<description /> <item> <guid isPermaLink="false">https://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/oordeel-dat-sprake-van-schuldeisersverzuim-en-dus-geen-dwangsommen-zijn-verbeurd-aan-de-executierechter/</guid> <link>http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/oordeel-dat-sprake-is-van-schuldeisersverzuim-en-dus-geen-dwangsommen-zijn-verbeurd-is-aan-de-executierechter/</link> <category>Overige artikelen</category> <title>Oordeel dat sprake is van schuldeisersverzuim, en dus geen dwangsommen zijn verbeurd, is aan de executierechter De schuldenaar kan gedurende het verzuim van zijn schuldeiser geen dwangsommen verbeuren. Het oordeel dat zodanige situatie zich voordoet, is aan de executierechter. Cassatieblog Mon, 13 Nov 2017 20:49:38 +0100 <p>De schuldenaar kan gedurende het verzuim van zijn schuldeiser geen dwangsommen verbeuren. Het oordeel dat zodanige situatie zich voordoet, is aan de executierechter.&nbsp;</p> <p>Dat oordeel valt buiten de reikwijdte van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Tweede&amp;titeldeel=Vijfde&amp;afdeling=Derde&amp;artikel=611d&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">art. 611d Rv</a>&nbsp;en de exclusieve bevoegdheid van de dwangsomrechter, nu het dan niet gaat om een (op onmogelijkheid gebaseerde) opheffing of vermindering van de dwangsom als in die bepaling bedoeld, maar om de daaraan voorafgaande vraag of de schuldeiser de veroordeling waaraan de dwangsom is verbonden (in de relevante periode) mocht executeren.</p> <h4>Zijn dwangsommen verbeurd?</h4> <p>Eiser in cassatie was veroordeeld tot betaling van een geldsom en tot afgifte van enige roerende zaken aan verweerster in cassatie, op straffe van een dwangsom van &euro;&nbsp;50,&ndash; per dag met een maximum van &euro;&nbsp;10.000,&ndash;. Na de betekening van het arrest dat strekte tot deze veroordeling, is onder eiser ten laste van verweerster executoriaal derdenbeslag gelegd.</p> <p>Verweerster meende dat eiser dwangsommen had verbeurd en heeft een deurwaarder met de executie van die dwangsommen belast. Eiser heeft bij de deurwaarder als bezwaar aangevoerd dat hij ten gevolge van het executoriaal derdenbeslag in de onmogelijkheid verkeerde om de roerende zaken aan verweerster af te geven. Hierop heeft de deurwaarder een proces-verbaal opgemaakt en zich op de voet van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Tweede&amp;titeldeel=Eerste&amp;artikel=438&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">art. 438 lid 4 Rv</a>&nbsp;vervoegd bij de voorzieningenrechter om hem dit geschil in kort geding tussen partijen te laten beslissen.</p> <p>De voorzieningenrechter heeft de vordering van verweerster afgewezen omdat eiser door de &ldquo;blokkerende werking&rdquo; van het derdenbeslag in de onmogelijkheid verkeerde om aan de veroordeling tot afgifte van de roerende zaken aan verweerster te voldoen. Het hof heeft dit vonnis vernietigd. Het hof oordeelde dat slechts de dwangsomrechter, op de voet van art. 611d Rv, kan beslissen op een op &ldquo;onmogelijkheid&rdquo; gebaseerde stelling van de veroordeelde, niet de executierechter. Het hof kon daarom niet oordelen dat eiser ten tijde van het derdenbeslag in de onmogelijkheid verkeerde aan de veroordeling te voldoen.</p> <p>De Hoge Raad benadert de kwestie op een wat andere wijze dan partijen en kort geding-rechters in deze procedure, en ook dan de Advocaat-Generaal op de voet van het partijdebat in de&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:485" rel="noopener" target="_blank">conclusie&nbsp;</a>voor dit arrest.</p> <p>Onder verwijzing naar rechtspraak van het Benelux-Gerechtshof overweegt de Hoge Raad dat inderdaad slechts de dwangsomrechter kan oordelen over de onmogelijkheid van een veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Wel kan de executierechter, net als in andere gevallen waarin executiegeschillen aan hem worden voorgelegd, onderzoeken of de uitspraak waarbij de dwangsom is opgelegd, in het licht van nieuwe omstandigheden die geen overmacht opleveren, nog actueel en uitvoerbaar is. Voor een dwangsom is geen plaats wanneer de tenuitvoerlegging is geschorst. Of de tenuitvoerlegging is geschorst, is een vraag die moet worden beantwoord aan de hand van het interne (nationale) recht. De&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBV0003371/1978-10-01" rel="noopener" target="_blank">Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom</a>&nbsp;(Trb. 1974, 6), waarop art. 611d Rv berust, bevat daarover geen regels.</p> <p>Derdenbeslag vormt volgens vaste rechtspraak een geval waarin nakoming door de schuldenaar verhinderd wordt door een beletsel opkomend van de zijde van (en toerekenbaar aan) de schuldeiser; dat levert ingevolge&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=8&amp;artikel=58&amp;z=2016-07-01&amp;g=2016-07-01" rel="noopener" target="_blank">art. 6:58 BW</a>schuldeisersverzuim op. Een schuldeiser is gedurende zijn verzuim niet bevoegd maatregelen tot executie te nemen (<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=8&amp;artikel=62&amp;z=2016-07-01&amp;g=2016-07-01" rel="noopener" target="_blank">art. 6:62 BW</a>). Een en ander betekent dat een schuldenaar gedurende het verzuim van zijn schuldeiser geen dwangsommen kan verbeuren. Het oordeel dat een zodanige situatie zich voordoet, is aan de executierechter, aldus de Hoge Raad.</p> <p>Hieraan doet niet af dat schuldeisersverzuim tevens overmacht voor de schuldenaar oplevert. Het oordeel dat wegens dat schuldeisersverzuim geen dwangsommen zijn verbeurd, valt immers buiten de reikwijdte van art. 611d Rv en de exclusieve bevoegdheid van de dwangsomrechter, nu het dan niet gaat om een (op onmogelijkheid gebaseerde) opheffing of vermindering van de dwangsom als in die bepaling bedoeld, maar om de daaraan voorafgaande vraag of de schuldeiser de veroordeling waaraan de dwangsom is verbonden (in de relevante periode) mocht executeren.</p> <p>De Hoge Raad voegt hieraan nog toe dat, als aan de veroordeling geen verbintenisrechtelijke verhouding ten grondslag ligt (zoals in het geval dat de veroordeling strekt tot afgifte van zaken ingevolge een ingestelde revindicatie (<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005288&amp;boek=5&amp;titeldeel=1&amp;artikel=2&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">art. 5:2 BW</a>)), een en ander in beginsel van overeenkomstige toepassing is.</p> <p>&rsquo;s Hofs arrest kon dus niet in stand blijven.</p> <h4>Proceskosten</h4> <p>Art. 438 lid 4 Rv bevat ook een regeling voor proceskosten in de verhouding tussen executant en deurwaarder; die regeling gaat ervan uit dat die kosten in beginsel voor rekening van de executant komen. Dat uitgangspunt laat volgens de Hoge Raad onverlet dat de voorzieningenrechter ingevolge deze bepaling een beslissing tussen partijen geeft. Die beslissing kan ingevolge&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Tweede&amp;afdeling=Twaalfde&amp;paragraaf=2&amp;artikel=237&amp;z=2015-07-01&amp;g=2015-07-01" rel="noopener" target="_blank">art. 237 Rv</a>inhouden dat de in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de wederpartij, zoals het hof had gedaan.</p> <p>Volgt vernietiging en verwijzing naar een ander hof.</p> 1 2017-11-13 20:49 +01:00 2017-11-13 20:49 +01:00 https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2197329-dit-doet-het-nieuwe-kabinet-voor-flexwerker-zzp-er-en-het-kleine-bedrijf.html http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/dit-doet-het-nieuwe-kabinet-voor-flexwerker-zzp&amp;#039;er-en-het-kleine-bedrijf/ Arbeidsrecht Dit doet het nieuwe kabinet voor flexwerker, zzp'er en het kleine bedrijf Het nieuwe kabinet wil de arbeidsmarkt moderniseren. Veel flexwerkers, zzp&#039;ers en mensen met een klein bedrijf hadden het de afgelopen jaren zwaar vanwege ingewikkelde of belastende wetgeving. nos Mon, 13 Nov 2017 20:49:08 +0100 <p>Het nieuwe kabinet wil de arbeidsmarkt moderniseren. Veel flexwerkers, zzp'ers en mensen met een klein bedrijf hadden het de afgelopen jaren zwaar vanwege ingewikkelde of belastende wetgeving.</p> <p>Lees hieronder over de belangrijkste knelpunten en wat het nieuwe kabinet daar aan wil doen.</p> <h2 class="block_title ">Vast minder vast en flex minder flex</h2> <p>Het&nbsp;<strong>vorige kabinet</strong>&nbsp;wilde meer vaste banen en minder flexwerk. Het aantal vaste banen was tijdens de crisis afgenomen. Daarvoor in de plaats kwamen er steeds meer flex-contracten: tijdelijke dienstverbanden, payrolling en nul-uren contracten.</p> <p>Met de wet Werk en Zekerheid van minister Asscher wilde het kabinet dit tegengaan: werknemers moesten na twee jaar al in vaste dienst worden genomen. Tegelijk moest het eenvoudiger worden om vaste werknemers te ontslaan.</p> <p>Maar de wet bereikte zijn doel niet: de opmars van de flex-contracten ging door. Tijdens de campagne lieten vrijwel alle partijen weten van de wet af te willen.</p> <p>Het&nbsp;<strong>nieuwe kabinet</strong>&nbsp;gaat opnieuw proberen om vast minder vast te maken en flex minder flex. De periode van tijdelijke contracten wordt verlengd van twee naar drie jaar; dan moet een werknemer een vast contract krijgen. Ook wordt het voor werkgevers mogelijk om een langere proeftijd voor werknemers in te stellen.</p> <p>Het ontslagrecht zal worden versoepeld. Werkgevers kunnen straks makkelijker verschillende redenen gecombineerd opgeven voor ontslag.</p> <p>Daar staat wel tegenover dat rechters een hogere ontslagvergoeding kunnen toekennen: de helft hoger dan nu het geval is. Ook krijgen werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een ontslagvergoeding, in plaats van pas na twee jaar.</p> <h2 class="block_title ">De rechtspositie van de zzp'er</h2> <p>De wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) was zzp'ers een doorn in het oog. Die werd door het&nbsp;<strong>vorige kabinet</strong>&nbsp;ingevoerd en moest de arbeidsrelatie tussen zzp'ers en hun opdrachtgevers regelen en schijnzelfstandigheid tegen gaan.</p> <p>Maar de wet zorgde voor zoveel onzekerheid bij opdrachtgevers en zzp'ers dat staatssecretaris Wiebes stopte de wet te handhaven.</p> <p>Nu komt er een opdrachtgeversverklaring, die online ingevuld moet te worden. Organisaties voor zzp'ers noemen dit in het Financieele Dagblad een halfbakken maatregel: het kabinet zou zelfstandigen een aparte rechtspositie moeten geven. Het&nbsp;<strong>nieuwe kabinet</strong>&nbsp;gaat dit in samenspraak met de sociale partners wel verkennen.</p> <p>Maar er verandert meer: er komt een minimumtarief van tussen de 15 en 18 euro per uur. Wie daar niet aan komt, wordt als gewone werknemer behandeld. Dit om schijnzelfstandigheid tegen te gaan.</p> <p>Opvallend: er komt juist geen verplichte verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Het CDA was daar een groot voorstander van. Nu zijn veel zzp'ers niet verzekerd, vanwege de hoge kosten.</p> <h2 class="block_title ">Klein bedrijf: minder lang doorbetalen bij zieke</h2> <p>Werkgevers zijn verantwoordelijk voor zieke werknemers: ze moeten proberen de werknemer te re-integreren en moeten tot twee jaar loon doorbetalen. En als een bedrijf na twee jaar inspanning volgens het UWV niet voldoende heeft gedaan om de werknemer te re-integreren, kan het bedrijf een boete krijgen van maximaal een derde jaar loon doorbetalen.</p> <p>Voor kleine bedrijven als dat van Harald van Engelen is dat een enorme kostenpost en een reden om terughoudend te zijn om personeel in vaste dienst te nemen.</p> <p>Het&nbsp;<strong>nieuwe kabinet</strong>&nbsp;halveert nu de termijn van twee jaar naar een jaar, alleen voor kleine bedrijven tot 25 werknemers. VNO-NCW en MKB Nederland wilden dat dit voor alle bedrijven zou gaan gelden.</p> <p>Voor het tweede jaar komt er een soort verzekeringspot waar alle kleine werkgevers aan mee betalen.</p> 1 2017-11-13 20:49 +01:00 2017-11-13 20:49 +01:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Scherpe-besluiten-nodig-wat-betreft-stelsel-rechtsbijstand.aspx?pk_campaign=rssfeed&amp;pk_medium=rssfeed&amp;pk_source=Alle-landelijke-actualiteiten http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/scherpe-besluiten-nodig-wat-betreft-stelsel-rechtsbijstand/ Overige artikelen Scherpe besluiten nodig wat betreft stelsel rechtsbijstand Het stelsel van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand vertoont achterstallig onderhoud. Vergoedingen die advocaten krijgen zijn veelal niet redelijk. Zij besteden gemiddeld per zaak meer tijd dan het stelsel toekent. Hierdoor komen zij niet aan het inkomen dat door de overheid als &#039;redelijk&#039; is bestempeld en staat de kwaliteit van de juridische bijstand onder druk. de Rechtspraak Mon, 13 Nov 2017 17:27:17 +0100 <p>Het stelsel van door de overheid gefinancierde&nbsp;rechtsbijstand&nbsp;vertoont achterstallig onderhoud. Vergoedingen die advocaten krijgen zijn veelal niet redelijk. Zij besteden gemiddeld per zaak meer tijd&nbsp;dan het stelsel toekent. Hierdoor komen zij niet aan het inkomen dat door de overheid als 'redelijk' is bestempeld en staat de kwaliteit van de juridische bijstand onder druk.</p> <p>Dat concludeert de onafhankelijke 'Commissie evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde&nbsp;rechtsbijstand' in het rapport&nbsp;Andere tijden (rijksoverheid.nl)U verlaat Rechtspraak.nl. Commissievoorzitter Herman van der Meer,&nbsp;president&nbsp;van het&nbsp;gerechtshofAmsterdam, zei vanmiddag (25 oktober 2017) tijdens de presentatie in het Haagse perscentrum Nieuwspoort dat er sprake is van een 'politiek probleem, dat om politieke oplossingen vraagt'.</p> <h2>Redelijk inkomen</h2> <p>De bekostigingsnormen voor rechtszaken&nbsp;zijn 20 jaar geleden voor het laatst gemeten. De commissie geeft in haar rapport aan dat sindsdien de wet- en regelgeving complexer zijn geworden, waardoor rechtszaken bewerkelijker zijn dan destijds. Ook stellen rechtzoekenden meer en hogere eisen aan hun&nbsp;advocaat. Een derde verandering is dat de overheid zelf voor meer juridische conflicten zorgt. In een reactie op een eerder rapport over&nbsp;rechtsbijstand&nbsp;gaf het kabinet aan dat een redelijk inkomen voor een rechtsbijstandsadvocaat zo'n 3.300 euro netto is (maximum rijksoverheidsschaal 12).</p> <h2>Randvoorwaarden</h2> <p>De commissie, in september 2016 ingesteld door de toenmalige minister Van der Steur van Veiligheid en&nbsp;Justitie, plaatste tijdens de presentatie een belangrijke kanttekening: de randvoorwaarden die zij meekreeg in haar opdracht, waren niet met elkaar verenigbaar. Die waren: geen verhoging van de kosten, de norm voor een redelijk inkomen blijft gelijk en ook het uurtarief is een gegeven.</p> <h2>4 scenario's</h2> <p>Om toch een bijdrage te leveren aan een mogelijke oplossing van het probleem ontwikkelde de commissie 4 scenario's. In deze scenario's is steeds &eacute;&eacute;n randvoorwaarde losgelaten. Dat betekent in het eerste scenario dat de overheid zo'n 125 miljoen euro meer moet uitgeven. In scenario 2 moeten rechtsbijstandsadvocaten meer uren werken om aan het genoemde redelijke inkomen te komen. In het derde scenario moet het uurtarief naar beneden. In scenario 4 moet worden gesneden in het aantal zaken, bijvoorbeeld door bepaalde zaaksoorten uit te sluiten.</p> <h2>Politiek</h2> <p>Wat er nu gebeurt is aan de politiek, zei Herman van der Meer. Waarbij hij wel aangaf dat 'een goedwerkend stelsel van&nbsp;rechtsbijstand&nbsp;het fundament is van de rechtsstaat'. En: 'Zonder goede&nbsp;rechtsbijstand&nbsp;is de rechtsstaat een theoretisch begrip'.</p> <h2>Cijfers</h2> <p>Per jaar maken zo'n 400.000 Nederlanders gebruik van gesubsidieerde&nbsp;rechtsbijstand&nbsp;op grond van on- of minvermogen&nbsp;(in totaal zijn er jaarlijks circa 1,7 miljoen rechtszaken). Circa 40 procent van de Nederlanders komt op grond van het inkomen voor een zogenoemde 'toevoeging' in aanmerking. Er&nbsp;zijn in ons land&nbsp;circa 7.500 rechtsbijstandsadvocaten actief.</p> 0 2017-11-13 17:27 +01:00 2017-11-13 17:27 +01:00 https://www.nu.nl/internet/4987664/invoering-van-aftapwet-uitgesteld-1-mei.html?redirect=1 http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/invoering-van-aftapwet-uitgesteld-tot-1-mei/ Overige artikelen Invoering van aftapwet uitgesteld tot 1 mei De invoering van de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten wordt uitgesteld tot 1 mei 2018. Dat staat in een brief van minister Kajsa Ollongren gericht aan de Tweede Kamer. NU.nl Mon, 13 Nov 2017 17:25:18 +0100 <p>De invoering van de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) wordt uitgesteld tot 1 mei 2018. Dat staat in een&nbsp;<a href="https://1848.nl/document/kamerbrief/27904" target="_blank">brief</a>&nbsp;van minister&nbsp;Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) gericht aan de Tweede Kamer.</p> <p>De wet zou origineel ingaan op 1 januari 2018. Het duurt echter langer om kandidaten te selecteren voor de zogeheten Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Deze commissie moet vooraf bekijken of de inzet van bevoegdheden als het onderscheppen van internetverkeer rechtmatig is.</p> <p>Om de 'aftapwet' is veel te doen. De nieuwe wet geeft inlichtingendiensten onder meer ruimere bevoegdheid om data te onderscheppen op de kabel. Tegenstanders vrezen dat de privacy in het geding komt, omdat het mogelijk wordt om grote hoeveelheden data te verzamelen.</p> 0 2017-11-13 17:25 +01:00 2017-11-13 17:25 +01:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Insolventieregister-nu-ook-geschikt-voor-mobiele-apparaten.aspx?pk_campaign=rssfeed&amp;pk_medium=rssfeed&amp;pk_source=Alle-landelijke-actualiteiten http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/insolventieregister-nu-ook-geschikt-voor-mobiele-apparaten/ Overige artikelen Insolventieregister nu ook geschikt voor mobiele apparaten Het Centraal Insolventieregister, waar gegevens van faillissementen, surseances van betaling en schuldsaneringen te vinden zijn, is nu ook geschikt voor mobiele apparaten. Hierdoor is het een stuk makkelijker geworden om in het register te zoeken via bijvoorbeeld smartphone of tablet. de Rechtspraak Mon, 13 Nov 2017 17:24:38 +0100 <p>Het&nbsp;Centraal Insolventieregister, waar gegevens van faillissementen, surseances van betaling en schuldsaneringen te vinden zijn, is nu ook geschikt voor&nbsp; mobiele apparaten. Hierdoor is het een stuk makkelijker geworden om in het register te zoeken via bijvoorbeeld smartphone of tablet.</p> <p>Insolventiegegevens die zijn gepubliceerd vanaf 1 januari 2005 zijn in het register te vinden. Door via het bovenstaande menu &lsquo;Registers&rsquo; naar &lsquo;Centraal Insolventieregister&rsquo; te gaan zijn ze te bekijken. Het is ook mogelijk om het register direct te benaderen via&nbsp;<a href="https://insolventies.rechtspraak.nl/">insolventies.rechtspraak.nl</a>. Het gebruik van het register is kosteloos.</p> 0 2017-11-13 17:24 +01:00 2017-11-13 17:24 +01:00 http://www.mr-online.nl/opdracht-aan-advocaat-geen-resultaatsverbintenis/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/opdracht-aan-advocaat-geen-resultaatsverbintenis/ Overige artikelen Opdracht aan advocaat geen resultaatsverbintenis Een opdracht aan een advocaat leidt niet tot een resultaatsverbintenis. Dat heeft de Rechtbank Rotterdam geoordeeld een vonnis over het geschil tussen een advocaat uit Oud-Beijerland en diens cliënt. De cliënt eiste dat de declaratie zou worden gematigd, omdat een kantoorgenoot van de advocaat er potje van zou hebben gemaakt tijdens het hoger beroep bij het gerechtshof. Mr-online Thu, 09 Nov 2017 11:14:18 +0100 <p>Een opdracht aan een advocaat leidt niet tot een resultaatsverbintenis. Dat heeft de Rechtbank Rotterdam geoordeeld een&nbsp;<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2017:7290" rel="noopener" target="_blank">vonnis</a>&nbsp;over het geschil tussen een advocaat uit Oud-Beijerland en diens cli&euml;nt. De cli&euml;nt eiste dat de declaratie zou worden gematigd, omdat een kantoorgenoot van de advocaat er potje van zou hebben gemaakt tijdens het hoger beroep bij het gerechtshof.