingen met maar enkele tientallen medewerkers kunnen geen extra werknemers inhuren die speciaal kijken naar het voldoen aan alle wettelijke verplichtingen.</p> <h3>Commissie</h3> <p>Voor bestaande wetgeving&nbsp;wil Kamp een publiek-private adviescommissie instellen, met daarin ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, om knelpunten in bestaande wet- en regelgeving te agenderen en vaart te maken met herziening.&nbsp;</p> <p>"Belangenorganisatie MKB-Nederland reageert verheugd en spreekt van een doorbraak. &ldquo;Zeker Henk Kamp verdient een groot compliment", aldus Micha&euml;l van Straalen. "Hij heeft hiervoor zijn nek uitgestoken en&nbsp;goed naar onze signalen&nbsp;geluisterd.&nbsp;Zo wordt het&nbsp;mkb&nbsp;zelf in Kamp zijn plannen veel beter betrokken bij het wetgevingsproces. Dat juichen we&nbsp;enorm&nbsp;toe."</p> 1 2017-02-21 12:51 +01:00 2017-02-21 12:51 +01:00 http://www.nu.nl/economie/4441683/kwart-minder-ontslagen-via-rechter-of-uwv-in-2015.html http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/kwart-minder-ontslagen-via-rechter-of-uwv-in-2015/ Arbeidsrecht Kwart minder ontslagen via rechter of UWV in 2015 In 2015 zijn ruim 23.000 mensen ontslagen via het UWV of de kantonrechter, ongeveer een kwart minder dan in het voorgaande jaar. Nu.nl Thu, 16 Feb 2017 11:59:47 +0100 <p>In 2015 zijn ruim 23.000 mensen ontslagen via het UWV of de kantonrechter, ongeveer een kwart minder dan in het voorgaande jaar.</p> <p>Ten opzichte van 2013 daalde het aantal met bijna de helft, zo&nbsp;<a href="https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/06/ontslagen-via-rechter-of-uwv-dalen-met-een-kwart" target="_blank">maken</a>&nbsp;het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het UWV maandag bekend.</p> <p>Het aantal ontslagen via de kantonrechter daalde tussen 2013 en 2015 van 10.100 naar 5.600. Dit betreft alleen werknemers met een vast contract. Het aantal via het UWV afgehandelde ontslagzaken nam af van een piekniveau van 35.600 in 2013 naar 17.800 in 2015.</p> <p>In 2013 werden zeven op de tien mensen als gevolg van een faillissement ontslagen. Dit gebeurt zonder tussenkomst van de kantonrechter of het UWV. Het CBS heeft geen recentere cijfers over faillissementsontslagen.</p> <p>Sinds op 1 juli 2015 de Wet werk en zekerheid (Wwz) van kracht is geworden, gelden nieuwe ontslagregels. Voor die tijd konden werkgevers kiezen of zij een ontslag via het UWV of de kantonrechter wilden laten plaatsvinden. Nu hangt de route af van de reden van het ontslag.</p> <p>Bij bedrijfseconomische redenen of twee jaar arbeidsongeschiktheid komt de werkgever uit bij het UWV, in andere gevallen verloopt een ontslag via de rechter.</p> <h3>Bedrijfseconomische redenen</h3> <p>In 2015 werden 13.700 mensen via het UWV ontslagen om bedrijfseconomische redenen en 3.600 vanwege arbeidsongeschiktheid. Het aantal ontslagen om bedrijfseconomische redenen is tussen 2013 en 2015 ruim gehalveerd.</p> <p>Bij zes op de tien ontslagen via het UWV ging het in 2015 om een 45-plusser. Het ging in totaal om ruim 5.700 mensen van 45 tot en met 54 jaar en bijna 5.100 mensen van 55 jaar en ouder.</p> 0 2017-02-16 11:59 +01:00 2017-02-16 11:59 +01:00 http://www.nu.nl/ondernemen/4457154/aantal-faillissementen-opnieuw-gedaald.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/aantal-faillissementen-opnieuw-gedaald/ Overige artikelen Aantal faillissementen opnieuw gedaald Het aantal failliet verklaarde bedrijven is opnieuw gedaald. In januari werden er zeven bedrijven minder failliet verklaard dan in december. Nu.nl Thu, 16 Feb 2017 11:58:45 +0100 <p>Het aantal failliet verklaarde bedrijven is opnieuw gedaald. In januari werden er zeven bedrijven minder failliet verklaard dan in december.</p> <p>In december daalde het aantal faillissementen met 85, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (<a href="https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/06/iets-minder-faillissementen-in-januari" target="_blank">CBS</a>).&nbsp;Het aantal uitgesproken faillissementen, voor zittingsdagen gecorrigeerd, piekte in mei 2013.</p> <p>Daarna is er sprake van een dalende trend tot augustus 2016. Toen werd het voorlopig laagste niveau bereikt na mei 2013. Daarna stokte de dalende trend, aldus het statistiekbureau. In december en januari daalde het aantal faillissementen echter weer.</p> <p>Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er 371 bedrijven en instellingen, exclusief eenmanszaken, in januari failliet verklaard.</p> <p>De meeste faillissementen werden uitgesproken in de handel, dat waren er 83. Bij de financi&euml;le instellingen kwam het aantal faillissementen uit op 67. De handel en de financi&euml;le dienstverlening behoren tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Relatief gezien werden er in januari veel faillissementen uitgesproken in de vervoer- en opslagsector.</p> 0 2017-02-16 11:58 +01:00 2017-02-16 11:58 +01:00 https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20170207/wetsvoorstel_intrekken http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/wetsvoorstel-intrekken-nederlanderschap-in-het-belang-van-de-nationale-veiligheid-aangenomen-en-overig-nieuws/ Overige artikelen Wetsvoorstel Intrekken Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid aangenomen en overig nieuws De Eerste Kamer heeft vandaag met de initiatiefnemers en de staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gedebatteerd over: Eerste kamer Thu, 16 Feb 2017 11:56:05 +0100 <p>De Eerste Kamer heeft vandaag met de initiatiefnemers en de staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gedebatteerd over:</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34246_initiatiefvoorstel_ypma">Initiatiefvoorstel-Ypma, Voordewind en Rog inzake de bekostiging van levensbeschouwelijk onderwijs en godsdienstonderwijs op openbare scholen (34.246)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/motie/motie_bikker_christenunie_c_s_over_6">Tijdens dit debat is Motie-Bikker (ChristenUnie) c.s. over daadwerkelijke structurele bekostiging en een overbruggingsregeling (EK 34.246, C)</a>&nbsp;ingediend.&nbsp;</li> </ul> <p class="mtop">De Kamer heeft vandaag het wetsvoorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34356_intrekken_nederlanderschap">Intrekken Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid (34.356 (R2064))</a></li> </ul> <p class="mnone">na&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/begrip/stemmen_bij_zitten_en_opstaan">stemming bij zitten en opstaan</a>&nbsp;aangenomen. SGP, VVD, CDA, 50PLUS en PVV stemden voor.</p> <p class="mtop">De</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/motie/motie_van_dijk_sgp_c_s_inzake">Motie-Van Dijk (SGP) c.s. inzake alternatieven voor het verplichte ambtshalve beroep tegen het intrekkingsbesluit (EK 34.356, H)</a></li> </ul> <p class="mnone">is na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. SGP, VVD, CDA, 50PLUS en PVV stemden voor.</p> <p class="mtop">Het voorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34358_het_van_rechtswege_laten">Het van rechtswege laten vervallen van reisdocumenten van personen aan wie een uitreisverbod is opgelegd (34.358 (R2065))</a></li> </ul> <p class="mnone">is na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. SGP, ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, 50PLUS en OSF stemden voor.</p> <p class="mtop">Het voorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34359_tijdelijke_wet_bestuurlijke">Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (34.359)</a></li> </ul> <p class="mnone">is na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. SGP, ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, OSF, 50PLUS en PVV stemden voor.</p> <p class="mtop">Het wetsvoorstel</p> <p class="mnone"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34446_vaststellen_van_het">Vaststellen van het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief voor leerlingen na overeenstemming met de ouders (34.446)</a></p> <p class="mnone">is als hamerstuk afgedaan. De SGP, VVD en PVV is daarbij&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/begrip/vragen_van_aantekening">aantekening</a>&nbsp;verleend.</p> <p class="mtop">Het wetsvoorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34435_verbetering_evenwichtige">Verbetering evenwichtige vertegenwoordiging mannen en vrouwen in topfuncties in het bedrijfsleven (34.435)</a></li> </ul> <p class="mnone">is als hamerstuk afgedaan. De fractie van de SGP is daarbij aantekening verleend.</p> <p class="mtop">De wetsvoorstellen</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34470_regels_voor_elektronische">Regels voor elektronische sigaretten zonder nicotine en voor roken bestemde kruidenproducten (34.470)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34507_modernisering_en">Modernisering en vereenvoudiging van de basisregistraties adressen en gebouwen (34.507)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34525_verruiming_van_de">Verruiming van de mogelijkheid om fouten in het geluidregister te herstellen (34.525)&nbsp;</a></li> </ul> <p class="mnone">zijn als&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/begrip/hamerstuk">hamerstukken</a>&nbsp;afgedaan.</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/verslag/20170207/verslag">Verslag plenaire vergadering 7 februari 2017</a></li> </ul> 0 2017-02-16 11:56 +01:00 2017-02-16 11:56 +01:00 http://www.nu.nl/geldzaken/4468002/aantal-mensen-bewind-opnieuw-gestegen.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/aantal-mensen-onder-bewind-opnieuw-gestegen/ Overige artikelen Aantal mensen onder bewind opnieuw gestegen Het aantal volwassenen dat onder een vorm van bewind staat, is vorig jaar gestegen naar 326.100. Nu.nl Thu, 16 Feb 2017 11:10:14 +0100 <p>Het aantal volwassenen dat onder een vorm van bewind staat, is vorig jaar gestegen naar 326.100.</p> <p>Dat blijkt woensdag uit cijfers van de Raad voor de rechtspraak. In 2015 stonden nog<strong>&nbsp;</strong>302.100<strong>&nbsp;</strong>mensen onder een vorm van bewind. Hieronder vallen bewind, curatele en mentorschap.</p> <p>Het aantal mensen dat niet over eigen financi&euml;le&nbsp;of persoonlijke zaken kan beslissen, neemt ieder jaar toe. In totaal 255.700 mensen konden niet meer over hun eigen financi&euml;n beschikken, tegenover&nbsp;237.200 een jaar eerder. Zij zijn onder curatele of bewind geplaatst.</p> <p>Daarnaast konden vorig jaar 70.400 mensen niet meer over hun persoonlijke zaken beslissen. Zij hebben een mentor toegewezen gekregen. Dit waren er een jaar eerder nog 64.900.&nbsp;</p> <h3>Vergrijzing</h3> <p>Volgens de Raad voor de rechtspraak speelt vergrijzing een grote rol bij de toename. De rechter kan er bij bijvoorbeeld dementie voor kiezen iemand onder curatele, bewind of mentorschap te stellen. Ook hoge schulden of psychische problemen kunnen tot de beschermingsmaatregel leiden.</p> <p>De bewindvoerder die vervolgens wordt aangewezen, kan een familielid zijn, maar ook een stichting of een bewindvoerdersbureau. Bewindvoerders worden jaarlijks gecontroleerd door de rechter.</p> <h3>Tekort</h3> <p>Om deze toezichtstaken goed te kunnen uitvoeren, komt de rechtspraak naar eigen zeggen geld tekort. "We hebben berekend dat de rechtspraak jaarlijks 11,2 miljoen euro tekortkomt om de toezichtstaak fatsoenlijk uit te kunnen voeren", zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.