</p> <h2>HORTEN EN STOTEN</h2> <p>De cli&euml;nt in deze faillissementszaak diende een tegenvordering van 150.000 euro in, maar de rechtbank veegde dit van tafel. De cli&euml;nt moet de declaratie van 39.029 euro gewoon betalen. &ldquo;Op een advocaat rust geen resultaatsverbintenis,&rdquo; stelt de rechtbank. &ldquo;Dat het betoog van de advocaat in hoger beroep niet succesvol was, is niet voldoende. Het met horten en stoten voorlezen van de pleitnota betekent nog niet dat niet is gehandeld als een redelijk bekwaam en zorgvuldig advocaat en dat daardoor de belangen van de gedaagde zodanig zijn geschaad dat sprake kan zijn van een toerekenbare tekortkoming.&rdquo;</p> <p>De rechtbank wijst er ook op dat de advocaat zijn cli&euml;nt heeft gewaarschuwd dat de succeskansen in hoger beroep minimaal waren.</p> 1 2017-11-09 11:14 +01:00 2017-11-09 11:14 +01:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Grondeigenaren-beter-beschermd-bij-onteigening-door-aanpassingen-wetsvoorstel.aspx?pk_campaign=rssfeed&amp;pk_medium=rssfeed&amp;pk_source=Alle-landelijke-actual http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/grondeigenaren-beter-beschermd-bij-onteigening-door-aanpassingen-wetsvoorstel/ Overige artikelen Grondeigenaren beter beschermd bij onteigening door aanpassingen wetsvoorstel Door aanpassingen aan een wetsvoorstel dat gaat over de onteigening van grond, is geregeld dat een rechter altijd kijkt of een onteigening volgens de regels verloopt. de Rechtspraak Tue, 10 Oct 2017 12:44:50 +0200 <p>Door aanpassingen aan een wetsvoorstel dat gaat over&nbsp;de onteigening van grond, is geregeld dat een rechter altijd kijkt of een onteigening volgens de regels verloopt.</p> <p>De&nbsp;Raad voor de rechtspraak&nbsp;is blij met de aanpassingen die zijn gedaan en ziet hierdoor geen zwaarwegende bezwaren meer tegen het voorstel, schrijft de Raad in een&nbsp;<a title="2017-27-Wetgevingsadvies-Grondeigendom-onteigening-II.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2017-27-Wetgevingsadvies-Grondeigendom-onteigening-II.pdf">wetgevingsadvies&nbsp;(pdf, 381,1 KB)</a>.</p> <p>Eind vorig jaar uitte de Raad&nbsp;<a href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Grondeigenaren-verdienen-betere-bescherming-bij-aanpassing-regels-onteigening.aspx">stevige kritiek</a>&nbsp;omdat door het voorstel de rechtsbescherming van grondbezitters gevaar liep. Mede naar aanleiding van die kritiek heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het wetsvoorstel aangepast.</p> <h2>Maatschappelijk versus persoonlijk belang</h2> <p>Onteigening kan worden ingezet om projecten met een groot maatschappelijk belang &ndash; zoals de&nbsp;aanleg&nbsp;van een snelweg &ndash; te realiseren. Wanneer een grondbezitter zijn grond niet (tegen een bepaalde vergoeding) wil afstaan, kan het maatschappelijk belang van het project groter zijn dan het belang van de grondeigenaar. In zo'n geval kan worden geprobeerd de grond te onteigenen: de eigenaar wordt dan gedwongen tot het afstaan van de grond. Het is een van de zwaarste ingrepen die de overheid kan doen in het leven van burgers, en daarom is het erg belangrijk dat de rechten van grondeigenaren worden bewaakt.</p> <h2>Rechter toetst altijd</h2> <p>In de eerste versie van het wetsvoorstel stelde de minister voor dat de rechter pas ingeschakeld zou worden als de eigenaar van de grond zelf&nbsp;beroep&nbsp;zou instellen tegen de onteigening. Dit zou betekenen dat iemand die niet zo goed thuis is in ingewikkelde juridische procedures onterecht zijn eigendom zou kunnen verliezen. Daarom pleitte de Raad voor een gegarandeerde rechterlijke toets, ook als de eigenaar geen&nbsp;beroep&nbsp;instelt. Deze garantie dat een rechter altijd kijkt of een onteigening volgens de regels verloopt, is nu toegevoegd aan het wetsvoorstel. Daarmee worden grondeigenaren beter beschermd.</p> <h2>Bekrachtingsprocedure</h2> <p>De gegarandeerde rechterlijke toets is vormgegeven door middel van een nieuwe procedure: de bekrachtigingsprocedure. Kort samengevat komt die erop neer dat als bijvoorbeeld een gemeente heeft besloten te gaan onteigenen, de gemeente daarna zijn plannen aan de bestuursrechter moet voorleggen. Belanghebbenden (zoals de grondeigenaar) kunnen tijdens dit proces aan de rechter vertellen waarom zij het niet met de onteigening eens zijn. De rechter beoordeelt op basis van een wettelijk vastgestelde basistoets en de bezwaren van de belanghebbenden of de onteigening mag of niet. Tegen deze uitspraak van de bestuursrechter kan in&nbsp;hoger&nbsp;beroep&nbsp;worden gegaan bij de&nbsp;Raad van State.</p> <h2>Rechtspraak dichtbij</h2> <p>Om het wetsvoorstel in de praktijk te kunnen brengen zijn volgens de Raad nog wel wat aanpassingen nodig, maar deze gaan vooral over (technische) details zoals een betere omschrijving van het begrip 'belanghebbende'. Ook voorziet de Raad dat met het huidige wetsvoorstel veel bekrachtingsprocedures bij de&nbsp;rechtbank&nbsp;Den Haag zullen worden gevoerd. Het is volgens de Raad beter om deze procedures bij de&nbsp;rechtbank&nbsp;te voeren in de buurt van de grond die onteigend wordt, zo dicht mogelijk bij de mensen die het aangaat.</p> 1 2017-10-10 12:44 +02:00 2017-10-10 12:44 +02:00 https://nos.nl/artikel/2196019-eerste-kamer-verwerpt-wet-langere-naturalisatietermijn.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/eerste-kamer-verwerpt-wet-langere-naturalisatietermijn/ Overige artikelen Eerste Kamer verwerpt wet langere naturalisatietermijn De termijn die buitenlanders moeten afwachten om Nederlander te kunnen worden, blijft vijf jaar. De Eerste Kamer heeft een wetsvoorstel om de termijn te verlengen met een zeer kleine meerderheid verworpen. In de senaat stemden alleen VVD, CDA, PVV en SGP voor. nos Tue, 10 Oct 2017 12:44:34 +0200 <p>De termijn die buitenlanders moeten afwachten om Nederlander te kunnen worden, blijft vijf jaar. De Eerste Kamer heeft een wetsvoorstel om de termijn te verlengen met een zeer kleine meerderheid verworpen. In de senaat stemden alleen VVD, CDA, PVV en SGP voor.</p> <p>Mensen moeten vijf jaar in Nederland wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Het kabinet wilde daar zeven jaar van maken. Het idee daarachter was dat mensen dan beter ge&iuml;ntegreerd zouden zijn op het moment dat ze Nederlander worden.</p> <h2 class="block_title ">50Plus</h2> <p>De Tweede Kamer ging vorig jaar met een grote meerderheid met het voorstel akkoord, maar de Eerste Kamer was veel minder enthousiast. Vorige week werd al duidelijk dat regeringspartij PvdA in de senaat de aanpassing niet zou steunen.</p> <p>Uiteindelijk gaf de tegenstem van 50Plus de doorslag. 50Plus-senator Nagel hekelde vooral een ander onderdeel van de wet. Daardoor zouden buitenlandse partners van Nederlanders in het buitenland eerst drie jaar in Nederland moeten wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Nagel zei dat hij honderden protesten uit het buitenland heeft gekregen en dat die niet kunnen worden genegeerd.</p> 1 2017-10-10 12:44 +02:00 2017-10-10 12:44 +02:00 https://cassatieblog.nl/erfrecht/verdeling-ontbonden-huwelijksgemeenschap-en-daarvan-deel-uitmakende-nalatenschap/ http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/verdeling-ontbonden-huwelijksgemeenschap-en-daarvan-deel-uitmakende-nalatenschap/ Personen- en familierecht Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en daarvan deel uitmakende nalatenschap De verdeling van een nalatenschap is een rechtshandeling van de gezamenlijke erfgenamen die tot levering verplicht. Cassatieblog Fri, 06 Oct 2017 10:40:12 +0200 <p>De verdeling van een nalatenschap is een rechtshandeling van de gezamenlijke erfgenamen die tot levering verplicht.&nbsp;</p> <p>In die rechtshandeling kan mede een andere rechtshandeling besloten liggen, zoals een schenking van een deelgenoot aan een andere deelgenoot, waaraan een uitsluitingsclausule kan worden verbonden (<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&amp;boek=3&amp;titeldeel=2&amp;artikel=38&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">art. 3:38 lid 1 BW</a>&nbsp;en&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&amp;boek=1&amp;titeldeel=7&amp;afdeling=1&amp;artikel=94&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">art. 1:94 lid 2 onder a BW</a>). Dit geldt ook indien het gaat om de verdeling van een nalatenschap waaraan de erflater zelf geen uitsluitingsclausule heeft verbonden.</p> <h4>Achtergrond van de zaak</h4> <p>De man en de vrouw in de hier te bespreken zaak zijn in 1994 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Nadat de vrouw op 3 april 2014 een verzoek tot echtscheiding had ingediend, is het huwelijk tussen partijen een jaar later, in april 2015, ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Partijen strijden in deze zaak nog over de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap.</p> <p>In het kader van de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap is van belang dat ook de ouders van de man in gemeenschap van goederen met elkaar waren gehuwd. In juni 1985 is de vader van de man overleden, zonder dat hij bij testament over zijn nalatenschap had beschikt. Tot de door zijn overlijden ontbonden huwelijksgemeenschap behoorde een woning en een perceel landbouwgrond (hierna: de woning). Als erfgenamen liet de vader achter zijn vrouw (de moeder van de man) en zijn zoon (de man). Bij notari&euml;le akte van verdeling van 1 oktober 1992 is de betreffende woning vervolgens aan de man toegedeeld. In diezelfde akte van verdeling was tevens een uitsluitingsclausule opgenomen. In 2010 is ook de moeder van de man overleden.</p> <p>In de onderhavige procedure vordert de man om de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap aldus vast te stellen dat de woning wordt toegescheiden aan de man, tegen betaling door de man aan de vrouw van een bedrag wegens overbedeling van &euro; 49.750,=, zijnde de helft van een kwart van de waarde van de woning. De rechtbank besliste dat de woning aan de man moest worden toebedeeld en heeft de man wegens overbedeling veroordeeld tot betaling aan de vrouw van een bedrag van &euro; 181.617,69, zijnde de helft van de overwaarde van de woning. Na wijziging van zijn verzoek heeft de man in hoger beroep primair verzocht te bepalen dat de woning geen deel uitmaakte van de huwelijksgemeenschap van partijen. Subsidiair verzocht hij de woning aan hem toe te delen tegen betaling aan de vrouw van de helft van een kwart van de waarde van de woning.</p> <p>In zijn eindbeschikking heeft het hof de beschikking van de rechtbank ten aanzien van het door de man aan de vrouw te betalen bedrag vernietigd en de man veroordeeld tot betaling aan de vrouw van een bedrag van &euro; 159.117,69, zijnde de helft van de overwaarde van de woning. Het hof heeft daartoe, kort gezegd, overwogen dat de man door het overlijden van zijn vader samen met zijn moeder gerechtigd is geworden tot de onverdeelde ontbonden huwelijksgemeenschap (van de ouders) en de daartoe behorende nalatenschap van zijn vader. De titel van verkrijging van het aandeel van de man en dat van zijn moeder is er daarmee een krachtens erfrecht. Deze verkrijging is volgens het hof ongeclausuleerd, nu de vader van de man is overleden z&oacute;nder bij testament over zijn nalatenschap te hebben beschikt, zodat op die verkrijging geen uitsluitingsclausule van toepassing was. De daarop volgende verdeling tussen de man en zijn moeder en hetgeen tussen hen is overeengekomen, maakt dit volgens het hof niet anders. Het hof acht daartoe redengevend dat een deelgenoot hetgeen hij verkrijgt ingevolge&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&amp;boek=3&amp;titeldeel=7&amp;afdeling=1&amp;artikel=186&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">art. 3:186 lid 2 BW</a>&nbsp;onder dezelfde titel houdt als waaronder de deelgenoten dit tezamen v&oacute;&oacute;r de verdeling hielden. Ook na de verdeling houdt de man de woning volgens het hof dus ten titel van erfrecht, zonder dat daarop een uitsluitingsclausule van toepassing is.</p> <h4>Cassatie</h4> <p>De man komt van dit oordeel van het hof in cassatie en klaagt (onder meer) dat het hof heeft miskend dat hij krachtens erfrecht slechts was gerechtigd tot een kwart van de ontbonden huwelijksgemeenschap van zijn ouders (de helft van de helft). Hij heeft de woning dus slechts voor &frac14; krachtens erfrecht verkregen en voor &frac34; uit hoofde van koop of schenking onder uitsluitingsclausule van de moeder (die zelf slechts voor &frac14; krachtens erfrecht en voor &frac34; krachtens huwelijksvermogensrecht hield).</p> <p>Net als&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:464" rel="noopener" target="_blank">A-G Rank-Berenschot</a>, meent de Hoge Raad dat deze klacht van de man slaagt. De Hoge Raad overweegt daartoe (kort samengevat) dat de verdeling van een nalatenschap een rechtshandeling van de gezamenlijke erfgenamen (deelgenoten) betreft die tot levering verplicht. In die rechtshandeling kan mede een andere rechtshandeling besloten liggen, zoals een schenking van de ene deelgenoot aan de andere deelgenoot. Aan die schenking kan de voorwaarde worden verbonden dat hetgeen wordt verkregen, buiten enige huwelijksgemeenschap zal vallen (<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&amp;boek=3&amp;titeldeel=2&amp;artikel=38&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">art. 3:38 lid 1 BW</a>&nbsp;en&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&amp;boek=1&amp;titeldeel=7&amp;afdeling=1&amp;artikel=94&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">art. 1:94 lid 2 onder a BW</a>).&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&amp;boek=3&amp;titeldeel=7&amp;afdeling=1&amp;artikel=186&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">Art. 3:186 lid 2 BW</a>&nbsp;staat daar, aldus de Hoge Raad, niet aan in de weg. De Hoge Raad overweegt verder dat dit niet anders is indien het gaat om de verdeling van een nalatenschap waaraan de erflater zelf geen uitsluitingsclausule heeft verbonden. Art. 3:186 lid 1 BW houdt immers niet meer in dan dat een deelgenoot hetgeen hij (door verdeling en levering) verkrijgt, gaat houden onder dezelfde titel als waaronder de deelgenoten dit samen v&oacute;&oacute;r de verdeling hielden. De beslissing van het hof dat de man de woning ingevolge art. 3:186 lid 2 BW in zijn geheel krachtens erfopvolging heeft verkregen zonder dat daarop een uitsluitingsclausule van toepassing, en dat om die reden ook geen rechtsgevolg kon toekomen aan de uitsluitingsclausule die de moeder aan haar schenking had verbonden, is naar het oordeel van de Hoge Raad dan ook onjuist.</p> <p>Tot slot geeft de Hoge Raad het verwijzingshof nog mee dat indien de akte in de onderhavige zaak aldus moet worden uitgelegd dat sprake is van een samenstel van rechtshandelingen dat ertoe strekte de tegenprestatie voor de verkrijging van het aandeel van de moeder in de woning ten laste van het door de man van haar onder uitsluitingsclausule verkregen vermogen te laten komen (zoals de man onder verwijzing naar&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:1199" rel="noopener" target="_blank">HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1199</a>,&nbsp;NJ2015/378 heeft betoogd), (analoge toepassing van) art. 1:124 lid 2 (oud) BW ertoe leidt dat de woning buiten de huwelijksgemeenschap van de man en de vrouw is gebleven. In dat geval kan de vrouw aanspraak maken op een vergoeding aan de huwelijksgemeenschap ter zake van het aandeel in de woning dat de man zonder uitsluitingsclausule uit de nalatenschap van zijn vader heeft verkregen.</p> <p>De Hoge Raad vernietigt de beschikkingen van het hof en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing.</p> 0 2017-10-06 10:40 +02:00 2017-10-06 10:40 +02:00 https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2174426-donorwet-door-eerste-kamer-senatoren-willen-eerst-informatie.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/behandeling-donorwet-pas-volgend-jaar-in-eerste-kamer/ Overige artikelen Behandeling donorwet pas volgend jaar in Eerste Kamer De behandeling van de donorwet in de Eerste Kamer is niet, zoals D66 had gehoopt, eind deze maand maar pas volgend jaar januari. Omdat fracties nog veel vragen hebben, is de behandeling opgeschoven naar 30 januari 2018. nos Fri, 06 Oct 2017 09:57:58 +0200 <p>De behandeling van de donorwet in de Eerste Kamer is niet, zoals D66 had gehoopt, eind deze maand maar pas volgend jaar januari. Omdat fracties nog veel vragen hebben, is de behandeling opgeschoven naar 30 januari 2018.</p> <p>In het D66-plan wordt iedere volwassen Nederlander automatisch donor, tenzij hij of zij aangeeft bezwaar te hebben. D66 wil op die manier het tekort aan donororganen verkleinen.</p> <p>Initiatiefneemster Pia Dijkstra is teleurgesteld over het uitstel. Met de uitgebreide antwoorden op vragen die ze vorige week naar de partijen in de Eerste Kamer stuurde, had ze op een eerder debat gehoopt.</p> <h2 class="block_title ">Spannend</h2> <p>Lopende de formatie heeft de Eerste Kamer geen&nbsp;enkel onderwerp controversieel&nbsp;verklaard, dus ook deze initiatiefwet niet. Maar behandeling van dit gevoelige thema in formatietijden vlak voor of vlak na de presentatie van een nieuw kabinet ligt ook niet helemaal voor de hand: de formerende partijen zijn verdeeld over het plan. Zelfs binnen partijen wisselen de meningen.</p> <p>Toch houdt Dijkstra goede hoop dat zij met haar uitleg in de Eerste Kamer genoeg medestanders krijgt, ook al erkent ze dat het spannend wordt.</p> <p>Het voorstel voor een ander systeem werd vorig jaar in de Tweede Kamer aangenomen, met een hele&nbsp;kleine meerderheid. Volgens cijfers van het Transplantatiecentrum zijn in 2015 132 mensen overleden die op de wachtlijst voor een orgaan stonden.</p> <h2 class="block_title ">Kritiek</h2> <p>Tegenstanders vinden het plan een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. Ook is er angst dat mensen de kwestie te moeilijk vinden om een goede keuze te maken. Om die reden stelt D66 voor dat gemeenten wettelijk verplicht worden informatie te geven.</p> <p>Om wilsonbekwamen te beschermen zitten er waarborgen in de wet waarbij artsen extra controles doen.</p> 0 2017-10-06 09:57 +02:00 2017-10-06 09:57 +02:00 https://nos.nl/artikel/2192656-zaak-rond-auteursrechten-selfie-van-aap-past-in-trend.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/zaak-rond-auteursrechten-selfie-van-aap-past-in-trend/ Overige artikelen Zaak rond auteursrechten selfie van aap past in trend Het doel lijkt bizar: een makaak-aap eigenaar maken van foto&#039;s die hij zelf had genomen met de camera van een natuurfotograaf. Maar volgens Janneke Vink, deskundige op het gebied van dierenrecht, steekt er meer achter de rechtszaak over &#039;selfie-aap&#039; Naruto. nos Fri, 15 Sep 2017 16:26:15 +0200 <p>Het doel lijkt bizar: een makaak-aap eigenaar maken van foto's die hij zelf had genomen met de camera van een natuurfotograaf. Maar volgens Janneke Vink, deskundige op het gebied van dierenrecht, steekt er meer achter de rechtszaak over 'selfie-aap' Naruto.</p> <p>De jarenlange juridische strijd was aangespannen door de dierenrechtenorganisatie PETA. "Het lijkt erop dat die de rechter probeerde te verleiden deze makaak impliciet te erkennen als rechtspersoon", zegt de promovendus aan de Universiteit Leiden. Het zou een juridische aardverschuiving veroorzaken. Want een rechtspersoon mag je niet zonder oordeel van een rechter zomaar tegen zijn wil gevangen houden.</p> <p>Het resultaat was minder baanbrekend:&nbsp;<a href="https://nos.nl/artikel/2192540-deal-tussen-peta-en-maker-apenselfie.html">een schikking</a>. Natuurfotograaf David Slater doneert een kwart van de toekomstige opbrengsten van de foto's aan liefdadigheidsprojecten voor de bedreigde apensoort in Indonesi&euml;. Aap Naruto vist achter het net voor de auteursrechten.