</p> <p>"Rechters hebben omschreven wat er nodig is aan tijd en mankracht om de controle zorgvuldig te kunnen doen. Daaruit blijkt dit bedrag. Bij het snel oplopende aantal bewindsdossiers wordt het probleem alleen maar groter."</p> 0 2017-02-16 11:10 +01:00 2017-02-16 11:10 +01:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Weer-meer-mensen-onder-bewind.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/weer-meer-mensen-onder-bewind/ Overige artikelen Weer meer mensen onder bewind Eind 2016 stonden 326.100 meerderjarigen onder een vorm van bewind. Het aantal meerderjarigen dat niet zelf de eigen financiën kan beheren, neemt elk jaar toe . Rechtspraak Thu, 16 Feb 2017 11:07:54 +0100 <p>Eind 2016 stonden 326.100 meerderjarigen onder een vorm van&nbsp;bewind. Het aantal meerderjarigen dat niet zelf de eigen financi&euml;n kan beheren, neemt elk jaar toe (zie grafiek).</p> <p>Dit blijkt uit cijfers van de&nbsp;Raad voor de rechtspraak. Voorzitter Frits Bakker wijst op het belang van goed toezicht door rechters op bewindvoerders &eacute;n op het belang van voldoende financi&euml;le middelen om deze taak uit te kunnen voeren.</p> <p>Als iemand niet meer over zijn financi&euml;le zaken kan beslissen, kan de&nbsp;kantonrechter&nbsp;een beschermingsmaatregel nemen:&nbsp;curatele,&nbsp;bewind&nbsp;of&nbsp;mentorschap. Dit doet de rechter bijvoorbeeld als iemand hoge schulden of psychische problemen heeft, of bij dementie. De vergrijzing speelt bij het jaar in jaar uit toenemende aantal mensen dat onder&nbsp;bewind&nbsp;staat, een grote&nbsp;rol.</p> <p>Als de&nbsp;kantonrechter&nbsp;een beschermingsmaatregel neemt, wijst hij een&nbsp;bewindvoerder&nbsp;aan. Dit kan een familielid zijn, maar ook een professional, zoals een stichting of een bewindvoerdersbureau. De rechter controleert elk jaar aan de hand van de zogenoemde rekening &amp; verantwoording of de&nbsp;bewindvoerder&nbsp;zijn werk goed en eerlijk doet.</p> <h2>Maatschappelijk belang</h2> <p>Frits Bakker, voorzitter van de&nbsp;Raad voor de rechtspraak, wijst erop dat het hier in de regel om kwetsbare mensen gaat en dat het maatschappelijk belang van goed toezicht op bewindvoerders groot is. Bakker: &lsquo;Goed toezicht voorkomt fraude en draagt bij aan het vertrouwen dat mensen in de rechtsstaat hebben. Als de wet regelt dat de rechter toezicht houdt, verwachten de mensen ook dat er effectief wordt gecontroleerd of de belangen van de onder&nbsp;bewind&nbsp;gestelde goed worden behartigd.&rsquo;</p> <h2>Effectiever</h2> <p>Toezicht op&nbsp;bewind&nbsp;is &eacute;&eacute;n van de speciale aandachtspunten van de Rechtspraak. Onderzocht wordt in een aantal dossiers hoe rechters effectiever kunnen optreden. Dan gaat het om de toegang tot de civiele rechter, vechtscheidingen, multiproblematiek en toezicht.</p> <p>&lsquo;We hebben berekend dat de Rechtspraak jaarlijks 11,2 miljoen euro tekort komt om de toezichtstaak fatsoenlijk uit te kunnen voeren&rsquo;, zegt Frits Bakker. &lsquo;Rechters hebben omschreven wat er nodig is aan tijd en mankracht om de controle zorgvuldig te kunnen doen. Daaruit blijkt dit bedrag. Bij het snel oplopende aantal bewindsdossiers wordt het probleem alleen maar groter.&rsquo;</p> <p>Eerder gaf de Rechtspraak al aan dat de komende regeerperiode een jaarlijks toenemend budget nodig is om tegemoet te kunnen komen aan de huidige maatschappelijke wensen en behoeften en om technisch en inhoudelijk te kunnen innoveren.&nbsp; Dit extra benodigde budget zal naar schatting aan het eind van de nieuwe regeerperiode 50 miljoen euro bedragen.</p> 0 2017-02-16 11:07 +01:00 2017-02-16 11:07 +01:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Uitsprakenregister-nu-ook-voor-mobiele-apparaten.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/uitsprakenregister-nu-ook-voor-mobiele-apparaten/ Overige artikelen Uitsprakenregister nu ook voor mobiele apparaten Het uitsprakenregister, een van de meest bezochte onderdelen van rechtspraak.nl, is nu ook geschikt voor het gebruik met mobiele apparaten. Hierdoor is het een stuk makkelijker geworden om naar uitspraken te zoeken via bijvoorbeeld smartphone of tablet. Rechtspraak Mon, 23 Jan 2017 22:11:40 +0100 <p>Het uitsprakenregister, een van de meest bezochte onderdelen van rechtspraak.nl, is&nbsp;nu ook geschikt voor het gebruik met mobiele apparaten. Hierdoor is het een stuk makkelijker geworden om naar uitspraken te zoeken via bijvoorbeeld smartphone of tablet.</p> <p>In het uitsprakenregister kan worden gezocht naar, en in, de uitspraken van honderdduizenden rechtszaken. Naar aanleiding van de aanpassing van het register komen er meldingen binnen van gebruikers. Die meldingen worden gebruikt om het uitsprakenregister continu te verbeteren.</p> <p>Het uitsprakenregister is te bereiken via de&nbsp;<a href="https://www.rechtspraak.nl/">homepage</a>&nbsp;van rechtspraak.nl.</p> 1 2017-01-23 22:11 +01:00 2017-01-23 22:11 +01:00 http://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/toezending-van-stukken-aan-de-rechter-nadat-vonnis-bepaald/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/toezending-van-stukken-aan-de-rechter-nadat-vonnis-is-bepaald/ Overige artikelen Toezending van stukken aan de rechter nadat vonnis is bepaald De rechtbank behoort ook in onteigeningszaken geen acht te slaan op stukken die haar door een partij worden toegezonden buiten de verplichte procesvertegenwoordiger om. Cassatieblog.nl Mon, 23 Jan 2017 22:11:07 +0100 <p>De rechtbank behoort ook in onteigeningszaken geen acht te slaan op stukken die haar door een partij worden toegezonden buiten de verplichte procesvertegenwoordiger om.</p> <p>Ook mag de rechtbank geen kennis nemen van stukken die haar worden toegezonden nadat vonnis is bepaald, zeker niet zonder de wederpartij in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten. Daarbij is niet van belang in hoeverre te toegezonden stukken daadwerkelijk een rol hebben gespeeld voor de beslissing van de rechtbank.</p> <p>In deze onteigeningsprocedure heeft &ndash; na een eerdere cassatie en verwijzing door de Hoge Raad in&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3563" target="_blank">ECLI:NL:HR:2015:3563</a>&nbsp;&ndash; de rechtbank bij vonnis van 18 mei 2016 de vervroegde onteigening uitgesproken van het perceel van eiser tot cassatie.</p> <p>Voorafgaand aan dit vonnis heeft op 26 april 2016 een pleidooi plaatsgevonden (dat pleidooi was door de rechtbank v&oacute;&oacute;r verwijzing geweigerd en op die grond kwam het in de eerste cassatieprocedure tot een vernietiging). Bij het pleidooi is de zaak door de gemeente bepleit door haar advocaat. De advocaat van eiser had zich enkele weken v&oacute;&oacute;r het pleidooi als advocaat onttrokken; namens eiser heeft zijn zoon bij het pleidooi het woord gevoerd.</p> <p>Na het pleidooi heeft (niet de advocaat van de gemeente maar) een eigen jurist van de gemeente een e-mail aan de rechtbank toegezonden. Daarbij was een uitspraak gevoegd die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op (eveneens) 26 april 2016 had gedaan. In die uitspraak heeft de Afdeling een herzieningsverzoek van eiser afgewezen dat gericht was tegen het bestemmingsplan dat de basis vormde voor de onteigening van het perceel van eiser.</p> <p>De rechtbank heeft in haar vonnis van 18 mei 2016 bij de opsomming van de &ldquo;stukken van het geding&rdquo; verwezen naar het bericht van de gemeente en de bijgevoegde uitspraak van de Afdeling, en heeft ook in verschillende overwegingen van het vonnis naar die uitspraak verwezen.</p> <p>Deze procedurele gang van zaken wordt in cassatie door eiser ter discussie gesteld, en dat leidt tot een (tweede) vernietiging op procesrechtelijke gronden.</p> <p>De Hoge Raad breekt in de eerste plaats de staf over het toezenden van stukken door een ander (de gemeentejurist) dan een advocaat: ook in onteigeningszaken (waarin eveneens wordt aangenomen dat verplichte procesvertegenwoordiging geldt, zie de&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2016:1257" target="_blank">CPG</a>, &sect; 3.2) behoort de rechtbank volgens de Hoge Raad geen acht te slaan op stukken die haar door een partij worden toegezonden buiten de verplichte procesvertegenwoordiger om.</p> <p>Ten tweede acht de Hoge Raad de klacht gegrond dat de rechtbank (ook) geen acht had mogen slaan op de toegezonden stukken omdat in&nbsp;<a href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Landelijk-procesreglement-voor-civiele-dagvaardingszaken-bij-de-rechtbanken-2016.pdf" target="_blank">art. 6.1 van het Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken</a>&nbsp;is bepaald dat de rechtbank geen kennis neemt van stukken die worden toegezonden nadat vonnis is bepaald, tenzij blijkt dat de wederpartij met die kennisneming heeft ingesteld. Een soortgelijke regel is overigens voor advocaten onderling neergelegd in&nbsp;<a href="http://regelgeving.advocatenorde.nl/content/gedragsregels-1992" target="_blank">Gedragsregel 15 lid 2</a>&nbsp;(maar die was in casu niet van toepassing omdat de stukken niet door de advocaat van de gemeente waren toegezonden aan de rechtbank; daarnaast werd eiser op dat moment niet meer bijgestaan door een advocaat).</p> <p>Ten derde &ndash; en dat lijkt enigszins in tegenspraak met het vorige punt &ndash; oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door het bericht van de gemeente in haar oordeel te betrekken zonder eiser daarvan in kennis te stellen; de rechtbank had volgens de Hoge Raad eiser in kennis moeten stellen van de toegezonden stukken en hem de gelegenheid moeten bieden om daarop (door tussenkomst van een nieuwe advocaat) te reageren. Dit impliceert dat de rechtbank op zichzelf de stukken nog w&eacute;l in haar oordeel mocht betrekken, ook al waren deze in strijd met art. 6.1 van het procesreglement aan haar toegezonden nadat al vonnis was bepaald. Mogelijk vindt dit zijn verklaring in het feit dat de rechtbank ook ambtshalve kennis van de uitspraak van de Afdeling had kunnen nemen (zoals de gemeente in cassatie nog had betoogd; zie CPG &sect; 3.7), mits de rechtbank eiser maar in de gelegenheid stelde tot een reactie op de stukken.</p> <p>Aan zijn oordeel voegt de Hoge Raad nog toe &ndash; in reactie op het verweer dat de gemeente in cassatie had gevoerd &ndash; dat bij de voorgaande punten niet van belang is in hoeverre de uitspraak van de Afdeling daadwerkelijk van invloed is geweest op het oordeel van de rechtbank. Het was niet aan de rechtbank, maar aan eiser om de beoordelen of die uitspraak noodzaakte tot een reactie, en het enkele feit dat de rechtbank in haar uitspraak van de Afdeling heeft verwezen onderstreept bovendien dat niet gezegd kan worden dat de toezending van die uitspraak in redelijkheid niet van enig belang kan zijn geweest voor haar oordeel.