</p> <h2 class="block_title ">Weinig sympathie</h2> <p>Vink denkt dat het niet de meest strategische zaak was om dierenrechten mee af te dwingen. Een aap die al twintig jaar zit opgesloten, kan volgens haar op meer steun rekenen. Maar Naruto leeft vrij in de jungle van Indonesi&euml;. "Dit kan zo ongeveer op de minste sympathie rekenen van het publiek. Dierenrechtenorganisatie PETA is er zelfs nog goed vanaf gekomen: ze hebben wel die 25 procent binnengehaald."</p> <p>PETA zegt dat de rechtszaak een discussie heeft aangezwengeld. "Naruto's zaak laat zien dat de strijd om dierenrechten diep geworteld is in ons rechtssysteem",&nbsp;<a href="https://www.peta.org/blog/settlement-reached-monkey-selfie-case-broke-new-ground-animal-rights/">staat op de website</a>.</p> <h2 class="block_title ">Chimpansees en olifanten</h2> <p>Volgens Vink is de zaak onderdeel van een bredere trend om dierenrechten af te dwingen via de rechter. Het Amerikaans/Britse rechtssysteem biedt namelijk voldoende handvatten voor deze juridische strijd. Vink verwijst naar het Nonhuman Rights Project in de VS. Dierenactivisten proberen via rechtszaken mensenrechten af te dwingen voor dieren in gevangenschap. "Dat loopt sinds 2013 voor een aantal chimpansees en binnenkort ook voor een olifant."</p> <p>Chimpansee Tommy kreeg&nbsp;<a href="https://nos.nl/artikel/2007318-mensenrechten-gelden-niet-voor-mensapen.html">in 2014 geen 'mensenrechten'</a>&nbsp;van het Hooggerechtshof in New York. Het hoger beroep loopt nog. "Ik denk dat ze juridisch gezien een sterke zaak hebben", zegt de onderzoekster. "Het enige wat men aan moet tonen, is dat chimpansees ook rechtspersonen kunnen zijn."</p> <h2 class="block_title ">En in Nederland?</h2> <p>In ons rechtssysteem zal zoiets niet snel gebeuren, denkt Vink. Rechters in de VS hebben volgens haar meer macht om zelf invulling te geven aan de wet. "Onze rechters zullen niet zo creatief zijn."</p> 1 2017-09-15 16:26 +02:00 2017-09-15 16:26 +02:00 https://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/beroepstermijn-verstrijkt-nooit-later-dan-drie-kalendermaanden-na-uitspraak/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/beroepstermijn-verstrijkt-nooit-later-dan-drie-kalendermaanden-na-uitspraak/ Overige artikelen Beroepstermijn verstrijkt nooit later dan drie kalendermaanden na uitspraak De regel dat hoger beroep moet worden ingesteld binnen drie maanden “te rekenen van de dag van de uitspraak” houdt in dat de termijn drie maanden later eindigt op de dag met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak. Cassatieblog Fri, 15 Sep 2017 16:25:38 +0200 <p>De regel dat hoger beroep moet worden ingesteld binnen drie maanden &ldquo;te rekenen van de dag van de uitspraak&rdquo; houdt in dat de termijn drie maanden later eindigt op (het einde van) de dag met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak.&nbsp;</p> <p>Alleen als de maand waarin de termijn afloopt, niet een dag met hetzelfde nummer kent omdat zij korter is, eindigt de termijn op (het einde van) de laatste dag van die maand.</p> <p>Een creatieve cassatieklacht over een van de meest basale procesrechtelijke onderwerpen vond gehoor&nbsp;bij de&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:419" rel="noopener" target="_blank">A-G</a>, maar niet bij de Hoge Raad.</p> <p>De termijn voor hoger beroep of cassatieberoep in bodemprocedures is drie maanden (als we even geen rekening houden met eventuele verlenging op grond van de Algemene Termijnenwet). Dat lijkt gemakkelijk: in de praktijk berekent iedereen de uiterste datum waarop beroep moet worden ingesteld als: drie kalendermaanden later, op de dag van de maand met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak. Dus vonnis op 10 mei &rarr; beroep instellen uiterlijk op 10 augustus.</p> <p>Maar dat werkt niet altijd: als vonnis wordt gewezen op 31 maart, zal het niet lukken om op 31 juni beroep in te stellen. Is de laatste dag van de termijn dan 30 juni, of 1 juli? De tekst van de wet helpt hier niet: daarin staat dat beroep moet worden ingesteld&nbsp; &ldquo;binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak&rdquo; (zie art&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Zevende&amp;afdeling=Vierde&amp;artikel=358&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">358</a>,&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Elfde&amp;afdeling=Tweede&amp;artikel=402&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">402</a>,&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Elfde&amp;afdeling=Vijfde&amp;artikel=426&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">426</a>&nbsp;&nbsp;en bijna hetzelfde in&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039872&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Zevende&amp;afdeling=Tweede&amp;artikel=339&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01" rel="noopener" target="_blank">339</a>&nbsp;Rv). Daar komen we nog niet veel verder mee: &ldquo;Te rekenen van&rdquo; zou kunnen worden begrepen als &ldquo;op&rdquo; of &ldquo;na&rdquo;, en dat leidt tot verschillende uitkomsten. Nu heeft de Hoge Raad in 1919 (NJ&nbsp;1920, p. 82) geoordeeld dat &ldquo;te rekenen van&rdquo; betekent: &ldquo;na&rdquo;. Er begint dus een termijn van drie maanden te lopen op de dag n&aacute; het vonnis. In ons voorbeeld: op 1 april. Die termijn duurt drie volle maanden, en eindigt dus (als we &lsquo;drie maanden&rsquo; hier naar normaal spraakgebruik uitleggen) op 30 juni 2017 om 24:00 uur. Het beroep kan dus uiterlijk worden ingesteld op 30 juni, zoals ook kan worden afgeleid uit een&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO1315" rel="noopener" target="_blank">arrest</a>&nbsp;van de Hoge Raad uit 2004.</p> <p>In deze zaak was de spiegelbeeldige situatie aan de orde, in die zin dat de uitspraak was gewezen op de laatste dag van een maand die&nbsp;korter&nbsp;was dan de maand &lsquo;drie maanden later&rsquo;: de rechtbank had haar beschikking gegeven op 29 februari 2016, en hoger beroep was ingesteld op 31 mei 2016. Dat was volgens het hof te laat: hoger beroep had uiterlijk op 29 mei 2016 moeten worden ingesteld. In cassatie doet de appellant een beroep op de rekenmethode die ik hierv&oacute;&oacute;r beschreef: de termijn begon de dag na de beschikking, dus op 1 maart 2016. De driemaandentermijn zou dan eindigen op 31 mei 2016 om 24:00 uur. Met die redenering zou het hoger beroep dus nog tijdig ingesteld zijn geweest.</p> <p>Maar daar gaat de Hoge Raad, anders dan A-G Wesseling-van Gent, niet in mee:</p> <p>&ldquo;3.4.3 [&hellip;] Met de hiervoor in 3.4.1 vermelde regel dat het daar bedoelde rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden na de dag waarop de uitspraak is gedaan, is slechts beoogd tot uitdrukking te brengen dat de dag van de uitspraak zelf niet meetelt, met als gevolg dat de driemaandentermijn pas afloopt aan het einde van de daarmee overeenstemmende dag drie maanden later (en niet al is verstreken aan het begin van die dag).</p> <p>De laatste dag van de hier bedoelde termijn is dan ook niet later gelegen dan drie maanden na de dag van de uitspraak zelf. Indien de uitspraak is gedaan (in een gewoon jaar) op 28 februari (of in een schrikkeljaar op 29 februari), 30 april of 30 september, verstrijkt de termijn dus aan het einde van 28 of 29 mei, 30 juli, respectievelijk 30 december, een en ander afgezien van de werking van de Algemene termijnenwet. Aldus staan voor het aanwenden van het rechtsmiddel steeds drie volle kalendermaanden ter beschikking.</p> <p>3.4.4 De hiervoor in 3.4.3 vermelde regel stemt overeen met hetgeen in de praktijk algemeen tot richtsnoer wordt genomen en is voor de praktijk ook beter hanteerbaar dan die welke het middel verdedigt. Bij vorenstaande regel eindigt de termijn immers in beginsel steeds drie maanden later op (het einde van) de dag met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak. De enige uitzondering hierop is het geval dat de maand waarin de termijn afloopt, niet een dag met hetzelfde nummer kent omdat zij korter is, in welk geval de termijn eindigt op (het einde van) de laatste dag van die maand (vgl. HR 12 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1315, NJ 2004/424).&rdquo;</p> <p>De keus van de wetgever om de beroepstermijn in bodemzaken in &lsquo;maanden&rsquo; te defini&euml;ren (en niet in weken), betekent wel dat aangezien de maanden van het jaar niet even lang zijn, ook appeltermijnen niet altijd even lang zijn: het eind van de beroepstermijn valt bij vonnissen van 30 maart op dezelfde dag als bij vonnissen van 31 maart. Hetzelfde geldt voor vonnissen gewezen op 28, 29 of 30 november: daartegen moet uiterlijk op 28 februari beroep worden ingesteld. Voor vonnissen die op 29 of 30 november voorafgaand aan een schrikkeljaar zijn gewezen, wordt het 29 februari. De lengte van een beroepstermijn kan dus, uitgedrukt in dagen, vari&euml;ren. Los van verlenging door de Algemene Termijnenwet betekent &lsquo;drie maanden&rsquo;: tussen de 89-92 dagen (of 90-92 in een schrikkeljaar), zo kan men eenvoudig narekenen. (Voor Excel-fans: bereken maar eens een termijn met de functie &lsquo;ZELFDE.DAG()&rsquo;, die dezelfde dag van een maand een x aantal maanden later weergeeft. Die functie past precies de regel uit deze beschikking van de Hoge Raad toe.)</p> 1 2017-09-15 16:25 +02:00 2017-09-15 16:25 +02:00 http://www.telegraaf.nl/dft/geld/huis-hypotheek/29246372/___Geen_lagere_WOZ_bij_aardbevingsschade___.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/geen-lagere-woz-waarde-door-aardbevingsschade/ Overige artikelen Geen lagere WOZ-waarde door aardbevingsschade Het risico op aardbevingsschade is geen reden om de WOZ-waarde van een woning te verlagen als die waarde gebaseerd is op verkochte woningen waarbij het risico bekend was, oordeelt de Rechtbank Noord-Nederland. de Telegraaf Fri, 15 Sep 2017 16:25:12 +0200 <p>Het risico op aardbevingsschade is geen reden om de WOZ-waarde van een woning te verlagen als die waarde gebaseerd is op verkochte woningen waarbij het risico bekend was, oordeelt de Rechtbank Noord-Nederland.</p> <p>De eigenaar van een vrijstaande woning in het Groningse aardbevingsgebied vond dat zijn huis in aanmerking kwam voor een verlaging van de WOZ-waarde, de Waardering Onroerende Zaken waarop onder meer het eigenwoningforfait en de gemeentelijke onroerendezaakbelasting (OZB) is gebaseerd.</p> <p>Het huis liep aardbevingsschade op ter waarde van &euro;5843, de schade is inmiddels hersteld. Door het risico op aardbevingsschade zou de WOZ-waarde &euro;145.000 moeten bedragen in plaats van de door de gemeente vastgestelde &euro;168.000, meende de eigenaar.</p> <p>De rechter vindt echter dat de gemeente het risico op schade door aardbevingen al heeft meegenomen in de WOZ-waarde, omdat de onderbouwing van de waarde bestaat uit woningen die zijn verkocht toen het aardbevingsrisico al bekend was. Of deze verkochte woningen ook aardbevingsschade hadden, doet er volgens de rechtbank niet toe.</p> 1 2017-09-15 16:25 +02:00 2017-09-15 16:25 +02:00 https://nos.nl/artikel/2180847-aantal-bezwaren-tegen-woz-waarde-sterk-gestegen.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/aantal-bezwaren-tegen-woz-waarde-sterk-gestegen/ Overige artikelen Aantal bezwaren tegen WOZ-waarde sterk gestegen Het aantal huiseigenaren dat dit jaar bezwaar heeft aangetekend tegen deWOZ-waarde van hun woning, die de basis vormt voor diverse belastingen, is met 20 procent gestegen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Waarderingskamer, meldt De Telegraaf. NOS Wed, 30 Aug 2017 10:57:26 +0200 <p>Het aantal huiseigenaren dat dit jaar bezwaar heeft aangetekend tegen de<br />WOZ-waarde van hun woning, die de basis vormt voor diverse belastingen, is met 20 procent gestegen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Waarderingskamer, meldt&nbsp;<a href="http://www.telegraaf.nl/binnenland/28518116/__Stevige_groei_WOZ-bezwaren__.html">De Telegraaf</a>.</p> <p>Dit voorjaar werden 104.000 bezwaren tegen de door gemeenten vastgestelde hoogte van de Waardering Onroerende Zaken ingediend. In 2016 kregen de lokale overheden 87.000 bezwaren, een jaar eerder waren dat er 79.000.</p> <p>Gemiddeld blijken de WOZ-waarden met 3,3 procent te zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar, toen gemeenten in doorsnee een stijging van 1,2 procent doorvoerden. Nog niet bekend is hoeveel bezwaren zijn gehonoreerd.</p> <h2 class="block_title ">Stijgende huizenprijzen</h2> <p>De aantrekkende woningmarkt, waardoor de huizenprijzen in grote delen van het land zijn gestegen, is een mogelijke verklaring voor de grote toename. Na de sterke stijging van de prijzen in 2016 worden er voor komend jaar nog hogere WOZ-waarden verwacht.</p> <p>De WOZ-waarde wordt door gemeenten onder meer gebruikt voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Daarnaast gebruiken waterschappen de waarde voor hun eigen heffingen.</p> <h2 class="block_title ">Eigenwoningforfait</h2> <p>Ook de Belastingdienst hanteert de WOZ-waarde als basis voor diverse belastingen, waarvan het eigenwoningforfait het bekendst is. Dit is een heffing in de vorm van een percentage van de WOZ-waarde, dat de woningbezitter bij zijn inkomen moet optellen.</p> <p>Voor huizen tot een miljoen euro bedraagt het forfait 0,75 procent. Dit betekent dat huiseigenaren bij een woning met een waarde van 300.000 euro 2250 euro extra bij hun inkomen moeten optellen.</p> 1 2017-08-30 10:57 +02:00 2017-08-30 10:57 +02:00 https://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/bevoegdheidsverdeling-tussen-de-burgerlijke-rechter-en-de-belastingrechter/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/bevoegdheidsverdeling-tussen-de-burgerlijke-rechter-en-de-belastingrechter/ Overige artikelen Bevoegdheidsverdeling tussen de burgerlijke rechter en de belastingrechter Het staat niet ter vrije bepaling van partijen of de belastingrechter of de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Alleen de belastingrechter is bevoegd om over de juistheid van opgelegde aanslagen te oordelen. Cassatieblog Wed, 30 Aug 2017 10:54:24 +0200 <p>Het staat niet ter vrije bepaling van partijen of de belastingrechter of de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Alleen de belastingrechter is bevoegd om over de juistheid van opgelegde aanslagen te oordelen.&nbsp;</p> <p>De belastingrechter kan in dat kader mede nagaan of een daaraan ten grondslag liggende overeenkomst rechtsgeldig is op grond van het burgerlijk recht. In die toetsing kan de belastingrechter ook&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005291/2015-01-01#Boek3_Titeldeel2_Artikel40" rel="noopener" target="_blank">art. 3:40 BW</a>&nbsp;betrekken. Er bestaat dan ook geen grond voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter.</p> <h4>Feiten</h4> <p>Het gaat in deze zaak om de vraag bij welke rechter een verklaring voor recht kan worden gevorderd dat de tussen partijen gesloten fiscale vaststellingsovereenkomsten nietig zijn in de zin van art. 3:40 BW. Een rederij heeft met de gemeente twee fiscale vaststellingsovereenkomsten gesloten over de heffing van toeristenbelasting. In de overeenkomsten is onder meer de hoogte van de aanslagen toeristenbelasting voor de jaren 2011 en 2012 bepaald. De rederij en de gemeente zijn overeengekomen dat de rederij geen bezwaar en beroep zal instellen tegen de aanslagen. Nadat de aanslagen waren opgelegd en onherroepelijk vast waren komen te staan, heeft de rederij bij de burgerlijke rechter een verklaring voor recht gevorderd dat de overeenkomsten nietig zijn in de zin van art. 3:40 BW.</p> <p>De rechtbank wees deze vordering af. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en heeft de rederij niet-ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van het hof heeft er voor de rederij een met voldoende waarborgen omklede, gespecialiseerde rechtsgang opengestaan bij de belastingrechter. Bij de belastingrechter kon een beroep worden gedaan op de nietigheid van de overeenkomsten.</p> <h4>Belastingrechter is bevoegd</h4> <p>In cassatie klaagt de rederij dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is te oordelen over de vordering van een verklaring voor recht van nietigheid van de overeenkomsten in de zin van art. 3:40 BW. Volgens de rederij heeft de belastingrechter niet de bevoegdheid om de overeenkomsten te toetsen aan de openbare orde, goede zeden of dwingende wetsbepalingen als bedoeld in art. 3:40 BW. De belastingrechter zou evenmin de bevoegdheid hebben om een verklaring voor recht in dit verband uit te spreken.</p> <p>De Hoge Raad acht deze klacht ongegrond. De Hoge Raad benadrukt dat het niet ter vrije bepaling van partijen staat of de belastingrechter dan wel de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Onder verwijzing naar zijn arrest van 21 april 2006,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AU4548" rel="noopener" target="_blank">ECLI:NL:HR:2006:AU4548</a>&nbsp;(Abacus/Staat) oordeelt de Hoge Raad vervolgens dat alleen de belastingrechter bevoegd is om over de juistheid van de aan de rederij opgelegde aanslagen toeristenbelasting te oordelen. Dat geldt ook indien in geschil is of de aan de aanslagen ten grondslag liggende overeenkomsten nietig zijn op grond van het burgerlijk recht. De belastingrechter kan namelijk in het kader van een beroep tegen een fiscaal besluit mede nagaan of een daaraan ten grondslag liggende overeenkomst rechtsgeldig is. In die toetsing kan ook art. 3:40 BW worden betrokken. Deze mogelijkheid heeft de belastingrechter ook met betrekking tot een beding in een dergelijke overeenkomst waarin wordt afgezien van bezwaar en beroep tegen aanslagen bij de belastingrechter.</p> <p>Hoewel het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht meebrengt dat de belastingrechter geen verklaring voor recht kan geven, bestaat er in dit geval geen grond voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter. Uit de stellingen van de rederij volgde namelijk niet dat zij enig ander belang nastreeft dan het ter discussie stellen van de aanslagen. Er heeft voor de rederij kortom een met voldoende waarborgen omklede, gespecialiseerde rechtsgang opengestaan bij de belastingrechter.</p> 1 2017-08-30 10:54 +02:00 2017-08-30 10:54 +02:00 https://nos.nl/artikel/2184185-strengere-boetes-bij-zware-verkeersovertredingen-helpt-dat.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/strengere-boetes-bij-zware-verkeersovertredingen-helpt-dat/ Overige artikelen Strengere boetes bij zware verkeersovertredingen, helpt dat? Als het aan minister Blok ligt, worden daders van ernstige verkeersdelicten straks harder aangepakt. Hij werkt aan een wetsvoorstel waarmee de strafmaat wordt verhoogd, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Maar maken hogere boetes het verkeer ook echt veiliger? NOS Tue, 29 Aug 2017 15:49:21 +0200 <p>Als het aan minister Blok ligt, worden daders van ernstige verkeersdelicten straks&nbsp;<a href="http://nos.nl/artikel/2184118-minister-blok-wil-zwaardere-straffen-voor-ernstige-verkeersdelicten.html">harder aangepakt</a>. Hij werkt aan een wetsvoorstel waarmee de strafmaat wordt verhoogd, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Maar maken hogere boetes het verkeer ook echt veiliger?</p> <p>"Absoluut", zegt Veilig Verkeer Nederland (VVN). "Wij zijn hier heel blij mee. Nu zijn boetes vaak veel te laag, waardoor verkeersovertreders bij wijze van spreken lachend de boete betalen en vervolgens vrolijk verder rijden", vertelt een woordvoerder.</p> <p>Strengere maatregelen, zoals een gevangenisstraf of inname van het rijbewijs zal er volgens VVN voor zorgen dat mensen wel twee keer nadenken voordat zij met drank op achter het stuur kruipen of doorrijden na een ongeval.</p> <p>Oud-verkeersofficier Koos Spee is het absoluut niet met VVN eens. "Onzin", noemt hij het. Hij heeft weinig vertrouwen in de nieuwe wetgeving. "Strengere straffen leiden er niet toe dat het verkeer veiliger wordt." Het enige dat volgens hem echt helpt zijn meer politiecontroles.