</p> <p>De Hoge Raad sluit hiermee aan bij eerdere rechtspraak (onder meer HR 9 november 2012,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BX5882" target="_blank">ECLI:NL:HR:2012:BX5882</a>,&nbsp;<a href="http://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/schending-hoor-en-wederhoor-door-opvragen-proces-verbaal-van-behandeling-ter-zitting-en-nalaten-dit-aan-partijen-te-zenden/" target="_blank">CB 2012-214</a>), waarin hij &ndash; op het voetspoor van EHRM-rechtspraak &ndash; oordeelde dat partijen het recht hebben om kennis te nemen van, en zich te kunnen uitlaten over, &aacute;lle gegevens en bescheiden die in het geding zijn gebracht en zijn bedoeld om in de oordeelsvorming van de rechter te worden betrokken. Dit geldt in beginsel ongeacht de vraag of die gegevens daadwerkelijk de uiteindelijke beslissing hebben be&iuml;nvloed.</p> 1 2017-01-23 22:11 +01:00 2017-01-23 22:11 +01:00 http://cassatieblog.nl/insolventierecht/wsnp-ontvankelijkheid-en-verwijtbaarheid-v-m-curatele/ http://www.actuele-artikelen.nl/merken--octrooi-en-handelsnaam/wsnp-ontvankelijkheid-en-verwijtbaarheid-ivm-curatele/ Merken- octrooi en handelsnaam WSNP: ontvankelijkheid en verwijtbaarheid i.v.m. curatele Voor een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van niet nakoming van verplichtingen is vereist dat de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt. Cassatieblog.nl Mon, 23 Jan 2017 22:10:46 +0100 <p>Voor een tussentijdse be&euml;indiging van de schuldsaneringsregeling op grond van niet nakoming van verplichtingen (art. 350 lid 3, aanhef en onder c Fw) is vereist dat de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt.</p> <p>Het feit dat iemand onder curatele is gesteld betekent niet zonder meer dat aan hem geen verwijt kan worden gemaakt. De onder curatele gestelde zal moeten toelichten waarom het niet nakomen van de verplichtingen in verband met zijn geestelijke gesteldheid hem niet kan worden verweten.</p> <h4>Achtergrond</h4> <p>In 2013 is de schuldsaneringsregeling op verzoekster 1 en verzoeker 2 van toepassing verklaard. Verzoekster 1 en verzoeker 2 zijn met elkaar in gemeenschap van goederen getrouwd. Verzoekster 1 is in 2011 onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis (koopverslaving). Omdat verzoekers zich niet hielden aan de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling en tevens nieuwe schulden hebben laten ontstaan, heeft de rechter-commissaris voorgedragen de schuldsaneringsregeling tussentijds te be&euml;indigen. De rechtbank heeft de zaak aangehouden om verzoekers in de gelegenheid te stellen zich &ldquo;vanaf heden perfect&rdquo; te houden aan de voorwaarden uit de schuldsaneringsregeling, waaronder de verplichting de bewindvoerder te informeren over alle zaken die hun vermogenspositie kunnen raken. Uiteindelijk heeft de rechtbank de voordracht tot be&euml;indiging van de schuldsanering afgewezen en verzoekers een laatste kans gegeven de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen.</p> <p>Ruim een jaar later heeft de rechtbank op verzoek van de bewindvoerder de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog tussentijds be&euml;indigd, omdat verzoekers de bewindvoerder niet hebben ge&iuml;nformeerd en opnieuw schulden hebben laten ontstaan. Het hof heeft dit vonnis bekrachtigd. Volgens het hof hebben verzoekers de bewindvoerder onvoldoende ge&iuml;nformeerd over zaken waarvan zij wisten dat deze voor een goed verloop van de schuldsanering van belang waren. Zo werden de inkomsten van verzoeker 2 op de bankrekening van zijn vader gestort, waardoor de inkomsten buiten het zicht werden gehouden. De niet-nakoming van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling kon volgens het hof de verzoekers zwaar worden aangerekend. Verzoekers konden zich met dit oordeel niet verenigen en hebben cassatieberoep ingesteld.</p> <h4>Ontvankelijkheid</h4> <p>In cassatie stond de Hoge Raad allereerst voor de vraag of verzoekster 1 ontvankelijk was in het cassatieberoep. Ten tijde van het instellen van het cassatieberoep stond verzoekster 1 nog onder curatele en kon zij dus geen proceshandelingen verrichten. Een aantal weken na het instellen van het cassatieberoep is de curatele opgeheven en heeft verzoekster 1 de instelling van het cassatieberoep bekrachtigd. De Hoge Raad oordeelt in lijn met vaste jurisprudentie dat verzoekster 1 ontvankelijk is, omdat proceshandelingen van een onder curatele gestelde vatbaar zijn voor bekrachtiging door de curator of indien de curatele wordt opgeheven door de curandus zelf. Het gevolg van de bekrachtiging is dat proceshandelingen worden geacht van de aanvang af geldig te zijn geweest. De bekrachtiging heeft tevens betrekking op de eerdere instanties (vgl. HR 29 november 1957, NJ 1958/15 en HR 20 november 1987,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1987:AD0051" target="_blank">ECLI:NL:HR:1987:AD0051</a>, NJ 1988/279).</p> <h4>Beoordeling van het middel</h4> <p>In cassatie klagen verzoekers dat het hof heeft miskend dat aan hen geen verwijt kan worden gemaakt van de niet-nakoming van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, omdat verzoekster 1 destijds onder curatele stond.</p> <p>Advocaat-generaal R.H. de Bock acht deze klacht gegrond en&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2016:1149" target="_blank">concludeert</a>&nbsp;tot vernietiging van het arrest. Het hof had volgens haar het feit dat verzoekster 1 onder curatele stond niet onbesproken kunnen laten. Een ondercuratelestelling vindt immers plaats omdat iemand niet in staat is om zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Een ondercuratelestelling vormt volgens de A-G dan ook een aanwijzing dat sprake is van verminderde toerekenbaarheid bij het niet nakomen van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Het hof had volgens de A-G dan ook nader moeten motiveren waarom naar zijn oordeel toch sprake was van verwijtbaarheid bij verzoekster 1.</p> <p>De Hoge Raad volgt de conclusie niet en verwerpt het cassatieberoep. Volgens de Hoge Raad is voor de toepassing van de be&euml;indigingsgrond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, Fw (niet-nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen) vereist dat de schuldenaar van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt (vgl. HR 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2348). Als een schuldenaar aanvoert dat hem geen verwijt kan worden gemaakt van gedragingen, omdat hij lijdt aan een psychische aandoening, mag in beginsel van hem worden gevergd dat hij verklaart waarom zijn aandoening eraan in de weg stond aan zijn verplichtingen te voldoen (vgl. HR 7 oktober 2016,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2286" target="_blank">ECLI:NL:HR:2016:2286</a>, NJ 2016/451,&nbsp;eerder besproken in&nbsp;<a href="http://cassatieblog.nl/insolventierecht/wsnp-terecht-tussentijds-beeindigd-ziekte-onvoldoende-onderbouwd/" target="_blank">CB 2016-163</a>). Het hof heeft volgens de Hoge Raad wel degelijk onderkend dat verzoekster 1 onder curatele stond, maar heeft terecht geoordeeld dat zij onvoldoende heeft toegelicht waarom het niet nakomen van de verplichtingen niet aan haar kan worden verweten. Verzoekster 1 is immers herhaaldelijk gewaarschuwd dat zij zich moest houden aan de voorwaarden van de schuldsanering. Tevens is zij er op gewezen dat de ondercuratelestelling haar niet van de informatieplicht ontslaat. Aan verzoekster 1 kan aldus ondanks de curatele wel degelijk een verwijt worden gemaakt.</p> <p>Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat een verzoek tot be&euml;indiging van de schuldsaneringsregeling van in gemeenschap van goederen getrouwde personen ten aanzien van ieder afzonderlijk beoordeeld wordt (vgl. HR 15 februari 2002,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AD9144" target="_blank">ECLI:NL:HR:2002:AD9144&nbsp;</a>en HR 4 juni 2004,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO6933" target="_blank">ECLI:NL:HR:2004:AO6933</a>). Het feit dat verzoekster 1 onder curatele stond, kan dan ook niet tegen de tussentijdse be&euml;indiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoeker 2 worden ingebracht.</p> 1 2017-01-23 22:10 +01:00 2017-01-23 22:10 +01:00 http://cassatieblog.nl/grondrechten-en-mensenrechten/proceskostenveroordeling-een-procedure-staatsaansprakelijkheid-wegens-schending-van-de-redelijke-termijn/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/proceskostenveroordeling-in-een-procedure-over-staatsaansprakelijkheid-wegens-schending-van-de-redelijke-termijn/ Overige artikelen Proceskostenveroordeling in een procedure over staatsaansprakelijkheid wegens schending van de redelijke termijn In een procedure betreffende overschrijding van de redelijke termijn voor berechting blijft de regel van art. 237 Rv, dat de in het ongelijk gestelde partij in de kosten wordt veroordeeld, van toepassing. Cassatieblog.nl Mon, 16 Jan 2017 10:34:31 +0100 <p>In een procedure betreffende overschrijding van de redelijke termijn voor berechting blijft de regel van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2016-07-01#BoekEerste_TiteldeelTweede_AfdelingTwaalfde_Paragraaf2_Artikel237">art. 237 Rv</a>, dat de in het ongelijk gestelde partij in de kosten wordt veroordeeld, van toepassing.</p> <p>Eisers tot cassatie zijn naar aanleiding van een huurgeschil verwikkeld geweest in civiele procedures die circa acht tot negen jaar hebben geduurd. In de onderhavige procedure stellen zij de Staat aansprakelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in art. 6 EVRM. Rechtbank en hof wezen de vordering af, met veroordeling van eisers in de proceskosten.</p> <p>In cassatie klagen eisers dat hun door de proceskostenveroordeling een &ldquo;effective remedy&rdquo; in de zin van art. 13 EVRM is onthouden voor het maken van aanspraak op een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Daartoe beroepen zij zich op het arrest&nbsp;Severijnen/De Bilt&nbsp;(HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736,&nbsp;NJ&nbsp;2014/525,&nbsp;<a href="http://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/schadevergoeding-wegens-overschrijding-redelijke-termijn-slechts-afzonderlijke-procedure/">CB 2014-64</a>), waarin de Hoge Raad overwoog:</p> <p>&ldquo;3.16.3 Nu de partijen in de zaak waarin (beweerdelijk) de redelijke termijn is overschreden in de regel reeds griffierecht hebben betaald, kan van hen, op gelijke voet met de gevallen bedoeld in art. 4 leden 1 en 2 Wet griffierechten burgerlijke zaken, geen griffierecht worden geheven in de hiervoor in 3.15 bedoelde afzonderlijke procedure tegen de Staat, mede gelet op het feit dat het gaat om een aantasting van een door het EVRM beschermde aanspraak waartegen op grond van art. 13 EVRM een &lsquo;effective remedy&rsquo; dient te bestaan. Voor het overige dient die procedure te verlopen volgens de in het algemeen geldende regels.&rdquo;</p> <p>In een procedure wegens overschrijding van de redelijke termijn is de eiser dus niet nogmaals griffierecht verschuldigd. Dit betekent echter niet dat, zoals het middel bepleit, de eiser ook gevrijwaard dient te blijven van een kostenveroordeling indien zijn vordering ongegrond blijkt:</p> <p>&ldquo;3.3.2 Uit rov. 3.16.3 van het hiervoor in 3.3.1 vermelde arrest van 28 maart 2014 blijkt dat de grond voor het niet heffen van griffierecht in de procedure betreffende overschrijding van de redelijke termijn is gelegen in de omstandigheid dat de partij die de vordering instelt, reeds griffierecht heeft betaald in de zaak waarin (beweerdelijk) de redelijke termijn is overschreden. Daarbij is een vergelijking gemaakt met de gevallen bedoeld in art. 4 leden 1 en 2 Wet griffierechten burgerlijke zaken. Vervolgens is overwogen: &ldquo;Voor het overige dient die procedure te verlopen volgens de in het algemeen geldende regels.