</p> <p>Spee heeft zelf twintig jaar in de handhaving gewerkt. "Ik heb zoveel zittingen meegemaakt en gezien dat mensen niet schrikken van een straf. Ze weten allemaal dat ze fout zitten, maar doen het toch."</p> <p>Volgens hem moet er iets veranderen aan de handhaving. "Er moet veel meer politie op straat. Dan kan je de pakkans vergroten."</p> <h2 class="block_title ">Onvoldoende politie</h2> <p>Op dit moment is de boete voor telefoongebruik achter het stuur 230 euro, gaat hij verder. "Dat is een flink bedrag, maar als je niet wordt gepakt, zegt dat weinig. Ook niet als die boete wordt verdubbeld. De pakkans verhogen is het enige dat helpt."</p> <p>VVN vindt ook dat er op dit moment onvoldoende politie op straat is en zou graag "meer blauw" zien om zo de verkeersovertreders te kunnen pakken. "Maar buiten dat zijn wij heel blij met dit voornemen. Wij weten zeker dat dit al verschil gaat maken."</p> 1 2017-08-29 15:49 +02:00 2017-08-29 15:49 +02:00 https://cassatieblog.nl/arbeidsrecht/aansprakelijkheid-materieel-werkgever-bij-onrechtmatige-daad-doorgeleende-werknemer/ http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/aansprakelijkheid-materieel-werkgever-bij-onrechtmatige-daad-doorgeleende-werknemer/ Arbeidsrecht Aansprakelijkheid materieel werkgever bij onrechtmatige daad doorgeleende werknemer Indien een partij op grond van art. 6:170 lid 1 BW wordt aangesproken voor een fout van een ondergeschikte, dient de rechter – nu de werknemer in die procedure zelf geen partij is – de onrechtmatigheid van zijn handelen te beoordelen als ware de aansprakelijkheid van de werknemer zelf in het geding. Cassatieblog Tue, 29 Aug 2017 09:10:26 +0200 <p>Indien een partij op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2015-06-19#Boek6_Titeldeel3_Afdeling2_Artikel170" rel="noopener" target="_blank">art. 6:170 lid 1 BW</a>&nbsp;wordt aangesproken voor een fout van een ondergeschikte, dient de rechter &ndash; nu de werknemer in die procedure zelf geen partij is &ndash; de onrechtmatigheid van zijn handelen te beoordelen als ware de aansprakelijkheid van de werknemer zelf in het geding.&nbsp;</p> <p>Voor het aannemen van ondergeschiktheid is het bestaan van zeggenschap bij de aansprakelijk gehouden partij over de vraag of en op welke momenten de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld werkzaamheden voor een bepaalde derde dient uit te voeren, in beginsel voldoende.</p> <h4>Achtergrond van de zaak</h4> <p>In opdracht van ProRail heeft BAM onderhoudswerkzaamheden verricht aan het spoor. Daarbij heeft BAM gebruikgemaakt van veiligheidsdiensten van J.M.V. Spoorwegveiligheid B.V. (hierna: &lsquo;JMV&rsquo;). JMV heeft hierbij werknemers van bedrijf A ingeleend en bij BAM tewerkgesteld. E&eacute;n van die werknemers is werktreinbegeleider (hierna: &lsquo;WTB-er&rsquo;) X. De WTB-er heeft onder meer als taak te controleren of de wissels in de juiste stand staan. Op enig moment heeft een werktrein, waarop WTB-er X aanwezig was, schade veroorzaakt aan een wissel, doordat deze niet in de juiste stand stond. De aansprakelijkheidsverzekeraar van BAM &ndash; Z&uuml;rich &ndash; heeft de schade aan ProRail vergoed en wenst in deze procedure, voor zover van belang, op grond van art. 6:170 BW &ndash; verhaal te halen op JMV.</p> <p>Art. 6:170 BW bevat een kwalitatieve aansprakelijkheid van de werkgever voor onrechtmatig gedrag van zijn ondergeschikte. De werkgever is op die grond aansprakelijk indien sprake is van ondergeschiktheid, de ondergeschikte een fout &ndash; een toerekenbare onrechtmatige daad ex&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2015-06-19#Boek6_Titeldeel3_Afdeling1_Artikel162" rel="noopener" target="_blank">art. 6:162 BW</a>&nbsp;&ndash; heeft gemaakt en er sprake is van functioneel verband tussen deze fout en het werk van de ondergeschikte. Dit laatste vereiste impliceert zowel dat de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van de taak is vergroot, als dat de werkgever zeggenschap heeft over de gedragingen waarin de fout was gelegen.</p> <p>Het hof heeft deze vordering toegewezen. JMV heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. In cassatie gaat het om de vragen of de WTB-er onrechtmatig heeft gehandeld en of voldaan is aan het ondergeschiktheidsvereiste.</p> <h4>Onrechtmatig handelen WTB-er X?</h4> <p>In cassatie bestrijdt JMV het oordeel van het hof dat WTB-er X jegens ProRail onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld door af te gaan op zijn (onjuiste) visuele oordeel over de stand van het wissel en zich van die stand niet te vergewissen door van de trein af te stappen.</p> <p>De Hoge Raad overweegt in dat verband dat het onderdeel niet de door het hof gehanteerde maatstaf bestrijdt dat de betrokken WTB-er had moeten afstappen wanneer hij niet goed kon zien of het wissel goed lag. Deze maatstaf moet volgens de Hoge Raad worden bezien tegen de achtergrond van de meer algemene maatstaf voor de beoordeling of sprake is van onrechtmatige gevaarzetting, welke maatstaf de Hoge Raad in rov. 3.3.2 weergeeft.</p> <p>&nbsp;Vervolgens bespreekt de Hoge Raad drie mogelijke wegen waarlangs &ndash; in een geval als het onderhavige &ndash; schade kan worden verhaald:</p> <ol> <li>de schade die is toegebracht bij de uitvoering van een overeenkomst kan in beginsel worden verhaald op de tekortschietende contractuele wederpartij, ook indien die schade is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van een werknemer of hulppersoon (art. 6:74 en 6:75 BW). Indien de tekortschietende contractspartij de schade vergoedt en de schade is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van een eigen werknemer, dan kan zij de schade in beginsel slechts dan op deze werknemer verhalen indien sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid (art. 7:661 lid 1 BW);</li> <li>de benadeelde partij kan (behoudens andersluidend beding in de overeenkomst) haar wederpartij op grond van art. 6:170 lid 1 BW aan te spreken. In dat geval moet zowel komen vast te staan dat sprake is van ondergeschiktheid als dat de betrokken werknemer jegens de benadeelde aansprakelijk is wegens een onrechtmatige daad;</li> <li>de benadeelde partij kan (tenzij de overeenkomst dat belet) de betrokken werknemer persoonlijk aanspreken tot vergoeding van de schade. In dat geval heeft de werknemer op grond van art. 6:170 lid 3 BW regres op de werkgever, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer zelf. Het rechtstreeks aanspreken van de werknemer is voor hem mogelijk zeer nadelig, omdat hij bij het te nemen regres het insolventierisico van de werkgever draagt.</li> </ol> <p>Tegen deze achtergrond stelt de Hoge Raad tot slot voorop hoe de onrechtmatigheid van de werknemer moet worden beoordeeld, indien aansprakelijkheid op art. 6:170 BW wordt gestoeld:</p> <p>&ldquo;3.3.3 (&hellip;)</p> <p>d. Mede gelet op de betekenis die een op art. 6:170 lid 1 BW gebaseerde, de werkgever veroordelende uitspraak kan hebben in een eventuele (bijvoorbeeld wegens insolventie van de werkgever aangespannen) opvolgende procedure tegen de werknemer, maar gezien ook het nadeel dat een dergelijke uitspraak in ander opzicht (zoals voor zijn reputatie) voor de werknemer kan opleveren, dient de rechter in een op art. 6:170 BW stoelende procedure &ndash; waarin de werknemer zelf geen partij is &ndash; de onrechtmatigheid van het handelen van de werknemer niet anders te beoordelen dan indien de aansprakelijkheid van de werknemer zelf in het geding is.&rdquo;</p> <p>In dit licht acht de Hoge Raad &ndash; anders dan&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:236" rel="noopener" target="_blank">Advocaat-generaal Hartlief</a>&nbsp;&ndash; de motiveringsklacht tegen het oordeel dat WTB-er X onrechtmatig heeft gehandeld gegrond. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat het hof niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom voor WTB-er X het zicht op de wissel ontoereikend was en ook niet waarom hem onrechtmatigheid kan worden verweten ter zake van zijn mening dat hij (en zijn collega&rsquo;s) de wisselstand correct konden waarnemen. Het feit dat de inschatting van WTB-er X onjuist is gebleken en dat aanzienlijke schade is ontstaan, kan volgens de Hoge Raad evenmin redengevend zijn voor het oordeel dat WTB-er X onrechtmatig heeft gehandeld.</p> <h4>Is aan het ondergeschiktheidsvereiste voldaan?</h4> <p>Het tweede onderdeel van JMV bestrijdt dat aan het ondergeschiktheidsvereiste is voldaan. De Hoge Raad verwerpt de in dat verband de naar voren gebrachte klachten als volgt:</p> <p>&nbsp;&ldquo;3.4.2&nbsp;Deze klachten falen. Het bestaan van zeggenschap bij de aansprakelijk gehouden partij &ndash; hier: JMV &ndash; over de vraag of en op welke momenten de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld, werkzaamheden voor een bepaalde derde &ndash; hier: BAM &ndash; dient uit te voeren, is in beginsel toereikend voor de voor toepassing van art. 6:170 lid 1 BW vereiste ondergeschiktheid (vgl. HR 13 mei 1988,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1988:AC3070" rel="noopener" target="_blank">ECLI:NL:HR:1988:AC3070</a>, NJ 1989/896). Een andere opvatting, die zou meebrengen dat de benadeelde voor het antwoord op de vraag wie ingevolge art. 6:170 BW jegens hem aansprakelijk is, bekend moet zijn met de afspraken die tussen de verschillende in aanmerking komende &lsquo;werkgevers&rsquo; met betrekking tot de instructiebevoegdheid van de ondergeschikte zijn gemaakt, zou afbreuk doen aan de door die bepaling beoogde bescherming van de benadeelde&nbsp;(&hellip;).&rdquo;</p> <p>Voorts overweegt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft aangenomen dat sprake is van een functioneel verband, nu het hof kennelijk het door JMV aan BAM ter beschikking stellen van WTB-er X heeft aangemerkt als de opdracht in de zin van art. 6:170 lid 1 BW en heeft geoordeeld dat die opdracht de kans heeft vergroot op de door hem begane fout. Hij had immers taken te verrichten met betrekking tot de veiligheid van het werk.</p> <p>De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing. Daarbij zal aan de orde komen of WBT-er X een fout heeft gemaakt in de zin van art. 6:170 lid 1 BW.</p> 0 2017-08-29 09:10 +02:00 2017-08-29 09:10 +02:00 https://nos.nl/artikel/2188420-formatie-partijen-schuiven-heikele-ouderschapskwestie-door.html http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/&amp;#039;formatie-partijen-schuiven-heikele-ouderschapskwestie-door&amp;%23039;/ Personen- en familierecht 'Formatie-partijen schuiven heikele ouderschapskwestie door' CDA, VVD, D66 en CU hebben in het formatieoverleg voorlopig afgesproken geen beslissingen te nemen over de kwestie van het meervoudig ouderschap, schrijft het AD. NOS Tue, 29 Aug 2017 09:09:11 +0200 <p>CDA, VVD, D66 en CU hebben in het formatieoverleg voorlopig afgesproken geen beslissingen te nemen over de kwestie van het meervoudig ouderschap,&nbsp;<a href="http://www.ad.nl/binnenland/rutte-iii-studie-naar-meer-ouders-voor-een-kind~a5fb4093/">schrijft</a>&nbsp;het AD.&nbsp;</p> <p>De partijen hebben afgesproken dat het nieuwe kabinet er onderzoek naar gaat doen en eventueel later met voorstellen komt. De krant publiceert al enkele dagen conceptafspraken uit het formatieoverleg, die in handen zijn van het AD.</p> <p>De vier partijen denken verdeeld over de vraag of kinderen in juridisch opzicht meer dan twee ouders kunnen hebben. Het gaat daarbij om zaken als erfenissen, ouderlijk gezag, nationaliteit en achternaam. D66 en VVD zijn voorstander van een uitbreiding van de huidige regeling, maar het CDA en de Christenunie voelen er niets voor.</p> <p>De discussie over het meervoudig ouderschap is actueel doordat gezinssituaties ingewikkelder zijn geworden. Zo zijn er vaker homostellen die met hulp van een derde partij een kind hebben gekregen. Tot dusver kunnen er slecht twee juridische ouders zijn.</p> <h2 class="block_title ">Staatscommissie</h2> <p>Door af te spreken dat er onderzoek wordt gedaan naar een aanpassing van het familierecht, schuiven de partijen een besluit voor zich uit. Opmerkelijk daarbij is dat een staatscommissie al onderzoek gedaan heeft en afgelopen december al kwam met de aanbeveling om de wetgeving op het gebied van ouderschap en ouderlijk gezag uit te breiden.</p> <p>De Commissie-Wolfsen adviseerde het kabinet om het aantal juridische ouders van een kind te beperken tot vier, verdeeld over maximaal twee huishoudens.</p> <p>Het AD schrijft dat de partijen wel maatregelen hebben afgesproken om de situatie van homo's en transgenders te verbeteren, mogelijk als handreiking naar vooral D66. Zo zou 'onnodige geslachtsregistratie' zoveel mogelijk moeten worden beperkt, zoals transgenders graag willen. Ook zouden de partijen artikel 1 van de grondwet willen aanvullen met een verbod op discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en handicap.</p> 0 2017-08-29 09:09 +02:00 2017-08-29 09:09 +02:00 https://cassatieblog.nl/insolventierecht/wanneer-verjaart-de-vordering-op-een-rechtspersoon-die-na-faillissement-opgehouden-te-bestaan/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/wanneer-verjaart-de-vordering-op-een-rechtspersoon-die-na-faillissement-is-opgehouden-te-bestaan/ Overige artikelen Wanneer verjaart de vordering op een rechtspersoon die na faillissement is opgehouden te bestaan? Art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend ex art. 2:23c lid 1 BW. Cassatieblog Tue, 29 Aug 2017 09:08:11 +0200 <p>Art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&amp;boek=2&amp;titeldeel=1&amp;artikel=23c&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">2:23c lid 2 BW</a>&nbsp;jo. art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&amp;boek=3&amp;titeldeel=11&amp;artikel=320&amp;z=2017-03-10&amp;g=2017-03-10" rel="noopener" target="_blank">3:320 BW</a>&nbsp;geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan.&nbsp;</p> <p>Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend ex art. 2:23c lid 1 BW. Dit brengt mee dat (i) heropening van de vereffening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn dat (ii) een verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon niet behoeft te worden gestuit gedurende de periode dat die rechtspersoon niet meer bestaat.</p> <h4>Achtergrond van de zaak</h4> <p>In de hier te bespreken zaak heeft de Rabobank een financieringsovereenkomst gesloten met Horeca Concept Building B.V. (hierna: Horeca B.V.). Eiser tot cassatie heeft zich hiervoor borg gesteld tot een maximumbedrag van &euro; 100.000,-. Op 6 april 2005 werd Horeca B.V. failliet verklaard. Een klein jaar later, op 2 maart 2006, werd het faillissement ingevolge art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&amp;boek=2&amp;titeldeel=1&amp;artikel=19&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">2:19 lid 1 onder c BW</a>&nbsp;opgeheven bij gebrek aan baten, waardoor Horeca B.V. is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 4 BW).</p> <p>In de onderhavige procedure heeft de Rabobank gevorderd eiser uit hoofde van de overeenkomst van borgtocht te veroordelen tot betaling van een bedrag van &euro; 101.785,- vermeerderd met rente en kosten. Eiser verweerde zich hiertegen door zich op het standpunt te stellen dat de borgtocht ingevolge art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=14&amp;afdeling=1&amp;artikel=853&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">7:853 BW</a>teniet was gegaan door voltooiing van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming van de verbintenis van hoofdschuldenaar Horeca B.V. Nu artikel 7:853 BW het teniet gaan van de borgtocht afhankelijk stelt van de voltooiing van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming van de verbintenis van de hoofdschuldenaar, rees de vraag of de vordering van de Rabobank op Horeca B.V. was verjaard.</p> <p>Het hof beantwoordde deze vraag ontkennend. Het stelde voorop dat tussen partijen niet in geschil was dat de vordering van de Rabobank op Horeca B.V. opeisbaar was op het moment dat Horeca B.V. failleerde. Onder verwijzing naar art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&amp;titeldeel=I&amp;afdeling=Tweede&amp;artikel=36&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener" target="_blank">36 lid 1 Fw</a>&nbsp;overweegt het hof dat de rechtsvordering in ieder geval niet tijdens het faillissement van Horeca B.V. kan zijn verjaard. Door de opheffing van het faillissement bij gebrek aan baten is Horeca B.V. ingevolge art. 2:19 lid 1 onder c BW op 2 maart 2006 ontbonden en is het, nu zij op het moment van haar ontbinding geen baten meer had, ingevolge art. 2:19 lid 4 BW ook opgehouden te bestaan. Naar het oordeel van het hof was van voltooiing van de rechtsvordering van de Rabobank op de niet meer bestaande vennootschap echter geen sprake. De vennootschap kan op grond van art. 2:23c lid 1 BW immers herleven. De Rabobank zou haar vordering in dat geval alsnog geldend kunnen maken en de herleefde vennootschap zou de Rabobank, gelet op de verlengingsregeling van art. 2:23c lid 2 BW, niet kunnen tegenwerpen dat haar vordering is verjaard. Dit een en ander brengt naar het oordeel van het hof mee dat de verjaringstermijn van de vordering van de bank op de vennootschap tot op heden is voortgelopen.</p> <h4>Cassatie</h4> <p>Eiser komt van dit oordeel van het hof in cassatie en stelt zich (onder meer) op het standpunt dat het hof heeft miskend dat, zolang de vereffening van Horeca B.V. ex art. 2:23c lid 1 BW niet is heropend, niet aan toepassing van de in art. 2:23c lid 2 BW genoemde verlengingsgrond kan worden toekomen. Bovendien heeft het hof volgens eiser ten onrechte tot uitgangspunt genomen dat de verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande vennootschap niet kan eindigen en heeft het hof de stelling van eiser dat de Rabobank de stuitingsmogelijkheid van art.&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Eerste&amp;afdeling=Zesde&amp;artikel=54&amp;z=2017-04-01&amp;g=2017-04-01" rel="noopener" target="_blank">54 lid 4 Rv</a>&nbsp;heeft laten schieten, ten onrechte onbesproken gelaten.</p> <p>Overeenkomstig de&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:525" rel="noopener" target="_blank">conclusie</a>&nbsp;van Advocaat-Generaal Timmerman, gaat de Hoge Raad hier niet in mee. De Hoge Raad stelt voorop dat Horeca B.V. ingevolge art. 2:19 lid 1 onder c BW is ontbonden door opheffing van het faillissement bij gebrek aan baten. Gelet op het feit dat Horeca B.V. op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer had, is zij ingevolge art. 2:19 lid 4 BW opgehouden te bestaan. De Hoge Raad overweegt dan dat uit art. 2:23c lid 1 BW volgt dat indien na het tijdstip waarop de vennootschap is opgehouden te bestaan, nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening kan heropenen. In dat geval herleeft de vennootschap ter afwikkeling van de heropende vereffening. Vervolgens haalt de Hoge Raad de verlengingsgrond van art. 2:23c lid 2 BW jo. 3:320 BW aan, op grond waarvan geldt dat wanneer een verjaringstermijn zou aflopen gedurende het tijdvak waarin de vennootschap had opgehouden te bestaan of binnen zes maanden na heropening van de vereffening, die verjaringstermijn voortloopt totdat zes maanden na die heropening zijn verstreken. Aan de hand hiervan komt de Hoge Raad tot de volgende conclusie:</p> <p>&ldquo;3.3.3. Art. 2:23c lid 2 BW in verbinding met art. 3:320 BW geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend op de voet van art. 2:23c lid 1 BW. Dit brengt mee dat heropening van de vereffening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn. Om dezelfde reden behoeft een verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon niet te worden gestuit gedurende de periode dat die rechtspersoon niet meer bestaat.