&Prime; In deze overwegingen ligt besloten dat de regel van art. 237 Rv ook in een procedure als in die overweging bedoeld, van toepassing blijft. Daarbij verdient opmerking dat het risico van een proceskostenveroordeling bij de in Nederland voor dit soort zaken geldende tarieven geen onaanvaardbare drempel oplevert om op te komen tegen een (gestelde) schending van door het EVRM gewaarborgde rechten. Het middel faalt dan ook.&rdquo;</p> <p>Advocaat-generaal Keus concludeerde in gelijke zin en wees er daarbij op dat de in het ongelijk gestelde partij doorgaans niet kwalificeert als iemand wiens EVRM-rechten zijn aangetast, zodat er zo beschouwd ook geen &ldquo;effective remedy&rdquo; in de zin van art. 13 EVRM hoeft te bestaan (<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2016:940">conclusie</a>, sub 3.14). De conclusie bevat tevens beschouwingen over het gesloten stelsel van rechtsmiddelen (sub 3.4 e.v.), dit in verband met de stelling van eisers dat de termijnoverschrijding in de eerdere procedures was veroorzaakt door onjuiste oordelen, welke stelling volgens het hof afstuitte op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat oordeel laat de Hoge Raad met toepassing van art. 81 RO in stand (r.o. 3.2).</p> <p>De proceskostenveroordelingen blijven dus gehandhaafd en worden nu vermeerderd met een proceskostenveroordeling in cassatie (&euro; 2.652,34 aan verschotten en &euro; 2.200 voor salaris).</p> <p>De Staat is in cassatie bijgestaan door&nbsp;<a href="http://www.pelsrijcken.nl/mensen/hans-van-wijk">Hans van Wijk</a>&nbsp;en&nbsp;<a href="http://www.pelsrijcken.nl/mensen/gijsbrecht-nieuwland/">Gijsbrecht Nieuwland</a>, en in feitelijke instanties door&nbsp;<a href="http://www.pelsrijcken.nl/mensen/bert-jan-houtzagers/">Bert-Jan Houtzagers</a>&nbsp;en&nbsp;<a href="http://www.pelsrijcken.nl/mensen/roos-lawant/">Roos Lawant</a>.</p> 0 2017-01-16 10:34 +01:00 2017-01-16 10:34 +01:00 http://cassatieblog.nl/insolventierecht/wsnp-ambtshalve-uittreksel-justitiele-docmentatie/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/wsnp-rechter-mag-bij-beslissing-tot-toelating-ambtshalve-uittreksel-justitiele-documentatie-opvragen/ Overige artikelen WSNP: rechter mag bij beslissing tot toelating ambtshalve uittreksel justitiële documentatie opvragen De rechter mag onder omstandigheden ambtshalve een uittreksel uit de justitiële documentatie van de schuldenaar bij toelating tot of beëindiging van de schuldsaneringsregeling opvragen en de inhoud ervan bij de wettelijke toelatingsvoorwaarden, weigeringsgronden en beëindigingsgronden van de schuldsaneringsregeling meewegen. Cassatieblog.nl Mon, 16 Jan 2017 10:31:01 +0100 <p>De rechter mag onder omstandigheden ambtshalve een uittreksel uit de justiti&euml;le documentatie van de schuldenaar bij toelating tot of be&euml;indiging van de schuldsaneringsregeling opvragen en de inhoud ervan bij de wettelijke toelatingsvoorwaarden, weigeringsgronden en be&euml;indigingsgronden van de schuldsaneringsregeling meewegen.</p> <p><a href="http://wetten.overheid.nl/BWBV0001000/2010-06-10#Verdrag_2_Verdragtekst_TiteldeelI_Artikel8" target="_blank">Art. 8 lid 2 EVRM</a>&nbsp;verzet zich daar niet tegen, mits voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en voorzienbaarheid. Daarbij dient de rechter acht te slaan op het beginsel van hoor en wederhoor.</p> <h4>Achtergrond van deze zaak</h4> <p>Verzoeker&nbsp;heeft een verzoek gedaan tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het hof heeft dit verzoek afgewezen op twee gronden. In de eerste plaats heeft het hof geoordeeld dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het laten ontstaan of onbetaald laten van de schulden (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2015-07-01#TiteldeelIII_AfdelingEerste_Artikel288" target="_blank">art. 288 lid 1 sub b Fw</a>). Ten tweede heeft het hof geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen (art. 288 lid 1 sub c Fw). Aan dat oordeel heeft het hof mede het uittreksel uit het justiti&euml;le documentatieregister van verzoeker ten grondslag gelegd, welk uittreksel het hof ambtshalve bij de rechtbank had opgevraagd. Uit dit uittreksel bleek dat verzoeker wegens poging tot zware mishandeling door de politierechter is veroordeeld tot 140 uur taakstraf of (subsidiair) 70 dagen hechtenis. Volgens het hof kan deze straf een obstakel vormen bij het nakomen van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Verzoeker heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld.</p> <h4>Cassatie</h4> <p>In cassatie klaagt verzoeker over beide zelfstandig dragende gronden. De Hoge Raad verwerpt de (eerste) klacht ten aanzien van het ontbreken van goede trouw met behulp van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001830/2015-01-01#Hoofdstuk2_Afdeling5_Artikel81" target="_blank">art. 81 Wet RO</a>, waardoor het cassatieberoep reeds heeft te falen. Desalniettemin bespreekt de Hoge Raad vrij uitvoerig de (tweede) klacht. Volgens deze klacht is de rechter niet gerechtigd om ambtshalve een uittreksel uit het justiti&euml;le documentatie op te vragen van verzoeker tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Hiermee wordt het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer wordt geschonden.