&rdquo;</p> <p>Tot slot overweegt de Hoge Raad dat in het arrest HR 6 december 2013,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:CA3743" rel="noopener" target="_blank">ECLI:NL:HR:2013:CA3743</a>, NJ 2014/87 waarop eiser zich beroept, is bepaald dat de verjaring van het invorderingsrecht van de Ontvanger tegen een niet meer bestaande vennootschap kan worden gestuit door betekening van een akte van vervolging (art. 54 lid 4 Rv). In die procedure was echter, anders dan in de onderhavige kwestie, niet de vraag aan de orde of stuiting noodzakelijk was om de verjaring te voorkomen. In casu heeft het hof naar het oordeel van de Hoge Raad terecht geoordeeld dat de verjaringstermijn ook z&oacute;nder stuiting tegen het niet meer bestaande Horeca B.V. is voortgelopen. Om die reden hoefde het hof niet ook nog in te gaan op de stelling van eiser dat de Rabobank geen gebruik had gemaakt van de stuitingsmogelijkheid van art. 54 lid 4 Rv.</p> <p>Gelet op het voorgaande, gaat het beroep van eiser op art. 7:853 BW niet op. Nu de verjaringstermijn van de vordering op Horeca B.V. in ieder geval niet afloopt zolang de vereffening niet is heropend, kan de Rabobank zich in beginsel dus gewoon op de borg verhalen.</p> 0 2017-08-29 09:08 +02:00 2017-08-29 09:08 +02:00 https://cassatieblog.nl/personen-en-familierecht/mondeling-verzoek-tot-wijziging-partneralimentatie-het-hoofd-gezien/ http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/mondeling-verzoek-tot-wijziging-partneralimentatie-over-het-hoofd-gezien/ Personen- en familierecht Mondeling verzoek tot wijziging partneralimentatie over het hoofd gezien Het hof heeft de bij de mondelinge behandeling van het verzoek tot nihil stelling van de partneralimentatie ten onrechte de minder verstrekkende stelling van de man, dat de behoeftigheid van de vrouw is afgenomen, over het hoofd gezien. Cassatieblog Tue, 29 Aug 2017 09:06:29 +0200 <p>Het hof heeft de bij de mondelinge behandeling van het verzoek tot nihil stelling van de partneralimentatie &nbsp;ten onrechte de minder verstrekkende stelling van de man, dat de behoeftigheid van de vrouw is afgenomen, over het hoofd gezien.</p> <p>In cassatie wordt in het bijzonder geklaagd dat het hof zich ten onrechte heeft beperkt tot beantwoording van de vraag of de vrouw volledig in haar eigen levensonderhoud kan voorzien en niet heeft beoordeeld of er grond was voor een vermindering van de alimentatie wegens de (door de gestegen inkomsten) lagere behoeftigheid van de vrouw. De man klaagt dat hij ter zitting ook een minder verstrekkende stelling heeft aangevoerd: primair heeft hij gesteld dat zij in haar eigen levensonderhoud kan voorzien en subsidiair dat haar actuele &nbsp;behoeftigheid fors is afgenomen.</p> <p>&ldquo;3.4 Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling ten overstaan van het hof en de daaraan gehechte aantekeningen van de advocaat van de man &ndash; een en ander zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.3 en 2.5 &ndash; heeft de man tijdens de mondelinge behandeling, in reactie op de door de vrouw ter gelegenheid van die mondelinge behandeling in het geding gebrachte loonstroken, mede de behoeftigheid van de vrouw aan de orde gesteld, en heeft de vrouw het standpunt van de man met betrekking tot haar behoeftigheid bestreden. In het betoog van de man in hoger beroep ligt besloten dat hij primair heeft verzocht om op nihilstelling van het alimentatiebedrag op de grond dat de vrouw volledig in haar levensonderhoud kan voorzien, en subsidiair heeft verzocht om het door hem verschuldigde alimentatiebedrag in overeenstemming te brengen met de actuele behoeftigheid van de vrouw, die volgens hem is gereduceerd tot &euro; 130,&ndash; per maand. (&hellip;).&rdquo;</p> <p>De klacht slaagt, de Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst naar ander hof ter verdere behandeling en beslissing.</p> 0 2017-08-29 09:06 +02:00 2017-08-29 09:06 +02:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Werken-met-regierechter-in-echtscheidingszaken-blijkt-een-succes.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/werken-met-regierechter-in-echtscheidingszaken-blijkt-een-succes/ Personen- en familierecht Werken met regierechter in echtscheidingszaken blijkt een succes Een andere aanpak van scheidingszaken, waarbij 1 rechter de regie neemt en alle geschillen binnen een gezin behandelt, werkt. Dat blijkt uit experimenten bij de rechtbanken Noord-Nederland en Rotterdam. de Rechtspraak Tue, 29 Aug 2017 09:04:06 +0200 <p>Een andere aanpak van scheidingszaken, waarbij 1 rechter de regie neemt en alle geschillen binnen een gezin behandelt, werkt. Dat blijkt uit experimenten bij de rechtbanken Noord-Nederland en Rotterdam. De betrokkenen zijn tevreden over de effici&euml;nte, doelgerichte aanpak die daardoor mogelijk wordt. Bovendien blijkt de gekozen werkwijze te resulteren in kortere doorlooptijden.</p> <p>Zo&rsquo;n 20 procent van de echtscheidingen loopt jaarlijks uit op een zogenoemde vechtscheiding. Dat houdt in dat de partners zich vastbijten in hun eigen belang, niet meer normaal met de ander kunnen overleggen en vaak de ene rechtszaak na de andere tegen elkaar voeren. Vaak zijn kinderen daarvan de dupe. Vooral als zij inzet zijn van de ruzies tussen hun ouders, kunnen ze blijvende schade oplopen. Familierechters willen dat zoveel mogelijk voorkomen door scheidingszaken anders aan te pakken. Daartoe hebben de rechters eind vorig jaar het&nbsp;<a title="visiedocument-rechtspraak-echt-scheiding-ouders-met-kinderen.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/visiedocument-vechscheidingen.pdf">Visiedocument Rechtspraak (echt)scheiding ouders met kinderen(pdf, 447,7 KB)</a>&nbsp;opgesteld.</p> <h2>Regierechter</h2> <p>De rechtbanken Noord-Nederland en Rotterdam hebben de afgelopen jaren op proef gewerkt met 1 rechter die alle geschillen rond een echtscheiding behandelt, van het begin tot het eind. Het idee is dat zo&rsquo;n rechter alle problemen in samenhang ziet, waardoor hij beter in staat is de ouders aan te spreken en beslissingen op maat te nemen. Rechters en medewerkers kregen extra scholing op het gebied van conflictdiagnose. Daarmee lopen de beide rechtbanken voorop in een ontwikkeling die inmiddels landelijk overgenomen wordt.</p> <h2>Extra aandacht</h2> <p>In Rotterdam werden zaken waarin een ouderschapsplan ontbrak extra snel behandeld. Noord-Nederland had extra aandacht voor de planning van zittingen: na scanning van het dossier werd geen standaardduur ingeboekt, maar een preciezere inschatting gemaakt van hoeveel tijd er naar verwachting nodig was voor de behandeling. Daarmee konden onnodige vervolgzittingen worden voorkomen. Bovendien zijn in het noorden afspraken gemaakt met hulpverleningsorganisaties en gemeenten, om snelle doorverwijzing naar (gefinancierde) hulp mogelijk te maken.</p> <h2>Succes</h2> <p>Hoewel het logistiek niet eenvoudig is &ndash; hiervoor is nodig dat roosters flexibel zijn en rechters niet vaak wisselen van team of van&nbsp;rechtbank&nbsp;&ndash; is het in circa 85 procent van de scheidingen gelukt het om alle geschillen door 1 rechter te laten behandelen. De betrokkenen zijn tevreden over de effici&euml;nte en doelgerichte aanpak. Uit de pilots is bovendien gebleken dat zaken sneller zijn afgedaan. Of de nieuwe aanpak ook een de-escalerend effect heeft op de strijd tussen ouders, wat de onderliggende bedoeling is, is niet duidelijk naar voren gekomen. Daarvoor is nader onderzoek nodig, stellen de onderzoekers van de Vrije Universiteit.</p> 0 2017-08-29 09:04 +02:00 2017-08-29 09:04 +02:00 https://nos.nl/artikel/2173224-nederland-verder-gedaald-op-ranglijst-kinderrechten.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/nederland-verder-gedaald-op-ranglijst-kinderrechten/ Overige artikelen Nederland verder gedaald op ranglijst kinderrechten Nederland is opnieuw gedaald op de KidsRights Index, een ranglijst die weergeeft hoe kinderrechten internationaal worden nageleefd. Vorig jaar zakte Nederland al uit de top-10, nu staat het op de vijftiende plaats. NOS Tue, 29 Aug 2017 09:02:30 +0200 <p>Nederland is opnieuw gedaald op de KidsRights Index, een ranglijst die weergeeft hoe kinderrechten internationaal worden nageleefd. Vorig jaar zakte Nederland al uit de top-10, nu staat het op de vijftiende plaats.&nbsp;</p> <p>Daarmee komt het onder minder welvarende landen als Thailand en Tunesi&euml;, die wel tot de beste tien behoren.</p> <p>Portugal komt als beste uit de bus. In de top-10 staan ook Noorwegen, Zwitserland, IJsland, Spanje, Frankrijk, Zweden en Finland.</p> <p>De internationale kinderrechtenorganisatie KidsRights heeft&nbsp;de ranglijst opgesteld samen met de Erasmus Universiteit Rotterdam. Er wordt ook gekeken wat landen doen om de rechten van kinderen te verbeteren.</p> <h2 class="block_title ">Alarmerend</h2> <p>Rijke landen doen het niet automatisch beter dan andere, concludeert de organisatie. Zo staan het Verenigd Koninkrijk en Nieuw-Zeeland onderaan, samen met enkele Afrikaanse landen, Afghanistan en Papoea-Nieuw-Guinea. Er wordt namelijk gemeten naar financi&euml;le draagkracht, hoeveel er ge&iuml;nvesteerd wordt in kinderrechten in het land en hoeveel inspanningen er worden gedaan.</p> <p>De ranglijst vergelijkt landen dus in relatief opzicht met elkaar. En daaruit blijkt dat ge&iuml;ndustrialiseerde landen in verhouding weinig investeren in kinderrechten. Armere landen dragen met beperkte middelen relatief veel bij. KidsRights noemt dat alarmerend en vindt dat het rijke Westen leidend zou moeten zijn.</p> <p>De kinderrechtenorganisatie is blij dat verschillende landen nieuwe wetten hebben aangenomen, maar teleurgesteld dat de uitvoering daarvan nog te wensen overlaat. Een aantal landen wordt opgeroepen hun nationale wetgeving beter af te stemmen op het VN-kinderrechtenverdrag.</p> <h2 class="block_title ">Nederland</h2> <p>Uit de publicatie blijkt dat Nederland op dezelfde punten als vorig jaar nog heel wat kan verbeteren. In 2016, toen Nederland zakte van de&nbsp;tweede naar de dertiende plaats, bleek dat niet alle kinderen gelijke toegang hebben tot jeugdzorg, sinds de gemeenten er verantwoordelijk voor zijn. Ook leefde een groot aantal kinderen in armoede en werden kinderen in gezinnen met een minimuminkomen de dupe van bezuinigingen.</p> <p>De toegang tot en de kwaliteit van de jeugdzorg is nog steeds niet overal op orde. Kwetsbare kinderen zouden als eerste moeten profiteren van de aantrekkende economie, vindt Marc Dullaert van KidsRights. Volgens de oud-Kinderombudsman ligt daar een belangrijke taak voor het nieuwe kabinet. "Door te blijven investeren in kinderen en gezinnen die in armoede leven, wordt voorkomen dat armoede van generatie op generatie overgaat."</p> <p>Daarnaast vindt hij het van belang dat de kinderen zelf gehoord worden. "Laat kinderen meepraten en meebeslissen over zaken die hen aangaan."</p> <h2 class="block_title ">Niet constructief</h2> <p>Staatssecretaris Van Rijn zegt dat de KidsRights Index grote vragen bij hem op roept. "Landen als Thailand en Tunesi&euml; staan daarin boven Nederland, terwijl bijvoorbeeld de kans op kinderarbeid in die landen groot is. Als we op die manier discussi&euml;ren over kinderrechten, is dat volgens mij niet de manier die voor kinderen het meest praktisch en constructief is", stelt hij.</p> <p>Hij benadrukt dat als het om kinderrechten gaat, er altijd iets te verbeteren valt en dat hij dan graag optrekt met alle organisaties die op dat terrein actief zijn, zoals UNICEF, Defence for Children en ook KidsRights.</p> 0 2017-08-29 09:02 +02:00 2017-08-29 09:02 +02:00 https://nos.nl/artikel/2174105-kabinet-wil-betere-bescherming-bedrijven-bij-overnames.html http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/kabinet-wil-betere-bescherming-bedrijven-bij-overnames/ Ondernemingsrecht Kabinet wil betere bescherming bedrijven bij overnames Het kabinet wil bedrijven beter beschermen tegen vijandige overnames, schrijft minister Kamp van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Hij wil een wettelijke bedenktijd van een jaar invoeren. NOS Tue, 29 Aug 2017 09:00:30 +0200 <p>Het kabinet wil bedrijven beter beschermen tegen vijandige overnames, schrijft minister Kamp van Economische Zaken in een&nbsp;<a href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/05/20/kabinet-onderneemt-extra-acties-voor-sterk-vestigings--en-investeringsklimaat">brief aan de Tweede Kamer</a>. Hij wil een wettelijke bedenktijd van een jaar invoeren.</p> <p>Op die manier moet het bestuur van een bedrijf de tijd krijgen om rustig een beslissing te nemen die goed is voor de lange termijn. Aanleiding voor de maatregel zijn de vijandige biedingen op multinationals AkzoNobel en Unilever.</p> <h2 class="block_title ">Na&iuml;ef</h2> <p>Volgens Kamp is het goed als Nederland als open economie niet per definitie afwijzend staat ten opzichte van buitenlandse overnames, "maar we moeten ook niet na&iuml;ef zijn."</p> <p>Kamp vindt de huidige beschermingsmaatregelen onvoldoende. Die bieden volgens hem "niet altijd afdoende verweer tegen druk van activistische aandeelhouders."</p> <h2 class="block_title ">Timing</h2> <p>De minister schrijft zijn brief aan de vooravond van een belangrijke stap in de overnamestrijd rondom AkzoNobel. Maandag staat het chemie- en verfbedrijf tegenover de activistische aandeelhouder Elliott, die aandringt op de verkoop van AkzoNobel. Volgens een woordvoerder van het ministerie is de timing "puur toeval."</p> <p>De minister wil zijn plan nog wel eerst tegen het licht houden bij alle betrokkenen, zoals grote beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars. Ook kijkt hij nog naar de juridische haalbaarheid.</p> <h2 class="block_title ">Kritisch</h2> <p>Beleggers hebben zich al kritisch uitgelaten over plannen voor een dergelijke 'time-out'. Volgens Eumedion, dat grote investeerders als pensioenfondsen en verzekeraars vertegenwoordigt, zijn er wel degelijk beschermingsmogelijkheden voor beursgenoteerde bedrijven.</p> <p>Werkgeversorganisatie VNO-NCW is wel voor een wettelijke bedenktijd. Juridische experts zijn verdeeld over de vraag of de plannen juridisch haalbaar zijn.</p> <p>In Europees verband gaat Nederland verder optrekken met Duitsland, Frankrijk en Itali&euml; om ervoor te zorgen dat Europese bedrijven buiten Europa evenveel mogelijkheden hebben om te investeren als niet-Europese bedrijven in Europa. Nu is dat nog te weinig het geval, aldus Kamp.</p> 0 2017-08-29 09:00 +02:00 2017-08-29 09:00 +02:00 https://nos.nl/artikel/2179381-boetes-dreigen-voor-bedrijven-die-laks-omgaan-met-nieuwe-privacywet.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/boetes-dreigen-voor-bedrijven-die-laks-omgaan-met-nieuwe-privacywet/ Overige artikelen Boetes dreigen voor bedrijven die laks omgaan met nieuwe privacywet Veel Nederlandse bedrijven en organisaties lopen vanaf volgend jaar kans op hoge boetes, omdat ze nog niet klaar zijn voor een nieuwe Europese privacywet. Uit onderzoek van consultancybureau PwC onder 350 bedrijven blijkt dat ruim de helft van de bedrijven nog niet serieus begonnen is met de voorbereidingen. NOS Tue, 29 Aug 2017 08:59:34 +0200 <p>Veel Nederlandse bedrijven en organisaties lopen vanaf volgend jaar kans op hoge boetes, omdat ze nog niet klaar zijn voor een nieuwe Europese privacywet. Uit onderzoek van consultancybureau PwC onder 350 bedrijven blijkt dat ruim de helft van de bedrijven nog niet serieus begonnen is met de voorbereidingen.</p> <p>Dat terwijl de nieuwe wet nogal wat om handen heeft. "Als je nu nog moet beginnen, wordt het heel spannend", zegt ict-jurist Arnoud Engelfriet. De boetes bij niet voldoen aan de wet zijn fors: maximaal 4 procent van de jaaromzet of 20 miljoen euro, al is de kans groot dat de boetes in de praktijk lager uitvallen.</p> <p>Dat veel bedrijven desondanks nog niet klaar zijn, baart Aleid Wolfsen, hoofd van de Autoriteit Persoonsgegevens, grote zorgen. "Het gaat om ingrijpende wetgeving die gevolgen heeft voor onze grondrechten. Bedrijven moeten nu echt aan de slag", zegt hij.</p> <p>Voor burgers is de nieuwe wet positief: ze hebben meer controle over hun data. "Je kunt bijvoorbeeld tegen een bedrijf zeggen: ik wil dat deze data over mij worden verwijderd", zegt Wolfsen. "Je kunt de toestemming die je geeft aan een bedrijf om je priv&eacute;gegevens te bewaren straks ook weer intrekken."</p> <p>Fijn voor onze privacy, maar bedrijven en andere organisaties moeten daar hun computersystemen wel op aanpassen. Ook moeten organisaties veel beter vastleggen wat voor data ze precies bewaren. "Je moet alles wat je opslaat goed documenteren en de beveiliging ervan op orde hebben", aldus Engelfriet. Hoe gevoeliger de gegevens die een bedrijf heeft, hoe strenger de regels.</p> <p>En lastig daarbij is dat veel bedrijven geen idee hebben van wat ze allemaal opslaan. "Veel bedrijven hebben last van achterstallig onderhoud. Die hebben de afgelopen jaren allemaal nieuwe systemen gebouwd waarin gegevens worden opgeslagen, maar weten niet meer waar alles precies staat en of dat volgens de regels gebeurt", zegt beveiligingsdeskundige Bram van Tiel van PwC.</p> <p>Dat geldt niet alleen voor de Googles en Facebooks van deze wereld, maar voor alle organisaties die persoonsgegevens opslaan: van de bakker om de hoek met een mailinglijst en de voetbalclub tot middelbare scholen.</p> <p>"Ik heb er een dagtaak aan", zegt ict'er Andr&eacute; Poot van de scholenkoepel CVO-AV. "We moeten al onze privacyreglementen herschrijven en al onze databases in kaart brengen." Dat doet hij niet voor niets: "De privacywaakhond heeft duidelijk gemaakt dat het speelkwartier voor scholen vanaf nu over is en dat we strenger aangepakt gaan worden."</p> <p>"Je moet continu onder de loep houden wat je precies doet met data", zegt Job Vos van Kennisnet, dat scholen helpt met ict. "Iedere docent moet worden getraind om zorgvuldig met privacy om te gaan." Zo moeten docenten beseffen dat ze gevoelige gegevens niet mogen mailen of uitwisselen op usb-sticks. "Dat mocht al niet, maar straks moet je kunnen aantonen dat je dat ook echt niet doet", zegt Vos.</p> <p>De school van Poot had vorig jaar een datalek waarbij de inhoud van webformulieren via Google te vinden was. Daaronder was gevoelige data, zoals ouders die melden dat ze gingen scheiden.</p> <p>Voor dat soort dingen kunnen sneller boetes worden opgelegd. Nu geeft de Autoriteit Persoonsgegevens een waarschuwing; als een bedrijf zijn leven niet betert, kan een dwangsom van 800.000 euro worden opgelegd. Dat verandert: straks kan meteen een boete worden opgelegd.</p> <p>"We krijgen veel meer mogelijkheden om in te grijpen", zegt Wolfsen van de privacywaakhond. "We hebben ook een waarschuwende functie, maar daarnaast kunnen we ook echt boetes gaan opleggen. Dus bedrijven, heb je boel op orde."</p> 0 2017-08-29 08:59 +02:00 2017-08-29 08:59 +02:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Vereenvoudiging-stelsel-griffierechten-leidt-niet-tot-gewenste-effecten.aspx?pk_campaign=rssfeed&amp;pk_medium=rssfeed&amp;pk_source=Alle-landelijke-actualiteite http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/vereenvoudiging-stelsel-griffierechten-leidt-niet-tot-gewenste-effecten/ Overige artikelen Vereenvoudiging stelsel griffierechten leidt niet tot gewenste effecten De vereenvoudiging van het stelsel van griffierechten heeft geleid tot onbedoelde en ongewenste gevolgen. De operatie zorgde onder meer voor minder handelszaken . de Rechtspraak Tue, 25 Jul 2017 12:30:15 +0200 <p>De vereenvoudiging van het stelsel van griffierechten (geld dat moet worden betaald voor het voeren van een rechtszaak) heeft geleid tot onbedoelde en ongewenste gevolgen. De operatie zorgde onder meer voor minder handelszaken (veel voorkomende zaken over arbeids- en huurzaken, verzekeringen en overeenkomsten).</p> <p>In&nbsp;hoger&nbsp;beroepkwamen - tegen de bedoeling in - juist meer zaken. Onderzoekers spreken over een 'complexe operatie, met duidelijke kosten, niet zulke duidelijke baten en onvoorziene gevolgen'. De&nbsp;Raad voor de rechtspraakwaarschuwde in 2011 in een&nbsp;<a title="2011-52-Advies-over-wetsvoorstel-verhoging-griffierechten.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2011-52-Advies-over-wetsvoorstel-verhoging-griffierechten.pdf">wetgevingsadvies&nbsp;(pdf, 146,4 KB)</a>&nbsp;voor het wetsvoorstel: hij adviseerde het parlement er niet mee in te stemmen.</p> <p>De ongewenste en onbedoelde effecten blijken uit&nbsp;<a title="Evaluatie-Wet-griffierechten-burgerlijke-zaken-Cahier-2017-9.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Evaluatie-Wet-griffierechten-burgerlijke-zaken-Cahier-2017-9.pdf">Evaluatie Wet griffierechten burgerlijke zaken: de complexiteit van vereenvoudiging&nbsp;(pdf, 3,6 MB)</a>, een gezamenlijk rapport van het WODC (het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en&nbsp;Justitie) en de&nbsp;Raad voor de rechtspraak. Vandaag verscheen in het&nbsp;<a class="rnl-external-link" href="http://njb.nl/njb-magazine">vakblad voor juristen NJB&nbsp;U verlaat Rechtspraak.nl</a>&nbsp;een artikel over dit rapport.</p> <h2>Vervanging wet</h2> <p>De huidige Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) verving de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz). De Wtbz was volgens de wetgever 'ingewikkeld, niet transparant, niet consistent en arbeidsintensief'. Het belangrijkste doel van de Wgbz was vereenvoudiging, inzichtelijker tarieven en vermindering van werklast in civiele zaken voor de administraties van gerechten. Er waren 2 randvoorwaarden: de toegang tot de rechter moest gewaarborgd blijven en de overheidsinkomsten dienden op peil te blijven.</p> <h2>Niet positief</h2> <p>Frits Bakker: 'We hebben destijds aangegeven dat het riskant is in te grijpen in een goed functionerend systeem. Die vrees was terecht'</p> <p>De onderzoekers keken wat er terecht is gekomen van de voornemens. De bevindingen zijn niet positief. De belangrijkste reden voor rechters, medewerkers van de Rechtspraak en juridisch hulpverleners (advocaten, gerechtsdeurwaarders en medewerkers van het&nbsp;Juridisch Loket) om negatief te oordelen over de Wgbz, is de hoogte van het&nbsp;griffierecht.</p> <h2>Riskant</h2> <p>Frits Bakker, voorzitter van de&nbsp;Raad voor de rechtspraak: &lsquo;Dit onderzoek toont precies aan waar wij bang voor waren. We hebben destijds aangegeven dat het riskant is in te grijpen in een goed functionerend systeem. Het belang van goede, toegankelijke rechtspraak is groot. Mensen mogen niet om financi&euml;le redenen afzien van een rechtszaak. Met name voor relatief kleine vorderingen zijn de tarieven nu te hoog. Dat mag niet in een rechtsstaat: mensen moeten hun recht kunnen halen.&rsquo;&nbsp;</p> <h2>Strategisch gedrag</h2> <p>Financi&euml;le afwegingen spelen een grote&nbsp;rol&nbsp;bij de beslissing wel of niet een&nbsp;beroepte doen op de rechter, aldus de onderzoekers. De tarieven zijn verhoudingsgewijs het sterkst gestegen in de categorie handelszaken met een financieel belang tussen 500 en 5.000 euro. Als alleen wordt gekeken naar de invloed van het duurder worden van de gang naar de rechter, nam het aantal handelszaken in eerste&nbsp;aanleg&nbsp;met 20 procent af. Rechters, advocaten en deurwaarders zien ook&nbsp; sinds de Wgbz meer 'strategisch procedeergedrag': om minder&nbsp;griffierecht&nbsp;te hoeven betalen, worden bijvoorbeeld vorderingen verlaagd of gesplitst; bij huurvorderingen wordt niet gevraagd om verschuldigde huur, maar om ontruiming van de woning.<br />De frequentie waarmee in handelszaken&nbsp;hoger beroep&nbsp;werd aangetekend nam, doordat deze rechtsgang goedkoper werd, juist met 28 procent toe. Beide effecten - minder handelszaken in eerste&nbsp;aanleg, meer in&nbsp;hoger beroep&nbsp;- waren juist niet in overeenstemming met de door de wetgever genoemde bedoelingen.&nbsp;</p> <h2>​Betalen aan de poort</h2> <p>Ook op andere onderdelen zijn de doelstellingen niet gehaald. De onderzoekers constateren dat met name door de introductie van 'betalen aan de poort' (de rechtszaak start pas als het verschuldigde&nbsp;griffierecht&nbsp;is betaald) de doelstelling van vereenvoudiging en vermindering van de werklast voor de administratie van de gerechten geen werkelijkheid is geworden. De overheidsinkomsten uit griffierechten bleven in de periode 2009-2012 ook niet op peil met de uitgaven aan Rechtspraak, maar stegen veel sterker: 28 procent tegen een stijging van de uitgaven met slechts 5 procent.&nbsp;<br />De onderzoekers concluderen dan ook: 'De kloof tussen de beleidsmatige uitgangspunten (..) en de werkelijkheid (..) is op een aantal punten groot'.</p> 1 2017-07-25 12:30 +02:00 2017-07-25 12:30 +02:00 https://cassatieblog.nl/insolventierecht/adviesrecht-ondernemingsraad-geldt-beginsel-ook-faillissement/ http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/adviesrecht-ondernemingsraad-geldt-in-beginsel-ook-in-faillissement/ Ondernemingsrecht Adviesrecht ondernemingsraad geldt in beginsel ook in faillissement De curator moet zorgdragen voor het naleven van de voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden tijdens een faillissement. Het adviesrecht van de ondernemingsraad ziet in faillissement in beginsel niet op de verkoop van goederen of het opzeggen van arbeidsovereenkomsten op de voet van art. 176 en art. 40 Fw, omdat deze handelingen van de curator gericht zijn op een afwikkeling van het faill... Cassatieblog Tue, 25 Jul 2017 12:29:57 +0200 <p>De curator moet zorgdragen voor het naleven van de voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) tijdens een faillissement. Het adviesrecht van de ondernemingsraad ziet in faillissement in beginsel niet op de verkoop van goederen of het opzeggen van arbeidsovereenkomsten op de voet van art. 176 en art. 40 Fw, omdat deze handelingen van de curator gericht zijn op een (voortvarende) afwikkeling van het faillissement.</p> <p>Dit is anders wanneer de verkoop van activa plaatsvindt in het kader van een voortzetting of doorstart van (een deel van) de onderneming waarbij vooruitzicht bestaat van behoud van arbeidsplaatsen. De vormvoorschriften van de WOR zijn niet onverkort van toepassing voor zover ze niet verenigbaar zijn met het faillissement.</p> <h4>Achtergrond</h4> <p>Deze zaak gaat om het faillissement van DA Retailgroep B.V. en Retail SSC B.V., die een groothandel in drogisterijproducten hielden en diensten verleenden aan drogisten. In december 2015 zijn de vennootschappen failliet verklaard. De curator heeft de arbeidsovereenkomsten van de medewerkers opgezegd en de activa verkocht aan NDS. NDS had hierop niet het hoogste bod gedaan maar was wel bereid om de meeste werknemers over te nemen. De curator heeft de Ondernemingsraad (de OR) op verzoek ge&iuml;nformeerd over dit besluit. De OR heeft de curator verzocht te verklaren dat hij de kosten van de OR voor juridische bijstand als boedelschuld zou beschouwen. Dit verzoek wees de curator af.</p> <p>De OR heeft op de voet van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukIVA_Artikel26" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 26 WOR</a>&nbsp;beroep in gesteld bij de Ondernemingskamer tegen het besluit tot overdracht van activa. De OR stelde onder meer dat over dit besluit ten onrechte geen advies is gevraagd. De Ondernemingskamer heeft dit beroep afgewezen. De Ondernemingskamer overwoog onder meer dat het adviesrecht in beginsel onverenigbaar is met de op afwikkeling van de boedel gerichte rol van de curator. Daarbij acht de Ondernemingskamer ook van belang dat de curator de onderneming gedurende het faillissement niet heeft voortgezet. De curator was niet gehouden advies te vragen aan de OR en evenmin verplicht de kosten van deze procedure voor rekening van de boedel te laten komen.</p> <h4>Adviesrecht Ondernemingsraad in faillissement</h4> <p>De OR komt hiertegen op in cassatie. Onderdeel 1 klaagt over het oordeel dat het adviesrecht van de OR in beginsel niet geldt in faillissement. Onderdeel 2 klaagt over het oordeel dat voor de toepasselijkheid van het adviesrecht vereist is dat de curator de onderneming voortzet.</p> <p>De&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukI" rel="noopener noreferrer" target="_blank">WOR</a>&nbsp;bevat verplichtingen voor de ondernemer. De ondernemer (een natuurlijke of rechtspersoon) die een onderneming in stand houdt, waarin in de regel minstens 50 personen werkzaam zijn, is verplicht een ondernemingsraad in te stellen en de voorschriften van de WOR na te leven (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukII_Artikel2" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 2 WOR</a>). Wanneer de vennootschap failliet wordt verklaard, was tot dit arrest niet duidelijk of de curator moet worden beschouwd als de ondernemer in de zin van de WOR, of als de bestuurder in de zin van de WOR (zie&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukI_Artikel1" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 1 lid 1 sub e</a>). De Hoge Raad overweegt (rov. 3.3.3) dat de WOR zich niet in algemene zin niet verdraagt met de toepasselijkheid van de Faillissementswet: de WOR blijft in faillissement dus van toepassing. Ook overweegt de Hoge Raad dat de curator tijdens het faillissement de bevoegdheden van de&nbsp;ondernemer&nbsp;uitoefent voor zover de Faillissementswet dat meebrengt; dat sluit niet uit dat hij tevens aangemerkt kan worden als&nbsp;bestuurder&nbsp;in de zin van de wet. In elk geval moet de curator in deze hoedanigheden zorgdragen voor het naleven van de voorschriften van de WOR tijdens het faillissement.</p> <p>Daarbij gelden wel twee beperkingen. Het adviesrecht van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukIVA_Artikel25" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 25 WOR</a>&nbsp;ziet in beginsel niet op de verkoop van goederen op de voet van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-04-01#TiteldeelI_AfdelingZevende_Artikel176" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 176 Fw&nbsp;</a>of het ontslag van werknemers op de voet van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-04-01#TiteldeelI_AfdelingTweede_Artikel40" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 40 Fw</a>&nbsp;&ndash; ook niet wanneer dat tot gevolg heeft dat de onderneming wordt be&euml;indigd (be&euml;indiging van de onderneming is normaliter een adviesplichtig besluit op grond van art. 25 lid 1 sub c van de WOR). Dit zijn namelijk handelingen van de curator die zijn gericht op de liquidatie van het (ondernemings)vermogen, waartoe de Faillissementswet hem bevoegd maakt. De door het adviesrecht beschermde belangen moeten in dat geval wijken voor de belangen van de schuldeisers bij een voortvarende en voordelige afwikkeling van het faillissement. Dit is anders wanneer de verkoop van activa plaatsvindt in het kader van een voortzetting of doorstart van (delen van) de onderneming door dezelfde of een andere entiteit, waarbij het vooruitzicht bestaat van het behoud van arbeidsplaatsen. Dan is een daarop gericht besluit wel adviesplichtig, bijvoorbeeld op grond van art. 25 lid 1 sub a of sub c, aldus de Hoge Raad in rov. 3.3.4.</p> <p>De tweede beperking is dat de voorschriften van de WOR niet altijd verenigbaar zijn met faillissement, zodat ze niet onverkort kunnen worden toegepast. De curator mag bijvoorbeeld afwijken van de formele vereisten bij uitoefening van het adviesrecht van art. 25 lid 2-6 WOR, zo overweegt de Hoge Raad in rov. 3.3.5. De ondernemingsraad en de curator moeten zich bij de verwezenlijking van de WOR zodanig jegens elkaar te gedragen als door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.</p> <p>De klachten van onderdeel 1 en 2 slagen dus. De oordelen van de Ondernemingskamer dat het adviesrecht van de ondernemingsraad in beginsel in faillissement niet geldt, en het oordeel dat voor toepasselijkheid in elk geval is vereist dat de curator de onderneming voortzet, zijn onjuist.</p> <h4>Proceskosten Ondernemingsraad</h4> <p>De OR had daarnaast in onderdeel 3 geklaagd over het oordeel van de Ondernemingskamer dat de curator niet verplicht was de kosten van deze procedure voor rekening van de boedel te laten komen, en over het afwijzen van de proceskostenveroordeling. De Ondernemingskamer motiveerde dit oordeel met het ontbreken van een adviesplicht. Door het slagen van de andere cassatieklachten over deze adviesplicht, kan ook dit oordeel niet in stand blijven.</p> <p>Ook A-G Hartlief&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:175" rel="noopener noreferrer" target="_blank">concludeerde</a>&nbsp;dat de drie onderdelen van het cassatiemiddel doel troffen, maar meende dat de Hoge Raad de zaak zelf direct af zou kunnen doen door te verklaren dat de vennootschappen gehouden zijn de redelijke kosten van de OR te voldoen en hen te veroordelen tot de kosten van het geding in cassatie. De Hoge Raad vernietigt en verwijst het geding echter terug naar de Ondernemingskamer. De omvang van de op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukIII_Artikel22" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 22 WOR</a>&nbsp;te vergoeden kosten kan in een afzonderlijke procedure&nbsp; aan de orde komen (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2016-10-01#HoofdstukVI_Artikel36" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 36 lid 2 WOR</a>) en daarnaast kan de Ondernemingskamer een proceskostenveroordeling uitspreken als de vennootschappen ten opzichte van de OR kunnen worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partijen. Daarbij staat het de Ondernemingskamer vrij om het liquidatietarief niet toe te passen.</p> 1 2017-07-25 12:29 +02:00 2017-07-25 12:29 +02:00 http://www.telegraaf.nl/dft/geld/werk-inkomen/28577182/___Kind-budget_geen_inkomen___.html http://www.actuele-artikelen.nl/personen--en-familierecht/raad-kindgebonden-budget-geen-inkomen/ Personen- en familierecht Raad: Kindgebonden budget geen inkomen Het bedrag aan partneralimentatie mag niet worden verlaagd omdat een ouder al kindgebonden budget ontvangt. Het budget mag de onderhoudsbijdrage voor de ex-partner niet beïnvloeden. de Telegraaf Tue, 25 Jul 2017 11:50:22 +0200 <p>Het bedrag aan partneralimentatie mag niet worden verlaagd omdat een ouder al kindgebonden budget ontvangt. Het budget mag de onderhoudsbijdrage voor de ex-partner niet be&iuml;nvloeden.</p> <p>Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald in prejudici&euml;le procedure, daarbij legt een lagere rechter een vraag voor aan de raad in een lopende procedure.</p> <p>Het gerechtshof in Den Haag wilde van de raad weten of bij partneralimentatie rekening moet worden gehouden met het kindgebonden budget dat de ouder, die recht heeft op partneralimentatie, al ontvangt. Als het kindgebonden budget als inkomen aangemerkt wordt, zou de partneralimentatie lager kunnen uitvallen.</p> <p>De raad redeneert dat het kindgebonden budget moet worden besteed aan de kinderen. Het is niet bestemd om te voorzien in het levensonderhoud van de verzorgende ouder. De behoefte aan partneralimentatie van deze ouder verandert dus niet door het kindgebonden budget, daarmee is het korten op partneralimentatie niet van toepassing.</p> 0 2017-07-25 11:50 +02:00 2017-07-25 11:50 +02:00 https://cassatieblog.nl/arbeidsrecht/hoogte-van-de-billijke-vergoeding-eindelijk-richtlijnen/ http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/hoogte-van-de-billijke-vergoeding-eindelijk-richtlijnen/ Arbeidsrecht Hoogte van de billijke vergoeding: eindelijk richtlijnen? Al sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid houdt de billijke vergoeding de gemoederen bezig. De afgelopen twee jaar is nader uitgekristalliseerd welke situaties aanleiding geven voor toekenning van een billijke vergoeding en is ook de aanvankelijke onduidelijkheid tussen de billijke vergoedingen die op diverse plaatsen in de wet zijn verankerd opgehelderd. Cassatieblog Tue, 25 Jul 2017 11:48:46 +0200 <p>Al sinds de invoering van de&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035254&amp;z=2016-01-01&amp;g=2016-01-01" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Wet werk en zekerheid</a>&nbsp;houdt de billijke vergoeding de gemoederen bezig. De afgelopen twee jaar is nader uitgekristalliseerd welke situaties aanleiding geven voor toekenning van een billijke vergoeding en is ook de aanvankelijke onduidelijkheid tussen de billijke vergoedingen die op diverse plaatsen in de wet zijn verankerd opgehelderd.</p> <p>In alle situaties blijft echter de hamvraag: hoe hoog dient de billijke vergoeding te zijn? De jurisprudentie schiet nog alle kanten op. Zowel wat betreft de hoogte van de vergoedingen als wat betreft de motivering. Op 30 juni 2017&nbsp;heeft de Hoge Raad zich nader over de billijke vergoeding uitgelaten. Krijgt de praktijk eindelijk handvatten voor de vaststelling van de billijke vergoeding?</p> <h4>Kader billijke vergoeding</h4> <p>Een werknemer heeft alleen in uitzonderlijke gevallen recht op een billijke vergoeding, veelal naast de transitievergoeding. De lat ligt hoog, waardoor ook wel wordt gesproken van het &lsquo;muizengaatje&rsquo;. Voor het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding bestaan geen wettelijke criteria. Er is geen rekenformule en er is ook geen minimum of maximum bepaald. Het is aan de rechter om de hoogte van de vergoeding te bepalen, rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden van het geval.</p> <h4>Verschillende situaties</h4> <p>Kort gezegd zijn er 3 situaties te onderscheiden wanneer aanspraak kan bestaan op een billijke vergoeding:</p> <ul> <li>bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst</li> <li>nadat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is ge&euml;indigd</li> <li>na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, waarbij de werknemer om een billijke vergoeding verzoekt in plaats van vernietiging van de opzegging of als de werknemer niet om herstel verzoekt van de door opzegging ge&euml;indigde arbeidsovereenkomst</li> </ul> <p>Voor alle situaties geldt dat er sprake dient te zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Dat daarvan sprake is wordt al op voorhand aangenomen bij de vernietigbare opzegging van de arbeidsovereenkomst, omdat de werkgever in dat geval heeft gehandeld in strijd met voor hem geldende voorschriften. Denk bijvoorbeeld aan een onterecht gegeven ontslag op staande voet of een opzegging zonder instemming van de werknemer. De&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1187" rel="noopener noreferrer" target="_blank">uitspraak</a>&nbsp;van de Hoge Raad van 30 juni 2017 heeft betrekking op deze laatste situatie.</p> <h4>Wat was er aan de hand?</h4> <p>Een kapster werd na 25 jaar ontslagen na een discussie over het opnemen van haar vakantie. Kort daarvoor hadden de nieuwe eigenaren van de kapsalon de werkneemster al een vaststellingsovereenkomst aangeboden en hadden ze (vruchteloos) geprobeerd een ontslagvergunning bij het UWV te verkrijgen. De kapster had een dienstverband voor 4,5 uur per week en een inkomen van &euro; 224,51&nbsp;bruto per maand. Zij vroeg de rechter niet om de opzegging te vernietigen, maar om haar naast de transitievergoeding van &euro; 1.596 een billijke vergoeding toe te kennen van &euro; 57.699,07 bruto; het salaris dat zij tot haar pensioen zou hebben verdiend.</p> <h4>Kantonrechter en Hof</h4> <p>De kantonrechter heeft de kapsalon veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van &euro; 4.000 bruto. Het hof heeft die uitspraak bekrachtigd. Opvallend is dat zowel de kantonrechter als het hof bij de bepaling van de billijke vergoeding hebben overwogen dat de vergoeding een &lsquo;punitief en afschrikwekkend karakter&rsquo; dient te hebben en zodanig substantieel dient te zijn dat een vergelijkbaar handelen in de toekomst wordt voorkomen. Dit uitgangspunt was een novum en komt gaandeweg in meer uitspraken voor (bijvoorbeeld:&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:3731" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Kantonrechter Roermond 21 april 2017</a>,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:3102" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Kantonrechter Rotterdam 14 april 2017</a>&nbsp;en&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:7113" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Kantonrechter Arnhem, 14 december 2016</a>).