</p> <h4>Hoge Raad toetst aan art. 8 EVRM</h4> <p>De Hoge Raad overweegt allereerst dat het op grond van de Wet justiti&euml;le en strafvorderlijke gegevens (hierna: Wjsg) in principe mogelijk is om uittreksels uit het justiti&euml;le documentatieregister aan rechtelijke ambtenaren te verstrekken en dat dit ook geldt voor civielrechtelijke zaken. Hiermee wordt wel een inbreuk gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer uit art. 8 EVRM en&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/2008-07-15#Hoofdstuk1_Artikel10" target="_blank">art. 10 Grondwet</a>, waardoor een inbreuk alleen gerechtvaardigd is indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving in het belang van onder meer de rechten en vrijheden van anderen.</p> <p>De Hoge Raad maakt voorts &ndash; in het licht van art. 8 EVRM &ndash; een afweging tussen enerzijds het belang van de verzoeker van de schuldsaneringsregeling en anderzijds het belang van de schuldeisers. Het eerste belang is daarin gelegen om een natuurlijke persoon die in de financi&euml;le problemen is gekomen het vooruitzicht te bieden om op den duur weer met een schone lei verder te gaan. De schuldsaneringsregeling maakt daarmee echter tegelijkertijd inbreuk op de rechten van schuldeisers. Het succesvol doorlopen van de schuldsaneringsregeling heeft immers tot gevolg dat de vorderingen van de schuldeisers ten aanzien waarvan de regeling werkt, niet langer afdwingbaar zijn voor zover deze nog niet zijn voldaan (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2016-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel358" target="_blank">art. 358 lid 1 Fw</a>). De rechten van de schuldeisers kunnen daarmee rechtvaardigen dat een inbreuk wordt gemaakt op het priv&eacute;leven van de schuldenaar. Hierbij speelt mede een rol dat de schuldeisers in de schuldsaneringsprocedure niet voor hun belangen kunnen opkomen.</p> <p>Vervolgens overweegt de Hoge Raad dat het niet ondenkbaar is dat de wetgever het opvragen van een uittreksel uit de justiti&euml;le documentatie in een schuldsaneringsprocedure in alle gevallen gerechtvaardigd zou achten. Dit blijkt echter niet uit de wetsgeschiedenis van de Wjsg of uit de Faillissementswet, nu de strafrechtelijke veroordeling van de schuldenaar geen grondt biedt voor weigering of be&euml;indiging van de schuldsaneringsregeling. Er bestaat dan ook geen wettelijke grondslag om in alle gevallen waarin over de toelating tot of be&euml;indiging van de schuldsaneringsregeling wordt beslist, een uittreksel uit de justiti&euml;le documentatie op te vragen (vgl. HR 27 februari 2004,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AM2359" target="_blank">ECLI:NL:HR:2004:AM2359</a>,&nbsp;NJ&nbsp;2004/599, rov. 3.6).</p> <p>De Hoge Raad acht het echter gerechtvaardigd dat de rechter &ndash; in individuele gevallen &ndash; onder omstandigheden ambtshalve een uittreksel uit het justiti&euml;le documentatieregister kan opvragen. In dat geval vereist art. 8 lid 2 EVRM dat voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en voorzienbaarheid. De eerste eis brengt mee dat een voldoende zwaarwegende grond aanwezig moet zijn om het ambtshalve opvragen van het uittreksel te rechtvaardigen, welke grond de rechter moet vermelden in zijn uitspraak. De tweede eis impliceert dat de schuldenaar moet kunnen voorzien dat de rechter in een schuldsaneringsprocedure over het uittreksel beschikt en wat daarvan de consequenties voor de beoordeling van zijn verzoek zullen zijn, zodat hij zijn gedrag daarop kan afstemmen. Hieraan kan de rechter voldoen door de (advocaat van de) schuldenaar specifiek hierover tijdig voor de mondelinge behandeling te informeren. Als de rechter niet het uittreksel voor de zitting heeft opgevraagd, kan hij in hetgeen bij de mondelinge behandeling voorvalt, aanleiding zien om dit uittreksel alsnog op te vragen. Hij dient dan de schuldenaar tijdens de zitting te informeren en de gronden daarbij aan te geven.</p> <p>Tot slot geldt dat de inhoud van het uittreksel uitsluitend kan worden meegewogen in verband met de toetsingsvoorwaarden en weigeringsgronden (art. 288 lid 1 onder b en c en 2 lid c Fw) en de be&euml;indigingsgronden (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2016-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel350" target="_blank">art. 350 lid 3 onder c-g Fw</a>) en dat acht moet worden geslagen op het beginsel van hoor en wederhoor. Dit beginsel brengt mee dat de rechter eventuele uit het uittreksel blijkende contra-indicaties voor toepassing van de schuldsaneringsregeling of indicaties om deze te be&euml;indigen tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek met de schuldenaar moet bespreken om hem in de gelegenheid te stellen daarop te reageren of hem in de gelegenheid stellen daarop naderhand tijdens een voortgezette behandeling te reageren.</p> <h4>Advocaat-generaal De Bock</h4> <p>Anders dan de Hoge Raad achtte A-G De Bock het ambtshalve opvragen van het uittreksel justiti&euml;le gegevens niet toelaatbaar (zie met name &sect; 20-34 van haar&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2016:561" target="_blank">conclusie</a>). De bezwaren waren volgens de A-G met name gelegen in het beginsel van hoor en wederhoor enerzijds en de relevantie van de gegevens anderzijds. Volgens haar kan ook iemand die strafrechtelijk veroordeeld is, in staat zijn de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen na te komen.</p> <p>De Hoge Raad oordeelt als gezegd anders en geeft met dit arrest de rechter in schuldsaneringsprocedures de mogelijkheid om ambtshalve het uittreksel uit het justiti&euml;le documentatieregister van de schuldenaar op te vragen in verband met de toepassing of be&euml;indiging van de schuldsaneringsregeling.</p> 0 2017-01-16 10:31 +01:00 2017-01-16 10:31 +01:00