</p> <h4><strong>Handvatten van de Hoge Raad</strong></h4> <p>De werkneemster is het niet eens met de hoogte van de vergoeding en de Hoge Raad geeft haar gelijk. In de uitspraak staan de volgende handvatten:</p> <h4>Geen punitief karakter</h4> <p>Volgens de Hoge Raad komt de werkneemster terecht op tegen het oordeel dat de billijke vergoeding een punitief en afschrikwekkend karakter voor de werkgever moet hebben. Uit de tekst van en de parlementaire toelichting op de Wwz blijkt niet dat de wetgever aan de billijke vergoeding een specifiek punitief karakter heeft willen toekennen. Daarom behoort bij het vaststellen van de billijke vergoeding naar het oordeel van de Hoge Raad daarmee geen rekening te worden gehouden. Een punitief karakter is volgens de Hoge Raad ook niet nodig. Doordat bij het vaststellen van de billijke vergoeding rekening kan worden gehouden met de gevolgen van het ontslag, kan worden tegengegaan dat werkgevers voor een vernietigbare opzegging kiezen omdat dit voor hen voordeliger is dan het op de juiste wijze be&euml;indigen van de arbeidsovereenkomst of het in stand houden daarvan.</p> <h4>Meewegen gevolgen van het ontslag</h4> <p>Op het veelbesproken vraagstuk in hoeverre de gevolgen van het ontslag voor de werknemer mogen meewegen bij het vaststellen van de billijke vergoeding is de Hoge Raad duidelijk: hoewel het gevolgencriterium wordt geacht te zijn verdisconteerd in de transitievergoeding, verzet het stelsel van de Wwz zich er niet tegen dat bij&nbsp;de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding rekening wordt gehouden met de gevolgen van het ontslag. Meer specifiek wordt geoordeeld dat het Hof in dit geval de duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten, waarbij het Hof niet voorbij had mogen gaan aan de stelling van de werkneemster dat zij haar dienstbetrekking tot haar pensioen had kunnen voortzetten als zij niet zou zijn ontslagen.</p> <h4>Algemene handvatten</h4> <p>De meer algemene handvatten die uit de uitspraak gedestilleerd kunnen worden voor wat betreft het begroten van de billijke vergoeding zijn als volgt:</p> <ul> <li>er kan rekening worden gehouden met de duur van het dienstverband</li> <li>de mate waarin de werkgever van de grond voor de vernietigbaarheid van de opzegging een verwijt valt te maken speelt een rol</li> <li>bij het vaststellen van de billijke vergoeding kan rekening worden gehouden met het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd</li> <li>voor zover het om in de toekomst te derven loon gaat, is van belang in hoeverre de redenen die de werknemer heeft om af te zien van vernietiging van de opzegging aan de werkgever zijn toe te rekenen</li> <li>bezien zal moeten worden of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook op rechtmatige wijze zou hebben kunnen be&euml;indigen, en op welke termijn dit dan vermoedelijk zou zijn gebeurd. Dit is in de jurisprudentie al terug te zien bij de&nbsp;begroting van de billijke vergoeding bij bijvoorbeeld ontslag op staande voet zaken waarbij de onverwijldheid ontbreekt maar er wel een voldragen ontslaggrond bestaat. Waar relevant, kan ook acht worden geslagen op de mogelijkheid de loonvordering te matigen op grond van artikel 7:680a BW</li> <li>er kan rekening worden gehouden met het gegeven dat de werknemer ander werk heeft gevonden en de inkomsten die hij daaruit geniet, alsmede met (andere) inkomsten die hij in redelijkheid in de toekomst kan verwerven</li> <li>bij de vergelijking tussen de situatie zonder de vernietigbare opzegging en de situatie waarin de werknemer zich op dat moment bevindt, dient ook de eventueel aan de werknemer toekomende transitievergoeding te worden betrokken.</li> </ul> <h4>Bevestiging keuzemogelijkheid werknemer</h4> <p>De Hoge Raad bevestigt dat een werknemer in geval van een vernietigbare opzegging van de arbeidsovereenkomst de vrijheid heeft om ervoor te kiezen de opzegging niet te vernietigen en in plaats daarvan een billijke vergoeding te verzoeken. Zoals het Hof al overwoog kent artikel&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=10&amp;afdeling=9&amp;artikel=681&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01" rel="noopener noreferrer" target="_blank">7:681 BW</a>&nbsp;geen rangorde. Het kan een werknemer dus niet worden tegengeworpen indien niet primair om vernietiging van de opzegging wordt verzocht.</p> <h4>Wat betekent dit voor de praktijk?</h4> <p>Het is na deze uitspraak duidelijk dat de billijke vergoeding geen punitief karakter heeft. Arbitraire discussies wat punitief is kunnen dus voortaan achter wege blijven. Ook is duidelijk dat bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Dat geeft houvast, maar het is nog steeds een open norm die invulling vergt.</p> 0 2017-07-25 11:48 +02:00 2017-07-25 11:48 +02:00 http://www.nu.nl/internet/4833665/eerste-kamer-stemt-in-met-verruiming-aftapmogelijkheden.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/eerste-kamer-stemt-in-met-verruiming-aftapmogelijkheden/ Overige artikelen Eerste Kamer stemt in met verruiming aftapmogelijkheden De Eerste Kamer heeft dinsdagnacht ingestemd met de aftapwet, die inlichtingendiensten toestaat om meer soorten gegevens grootschalig te onderscheppen. De wet gaat per 1 januari 2018 in werking. NU.nl Tue, 25 Jul 2017 11:46:54 +0200 <p>De Eerste Kamer heeft dinsdagnacht ingestemd met de aftapwet, die inlichtingendiensten toestaat om meer soorten gegevens grootschalig te onderscheppen. De wet gaat per 1 januari 2018 in werking.</p> <p>Met de instemming van de Eerste Kamer is de laatste horde genomen en komt de omstreden wet er definitief.&nbsp;VVD, PVV, CDA, SGP, PvdA, 50PLUS en OSF stemden voor.&nbsp;</p> <p>De zogenoemde nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) vervangt een versie van de wet die in 2002 voor het laatst is aangepast. De nieuwe wet geeft de inlichtingendiensten AIVD en MIVD meer bevoegdheden om internetverkeer grootschalig af te luisteren.</p> <p>De diensten kunnen bijvoorbeeld tijdelijk het verkeer van een hele wijk aftappen, of al het verkeer tussen Nederland en Syri&euml;. Voorheen was het voor de diensten alleen toegestaan om 'niet-kabelgebonden' internetverkeer ongericht af te tappen, maar steeds meer internetverkeer gaat tegenwoordig juist wel via kabels. Daarom was volgens het kabinet een vernieuwing nodig.</p> <p>Voordat internetverkeer ongericht mag worden afgeluisterd, is toestemming van de minister van Binnenlandse Zaken of Defensie nodig. Ook wordt een nieuwe toetsingscommissie in het leven geroepen die inzet van het 'sleepnet' moet goedkeuren. Ook de bestaande toezichthouder CTIVD blijft achteraf kijken of de diensten zich aan de regels houden.</p> 0 2017-07-25 11:46 +02:00 2017-07-25 11:46 +02:00 https://cassatieblog.nl/insolventierecht/verlenging-van-de-schuldsaneringsregeling-bij-het-einde-van-de-looptijd/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/verlenging-van-de-schuldsaneringsregeling-bij-het-einde-van-de-looptijd/ Overige artikelen Verlenging van de schuldsaneringsregeling bij het einde van de looptijd Verlenging van de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd daarvan is niet mogelijk op andere dan de wettelijke gronden, zodat het belang van de schuldeisers daarvoor geen zelfstandige grond kan zijn. Cassatieblog Tue, 25 Jul 2017 11:45:33 +0200 <p>Verlenging van de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd daarvan is niet mogelijk op andere dan de wettelijke gronden, zodat het belang van de schuldeisers daarvoor geen zelfstandige grond kan zijn.</p> <h4>Achtergrond</h4> <p>In deze zaak gaat het om de vraag onder welke omstandigheden de rechter de termijn van de schuldsaneringsregeling kan verlengen. Verzoekster is door de rechtbank toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Op het moment van toelating was verzoekster net begonnen met een HBO-opleiding. Hoewel een schuldenaar in principe verplicht is om fulltime te werken, althans serieus werk te zoeken en dit in het algemeen niet samen gaat met het volgen van een opleiding, is verzoekster toch toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft daarbij wel bepaald dat verzoekster zich dient te houden aan de afspraken die in overleg met de bewindvoerder en na instemming van de rechter-commissaris worden gemaakt ten aanzien van (een eventuele verlenging van) de looptijd van de verplichting te werken naast de opleiding. De rechter-commissaris heeft de inspanningsverplichting op twintig uur per week gesteld.</p> <p>Toen het einde van de schuldsaneringsregeling naderde, heeft de bewindvoerder verklaard dat verzoekster aan haar verplichtingen heeft voldaan. De bewindvoerder adviseerde daarbij wel een verlenging van de schuldsaneringsregeling met twee jaar, omdat verzoekster in verband met de opleiding gedurende de schuldsaneringsregeling niet volledig voor arbeid beschikbaar was geweest. De rechter-commissaris adviseerde om verzoekster de schone lei te verlenen. De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling vervolgens met twee jaar verlengd. Het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof overwoog daarbij dat de rechter op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel349a" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 349a Fw</a>&nbsp;een ruime beoordelingsmarge heeft bij het verlengen van de looptijd van de schuldsaneringsregeling. Naar het oordeel van het hof heeft verzoekster niet volledig aan haar inspanningsverplichting voldaan, omdat zij gedurende de reguliere termijn van de schuldsanering niet volledig beschikbaar is geweest voor de schuldeisers aangezien zij een voltijd Hbo-opleiding volgde. Het niet voldoen aan deze verplichting is volgens het hof een reden om de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen.</p> <h4>Cassatie</h4> <p>Verzoekster komt van dit oordeel in cassatie en klaagt (onder meer) dat het hof heeft miskend dat, wanneer een schuldenaar door de rechter-commissaris gedeeltelijk is vrijgesteld van een inspanningsverplichting, het feit dat de schuldenaar de verplichting waarvoor de vrijstelling is gegeven niet nakomt niet kan worden aangemerkt als een toerekenbare tekortkoming. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond. In de&nbsp;<a href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Recofa-richtlijnen-voor-schuldsaneringsregelingen.pdf" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Recofa-richtlijnen (art. 3.5 onder b en d)&nbsp;</a>is in dit verband bepaald dat een schuldenaar zonder betaald werk een sollicitatieplicht heeft met het oog op het verkrijgen van fulltime werk, tenzij de rechter-commissaris hiervoor een ontheffing verleend. De inspanningsverplichting is in de onderhavige zaak door de rechter-commissaris vastgesteld op twintig uur. Het staat vast dat verzoekster aan die verplichting heeft voldaan. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof dan ook ten onrechte geoordeeld dat verzoekster niet volledig aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan.</p> <p>Daarnaast klaagde verzoekster tegen het oordeel van het hof dat de schuldsaneringsregeling met twee jaar kon worden verlengd. Ook deze klacht acht de Hoge Raad gegrond. Daartoe zet de Hoge Raad allereerst de mogelijkheden tot verlenging van de termijn uiteen. De reguliere termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt drie jaar (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel349a" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 349a lid 1 Fw</a>). In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste vijf jaar stellen (art 349a lid 1, tweede zin, Fw). Dit is mogelijk bij de beoordeling of tussentijds be&euml;indigen is aangewezen (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel350" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 350 Fw</a>) of bij het einde van de looptijd (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel352" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 352 Fw</a>). Ook de rechter-commissaris kan (bij schriftelijke beschikking) de termijn wijzigen (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel349a" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 349a lid 2 Fw</a>). In de onderhavige zaak gaat het om de vraag in welke gevallen de rechter bij het einde van de looptijd de termijn kan verlengen. Bij de beantwoording van die vraag is naar het oordeel van de Hoge Raad de gang van zaken bij de nadering van het einde van de vastgestelde looptijd van belang. Op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel354" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 354 lid 1 Fw</a>&nbsp; doet de rechter uiterlijk op de achtste dag na de terechtzitting waarop de be&euml;indiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel352" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 352 Fw</a>), uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van de verplichtingen is tekortgeschoten. Indien er sprake is van een tekortkoming wordt beoordeeld of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend (art. 354 lid 1 Fw). Art. 354 lid 2 Fw bepaalt dat het onder omstandigheden mogelijk is dat de toerekenbare tekortkoming buiten beschouwing blijft. Als er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming wordt een &lsquo;schone lei&rsquo; verleend (<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-07-01#TiteldeelIII_AfdelingAchtste_Artikel356" rel="noopener noreferrer" target="_blank">art. 356 lid 2 Fw</a>).</p> <p>Onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2014:2935 (besproken in&nbsp;<a href="https://cassatieblog.nl/insolventierecht/verlenging-schuldsanering-mogelijk-na-verstrijken-wettelijke-schuldsaneringstermijn/" rel="noopener noreferrer" target="_blank">CB 2014-158</a>) overweegt de Hoge Raad vervolgens dat indien de schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten en deze tekortkoming niet buiten beschouwing wordt gelaten, de rechter kan besluiten tot verlenging van de schuldsaneringsregeling. Naar het oordeel van de Hoge Raad is verlenging van de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd niet mogelijk op andere dan de wettelijke gronden zoals hiervoor beschreven. Dit betekent dat het belang van de schuldeisers daarvoor geen zelfstandige grond voor een verlenging zijn. Nu vaststaat dat verzoekster in dit geval aan haar inspanningsverplichting (van twintig uur) had voldaan en er dus geen sprake was van een toerekenbare tekortkoming, is er naar het oordeel van de Hoge Raad geen grond voor verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling. De schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoekster dient te worden be&euml;indigd onder toekenning van de schone lei. Mede met oog op de vaststelling van het salaris van de bewindvoerder verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar de rechtbank.</p> 0 2017-07-25 11:45 +02:00 2017-07-25 11:45 +02:00 http://www.mr-online.nl/advocaten-geen-afm-vergunning-nodig/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/advocaat-heeft-nog-geen-afm-vergunning-nodig/ Overige artikelen Advocaat heeft (nog) geen AFM-vergunning nodig Advocaten hoeven voorlopig geen AFM-vergunning te hebben. Dat is de uitkomst van overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten en de Autoriteit Financiële Markten . Mr. Omline Wed, 14 Jun 2017 11:21:45 +0200 <p>Advocaten hoeven voorlopig geen AFM-vergunning te hebben. Dat is de uitkomst van overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en de Autoriteit Financi&euml;le Markten (AFM).</p> <p>De AFM vindt dat advocaten, net als anderen die incasso-activiteiten uitvoeren, vergunningsplichtig zijn. Maar na een gesprek met de NOvA heeft de financi&euml;le toezichthouder besloten om voorlopig niet te handhaven, zei algemeen deken Bart van Tongeren van de NOvA woensdag 19 april tijdens een vergadering van het College van Afgevaardigden.</p> <p>Uitstel betekent echter niet per se afstel, blijkt uit een verklaring van de AFM. &ldquo;Iedereen die adviseert en bemiddelt over krediet, moet volgens de&nbsp;<a href="https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/2016/nov/verantwoordelijkheid-kredietaanbieders-incassoproblemen">Leidraad Consumenten en Incassotrajecten&nbsp;v</a>oldoen aan de voorwaarden,&rdquo; legt woordvoerster Nicole Reijnen van de toezichthouder uit. De AFM beoordeelt de werkwijze van de kredietaanbieder, kijkt of deze aan de diploma-eisen voldoet en beslist dan of er een vergunning kan worden verleend.</p> <p>&ldquo;In het overleg met de AFM heeft de NOvA gezegd te gaan uitzoeken of er&nbsp;advocaten zijn die aan bemiddeling en advies over krediet doen,&rdquo; zegt Reijnen. De AFM wacht nu waar de NOvA mee komt.</p> 1 2017-06-14 11:21 +02:00 2017-06-14 11:21 +02:00 http://cassatieblog.nl/huwelijksvermogensrecht/vaststelling-draagkracht-directeur-grootaandeelhouder/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/vaststelling-draagkracht-directeur-grootaandeelhouder/ Overige artikelen Vaststelling draagkracht directeur-grootaandeelhouder Ingeval een directeur-grootaandeelhouder alimentatieplichtig is, gaat het bij de in aanmerking te nemen inkomsten niet alleen om zijn uit de onderneming genoten salaris, maar kan ook de in de vennootschap behaalde winst een rol spelen bij de draagkrachtberekening. Cassatieblog Wed, 14 Jun 2017 11:20:35 +0200 <p>Ingeval een directeur-grootaandeelhouder alimentatieplichtig is, gaat het bij de in aanmerking te nemen inkomsten niet alleen om zijn uit de onderneming genoten salaris, maar kan ook de in de vennootschap behaalde winst een rol spelen bij de draagkrachtberekening.</p> <h4><strong>Achtergrond</strong></h4> <p>In deze alimentatiezaak gaat het om de vraag of bij de bepaling van de draagkracht van een directeur-grootaandeelhouder voor het vaststellen van kinderalimentatie naast zijn salaris uit de vennootschap ook rekening kan worden gehouden met de winstreserves in die vennootschap. Verzoekster in deze zaak (de vrouw) heeft verzocht om vaststelling van kinderalimentatie ten laste van verweerder (de man). De vrouw stelt zich op het standpunt dat bij het bepalen van het inkomen van de man niet alleen zijn salaris in aanmerking moet worden genomen, maar ook de als dividend door de vennootschap aan de man uit te keren winst. De vrouw heeft daartoe aangevoerd dat de onderneming goede resultaten behaalt en dat er geen noodzaak is om de winst op te potten. De man heeft aangegeven dat er bij het bepalen van zijn inkomen geen rekening dient te worden gehouden met de winstreserves, omdat hij de winst niet wil uitkeren in verband met de continu&iuml;teit van de onderneming.</p> <p>Zowel de rechtbank als het hof hebben bij het bepalen van de draagkracht van de man de winstreserves niet bij het inkomen geteld. Naar het oordeel van het hof is er geen aanleiding om de in de vennootschap gemaakte winst als inkomen aan te merken. Dat winstreserves aanwezig zijn betekent volgens het hof nog niet dat ruimte is voor dividenduitkeringen. Dit is in beginsel ter beoordeling van de bestuurder van de vennootschap, die daarbij rekening dient te houden met zijn wettelijke verplichtingen uit hoofde van boek 2 BW en de belangen van de vennootschap, aldus het hof.</p> <h4><strong>Cassatie</strong></h4> <p>De vrouw komt van dit oordeel in cassatie en klaagt (onder meer) dat het hof heeft miskend dat het aan de man is om te onderbouwen waarom van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij naast zijn salaris meer inkomsten uit zijn onderneming genereert. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond en overweegt daartoe het volgende:</p> <p>&lsquo;Bij de beoordeling van deze onderdelen wordt vooropgesteld dat bij het vaststellen van de draagkracht van de alimentatieplichtige niet alleen acht dient te worden geslagen op de inkomsten die de alimentatieplichtige zich feitelijk verwerft, maar ook op de inkomsten die hij zich in redelijkheid kan verwerven. Ingeval een directeur-grootaandeelhouder alimentatieplichtig is, gaat het bij de in aanmerking te nemen inkomsten niet alleen om zijn uit de onderneming genoten salaris, maar kan ook de in de vennootschap behaalde winst een rol spelen bij de draagkrachtberekening (HR 6 juni 2014,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:1335" rel="noopener noreferrer" target="_blank">ECLI:NL:HR:2014:1335</a>&nbsp;, NJ 2014/297).&rsquo; (Het arrest van 6 juni 2014 is besproken in&nbsp;<a href="http://cassatieblog.nl/huwelijksvermogensrecht/ook-vennootschapswinst-kan-rol-spelen-bij-draagkrachtberekening-alimentatieplichtige-directeur-grootaandeelhouder/" rel="noopener noreferrer" target="_blank">CB 2014-109</a>)</p> <p>Door geen aandacht te besteden aan de essenti&euml;le stellingen van de vrouw heeft het hof zijn oordeel volgens de Hoge Raad ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt dan ook de beschikking van het hof en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing.</p> 1 2017-06-14 11:20 +02:00 2017-06-14 11:20 +02:00 http://www.mr-online.nl/meer-vertrouwen-rechters/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/meer-vertrouwen-in-rechters/ Overige artikelen Meer vertrouwen in rechters Nederlanders hebben meer vertrouwen gekregen in rechters. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek . In geen enkel ander instituut hebben burgers zoveel vertrouwen als in de rechtspraak: in 2012 was dat 68,8 procent en in 2016 scoorden de rechters 71,5 procent. Mr. Omline Mon, 12 Jun 2017 14:53:40 +0200 <p>Nederlanders hebben meer vertrouwen gekregen in rechters. Dat blijkt uit&nbsp;onderzoek&nbsp;van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In geen enkel ander instituut hebben burgers zoveel vertrouwen als in de rechtspraak: in 2012 was dat 68,8 procent en in 2016 scoorden de rechters 71,5 procent.</p> <p>De rechters worden gevolgd door de politie (70,3 procent in 2016) en het leger (64,9 procent in 2016). Het laagst scoren in 2016 de kerken (30,4 procent), de pers (31,2 procent) en de Europese Unie (36 procent).</p> <p>Hoger opgeleiden hebben doorgaans meer vertrouwen in instituties dan lager opgeleiden.</p> 0 2017-06-12 14:53 +02:00 2017-06-12 14:53 +02:00 http://www.mr-online.nl/digitaal-procederen-werkt-hoge-raad/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/digitaal-procederen-werkt-bij-de-hoge-raad/ Overige artikelen Digitaal procederen werkt bij de Hoge Raad De overgang van papier naar digitaal procederen is bij de Hoge Raad goed verlopen. Dat schrijft minister Blok in de voortgangsrapportage KEI aan de Tweede Kamer. Mr. Omline Mon, 12 Jun 2017 14:52:45 +0200 <p>De overgang van papier naar digitaal procederen is bij de Hoge Raad goed verlopen. Dat schrijft minister Blok (Veiligheid en Justitie) in de&nbsp;voortgangsrapportage&nbsp;KEI aan de Tweede Kamer.</p> <p>Sinds 1 maart 2017 is&nbsp;digitaal procederen verplicht&nbsp;voor vorderingszaken in cassatie bij de Hoge Raad. &ldquo;Ter voorbereiding op de inwerkingtreding heeft de Hoge Raad verschillende voorlichtings- en oefenbijeenkomsten voor civiele cassatieadvocaten georganiseerd,&rdquo; schrijft Blok. &ldquo;Deze zijn druk bezocht. Mede hierdoor hebben zich nauwelijks bijzonderheden voorgedaan bij de overgang. Het aantal vragen om ondersteuning is zeer beperkt gebleven.&rdquo;</p> <h2>INSTROOMCIJFERS</h2> <p>Het aantal digitale civiele vorderingszaken schommelt tussen 20 en 25 per maand. Het webportaal van de Hoge Raad is ook opengesteld voor de afhandeling van prejudici&euml;le vragen in fiscale en civiele zaken. De Hoge Raad beziet nog wanneer in de overige civiele zaken en de fiscale zaken digitaal kan worden geprocedeerd.</p> <h2>RAAD VAN STATE</h2> <p>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat op 12 juni van start met digitaal procederen op vrijwillige basis in asiel- en bewaringszaken. Dit sluit aan op het landelijk uitrollen van verplicht digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken in eerste aanleg. Eerst krijgen enkele advocaten de kans om gebruik te maken van het digitale portaal van de Raad van State. Daarna wordt de kring van digitale deelnemers stap voor stap uitgebreid.</p> <h2>DUURDER</h2> <p>Invoering van het verplicht digitaal procederen, kortweg KEI genoemd, wordt duurder dan verwacht, schrijft Blok verder.&nbsp;Door latere inwerkingtreding van de wetgeving lopen de ontwikkelkosten langer door en komen de besparingen later. De financi&euml;le consequenties daarvan zijn nu nog niet bekend.</p> <p>Bij de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland wordt op 1 september digitaal procederen verplicht bij civiele vorderingen boven de 25.000 euro.</p> 0 2017-06-12 14:52 +02:00 2017-06-12 14:52 +02:00 http://www.nu.nl/binnenland/4722525/selectieprocedure-aantal-universiteiten-in-strijd-met-wet.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/selectieprocedure-aantal-universiteiten-in-strijd-met-de-wet/ Overige artikelen Selectieprocedure aantal universiteiten in strijd met de wet Een aantal universiteiten gaat de fout in bij de decentrale selectie van aankomende studenten. Dat stellen het Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijk Studenten Rechtsbureau vrijdag op basis van eigen onderzoek. NU.nl Mon, 12 Jun 2017 14:51:16 +0200 <p>Een aantal universiteiten gaat de fout in bij de decentrale selectie van aankomende studenten. Dat stellen het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en Landelijk Studenten Rechtsbureau (LSR) vrijdag op basis van eigen onderzoek.</p> <p>Onder meer de procedures Universiteit Leiden, de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen zijn in strijd met de wet.</p> <p>In 2014 besloot het kabinet de centrale loting voor studies met een beperkt aantal plaatsen (numerusfixusopleidingen) vanaf het studiejaar 2017/2018 af te schaffen. Dat universiteiten en hogescholen vanaf komend studiejaar niet meer mogen selecteren op basis van een loting, moet de kans vergroten dat de juiste student op de juiste plek terechtkomt.</p> <p>Maar het LSR en het ISO concluderen dat een aantal universiteiten alleen het intellect (de cognitieve vaardigheden) toetst en helemaal geen rekening houdt met iemands motivatie of persoonlijkheid. Zo vraagt de Universiteit van Amsterdam voor de bachelor Geneeskunde aspirant-studenten eerst een kennistoets te maken. Wie dat niet goed doet, mag niet door naar de tweede ronde in de procedure. Volgens de twee organisaties is dat onterecht.</p> <h3>Afgewezen</h3> <p>''Het is verplicht dat aspirant-studenten op basis van verschillende criteria geselecteerd worden. We roepen studenten die onterecht afgewezen zijn op om zich bij ons te melden'', aldus voorzitter Gabri&euml;l van Rosmalen van het LSR.</p> <p>ISO-voorzitter Jan Sinnige noemt het "een kwalijke zaak dat universiteiten op deze manier de decentrale selectie misbruiken. Universiteiten krijgen vrijheid om het selectieproces te organiseren, maar het beleid van minister Jet Bussemaker (Onderwijs) schept duidelijke grenzen en vereisten."</p> <p>De Universiteit van Amsterdam roept aankomende studenten die denken dat de selectieprocedure niet eerlijk is verlopen op om zich te melden. "Die klachten zullen we zorgvuldig bekijken," aldus een woordvoerder. De universiteiten van Leiden en Groningen zijn niet bereikbaar voor commentaar.&nbsp;</p> 0 2017-06-12 14:51 +02:00 2017-06-12 14:51 +02:00 http://cassatieblog.nl/verbintenissenrecht/aanspraak-verkoopmakelaar-op-courtage-na-ontbinding-koopovereenkomst/ http://www.actuele-artikelen.nl/onroerend-goedrecht/aanspraak-verkoopmakelaar-op-courtage-na-ontbinding-koopovereenkomst/ Onroerend goedrecht Aanspraak verkoopmakelaar op courtage na ontbinding koopovereenkomst Het recht van een verkoopmakelaar op courtage komt niet te vervallen op de enkele grond dat zijn cliënt het beroep van de koper op de ontbindende voorwaarde heeft aanvaard. Een verkoopmakelaar dient bij het uitvoeren van zijn opdracht echter wel het belang van zijn opdrachtgever centraal te stellen. Cassatieblog.nl Tue, 23 May 2017 13:21:32 +0200 <p>Het recht van een verkoopmakelaar op courtage komt niet te vervallen op de enkele grond dat zijn cli&euml;nt het beroep van de koper op de ontbindende voorwaarde heeft aanvaard. Een verkoopmakelaar dient bij het uitvoeren van zijn opdracht echter wel het belang van zijn opdrachtgever centraal te stellen.&nbsp;Dit brengt mee dat een makelaar de rechtsgeldigheid van een beroep van de koper op een ontbindende voorwaarde dient te aanvaarden, indien zijn cli&euml;nt zich bij dat beroep neerlegt.</p> <h4><strong>Achtergrond</strong></h4> <p>In deze zaak gaat het over de aanspraak van een verkoopmakelaar op courtage na bemiddeling bij een koopovereenkomst die uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden. De verkoper (verweerster in cassatie) heeft met een verkoopmakelaar (eiser tot cassatie) een bemiddelingsovereenkomst gesloten, waarin is afgesproken dat een courtage berekend zal worden van 1,25% van de koopsom. Vervolgens is met een koper een koopovereenkomst tot stand gekomen onder de ontbindende voorwaarde van financiering. Partijen hebben afgesproken dat de koper slechts een beroep op de ontbindende voorwaarde kan doen indien aan de verkoper of aan de makelaar tenminste twee schriftelijke afwijzingen van banken worden overgelegd.</p> <p>Toen bleek dat de koper de financiering niet rond kon krijgen, heeft de koper per e-mail een beroep op de ontbindende voorwaarde gedaan. Bij die e-mail heeft de koper een afwijzing van een bank en een brief van zijn hypotheekadviseur, waarin staat dat de afwijzing van een andere bank volgt, gevoegd. De verkoper heeft het beroep op de ontbindende voorwaarde aanvaard. De makelaar stelt echter dat de koopovereenkomst niet is ontbonden, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van ontbinding (namelijk het overleggen van twee afwijzingen). De makelaar meent dan ook aanspraak te kunnen maken op courtage en vordert van de verkoper betaling daarvan.</p> <h4><strong>Procesverloop</strong></h4> <p>Zowel de kantonrechter als het hof hebben de vordering afgewezen. Naar het oordeel van het hof is de omstandigheid dat de koper en de verkoper er zelf van uit zijn gegaan dat de koopovereenkomst is ontbonden beslissend. Een derde (in dit geval de makelaar) kan zich er niet op beroepen dat de koopovereenkomst niet zou zijn ontbonden. Het hof overwoog verder dat nu de koper in deze procedure geen partij is, het hof niet in de rechtsverhouding tussen de verkoper en de koper kan treden en zeker niet, in de rechtsverhouding tussen de makelaar en de verkoper, kan uitgaan van een andere juridische vaststelling met betrekking tot het bestaan van de koopovereenkomst.</p> <h4><strong>Cassatie</strong></h4> <p>De makelaar komt van dit oordeel van het hof in cassatie en klaagt (onder meer) dat het hof heeft miskend dat de rechter in een procedure tussen de makelaar en de verkoper een oordeel kan geven over de vraag of in de verhouding tussen verkoper en koper een overeenkomst tot stand is gekomen, zonder dat dit oordeel ook in de verhouding tussen verkoper en de koper bindende kracht heeft. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond:</p> <p>&ldquo;Het recht van [eiser] als verkoopmakelaar op courtage komt niet te vervallen op de enkele grond dat zijn cli&euml;nt, [verweerster] , het beroep van koper op de ontbindende voorwaarde heeft aanvaard. Indien dit beroep van koper op kennelijk ontoereikende gronden is gebaseerd, kan de omstandigheid dat [verweerster] dit beroep heeft aanvaard, geen afbreuk doen aan het recht van [eiser] op de voor zijn diensten overeengekomen courtage. In dit licht getuigt van een onjuiste rechtsopvatting het oordeel van het hof dat het niet kan treden in de rechtsverhouding tussen [verweerster] en koper, en dat het ten aanzien van die rechtsverhouding zeker niet kan uitgaan van een andere, volledig aan de standpunten van partijen bij de rechtsverhouding tegenstrijdige, juridische vaststelling met betrekking tot het bestaan van de koopovereenkomst. Voorts is de omstandigheid dat koper in deze procedure geen partij is, in dit verband niet terzake dienend. Diens rechten of belangen zijn immers niet betrokken bij het antwoord op de vraag of [eiser] tegenover zijn opdrachtgever [verweerster] recht heeft op voldoening van courtage. Ook in zoverre berust het oordeel van het hof dus op een onjuiste rechtsopvatting.&rdquo;</p> <p>Toch kunnen de klachten naar het oordeel van de Hoge Raad niet tot cassatie leiden. Daartoe overweegt de Hoge Raad ten eerste dat uit het vonnis van de kantonrechter blijkt dat de koper, die tot 28 oktober 2011 de gelegenheid had om een beroep te doen op de ontbindende voorwaarde, de tweede afwijzing van een andere bank heeft overgelegd v&oacute;&oacute;r deze datum. Naar het oordeel van de Hoge Raad kan dan ook worden betwijfeld of een beroep van de verkoper jegens de koper op het niet vervuld zijn van de ontbindende voorwaarde zou kunnen slagen. Vervolgens overweegt de Hoge Raad dat een verkoopmakelaar op grond van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2017-03-10#Boek7_Titeldeel7_Afdeling1_Artikel401" target="_blank">art. 7:401 BW</a>&nbsp;de zorg van een goed opdrachtnemer in acht dient te nemen. Dit brengt mee dat een makelaar bij het uitvoeren van zijn opdracht het belang van zijn opdrachtgever centraal dient te stellen en belangenverstrengeling dient te voorkomen. De zorg van een goed opdrachtnemer brengt naar het oordeel van de Hoge Raad mee dat een makelaar de rechtsgeldigheid van een beroep van de koper op een ontbindende voorwaarde dient te aanvaarden, indien zijn cli&euml;nt zich bij dat beroep heeft neergelegd.</p> <p>De Hoge Raad doet hiermee de zaak dus zelf af en verwerpt het cassatieberoep.</p> 1 2017-05-23 13:21 +02:00 2017-05-23 13:21 +02:00 http://cassatieblog.nl/insolventierecht/verwijderingsplicht-curator-bij-opslag-van-tot-de-boedel-behorende-zaken/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/verwijderingsplicht-curator-bij-opslag-van-tot-de-boedel-behorende-zaken/ Overige artikelen Verwijderingsplicht curator bij opslag van tot de boedel behorende zaken Indien tot de faillissementsboedel behorende zaken zijn opgeslagen in een gebouw of op een terrein dat de wederpartij van de failliet in gebruik heeft, heeft de wederpartij na ontbinding van de overeenkomst in beginsel evenzeer als de eigenaar het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen. Cassatieblog.nl Tue, 23 May 2017 13:19:10 +0200 <p>Indien tot de faillissementsboedel behorende zaken zijn opgeslagen in een gebouw of op een terrein dat de wederpartij van de failliet (niet in eigendom maar) in gebruik heeft, heeft de wederpartij na ontbinding van de overeenkomst in beginsel evenzeer als de eigenaar het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen.</p> <p>Eiseres tot cassatie exploiteert een opslaglocatie voor afvalstoffen op een terrein van de provincie Limburg, dat eiseres om niet in gebruik heeft. Aldel is een gefailleerde aluminiumsmelterij, die v&oacute;&oacute;r faillissement afvalstoffen had laten opslaan door eiseres. Na faillissement hebben de curatoren aan eiseres laten weten dat zij de overeenkomsten op basis waarvan de afvalstoffen waren opgeslagen, met toepassing van&nbsp;<a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001860/2017-04-01#TiteldeelI_AfdelingTweede_Artikel37" target="_blank">art. 37 Fw</a>&nbsp;niet langer gestand zouden doen. Eiseres heeft hierop de overeenkomsten gedeeltelijk ontbonden.</p> <p>In dit kort geding vordert eiseres dat de curatoren worden veroordeeld om de afvalstoffen, die een negatieve waarde vertegenwoordigen, van haar terrein te verwijderen. Ter onderbouwing stelt zij dat de curatoren inbreuk maken op haar exclusieve gebruiksrecht, en daarmee in hun hoedanigheid onrechtmatig handelen, door de afvalstoffen niet te verwijderen. De curatoren verweren zich met de stelling dat de vordering van eiseres geen boedelvordering, maar een concurrente vordering is, die ter verificatie kan worden ingediend in het faillissement.</p> <p>Na een toewijzend vonnis van de voorzieningenrechter wees het hof de vordering van eiseres af. Het hof baseerde zich daarbij op het arrest&nbsp;Koot Beheer/Tideman&nbsp;uit 2013 (HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108,&nbsp;NJ&nbsp;2013/291,&nbsp;<a href="http://cassatieblog.nl/insolventierecht/boedelschuld-en-verplichting-tot-vergoeding-van-schade-aan-het-gehuurde/" target="_blank">CB 2013-78</a>), een principieel arrest waarin de Hoge Raad een nieuwe definitie van het begrip &ldquo;boedelschuld&rdquo; introduceerde. Aan het slot van dat arrest overwoog de Hoge Raad:</p> <p>&ldquo;Zoals volgt uit HR 9 juni 2006,&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AV9234" target="_blank">LJN AV9234</a>, NJ 2007/21 (rov. 3.5.2), kan de gewezen verhuurder uit hoofde van zijn recht op het gehuurde verlangen dat de curator de tot de boedel behorende zaken uit het gehuurde verwijdert. Deze verplichting rust op de curator in zijn hoedanigheid en is derhalve een boedelschuld.&rdquo;</p> <p>Het hof legde deze overweging, mede onder verwijzing naar het daarin genoemde arrest uit 2006, eng uit: naar &rsquo;s hofs oordeel volgt daaruit dat slechts de (gewezen)&nbsp;verhuurder&nbsp;die&nbsp;eigenaar&nbsp;is van het gehuurde, kan verlangen dat de curator de tot de boedel behorende zaken uit het gehuurde verwijdert. Nu eiseres geen verhuurder was en ook geen eigenaar van het terrein, kon zij volgens het hof geen verwijdering van de tot de boedel behorende afvalstoffen van de curatoren verlangen.</p> <p>In cassatie houdt dit oordeel geen stand. Na een korte samenvatting van de kernoverwegingen uit&nbsp;Koot Beheer/Tideman&nbsp;(r.o. 3.4.1-3.4.2) overweegt de Hoge Raad:</p> <p>&ldquo;Indien de wederpartij van de failliet, zoals in het onderhavige geval, geen eigenaar is van het gebouw waarin of van het terrein waarop zich na ontbinding van de overeenkomst nog tot de boedel behorende zaken bevinden, maar zij daarvan wel een exclusief gebruiksrecht heeft, ontleent zij aan dat gebruiksrecht in beginsel evenzeer het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen. Een exclusief gebruiksrecht omvat immers doorgaans mede de bevoegdheid zich te verzetten tegen een storing in het genot van de zaak waarop het gebruiksrecht betrekking heeft (zie Parl. Gesch. Boek 5, p. 65; vgl. HR 24 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0480, NJ 1992/280).</p> <p>De curator is dan ook gehouden de desbetreffende zaken te verwijderen, tenzij hij stelt en bij tegenspraak bewijst dat de wederpartij daarop uit hoofde van haar rechtsverhouding met de eigenaar van het gebouw of terrein geen aanspraak kan maken.&rdquo;</p> <p>O&oacute;k de gebruiksgerechtigde niet-eigenaar van een perceel waarop zich tot de boedel behorende zaken bevinden, kan dus in beginsel verwijdering van die zaken verlangen van de curator. De Hoge Raad zoekt hiermee &ndash; in navolging van A-G Rank-Berenschot in haar&nbsp;<a href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:1196" target="_blank">conclusie</a>&nbsp;(sub 2.10) &ndash; aansluiting bij het arrest&nbsp;Van Aken/Heideman&nbsp;uit 1992 (genoemd in bovenstaand citaat), waarin werd geoordeeld dat de huurder van een perceel op grond van het burenrecht zijn buurman kan aanspreken tot verwijdering van een te dicht bij de erfgrens staande boom, mits de eigenaar van het gehuurde erf daartegen geen bezwaar heeft.</p> <p>Vanuit een breder civielrechtelijk perspectief is interessant dat de Hoge Raad in het onderhavige arrest bevestigt dat de inbreuk op het eigendomsrecht van een derde (in casu de provincie Limburg) tevens onrechtmatig kan zijn jegens een contractueel belanghebbende aan wie de eigenaar zijn exclusieve bevoegdheden heeft afgestaan (in casu eiseres als gebruiksgerechtigde); zie nader de conclusie van A-G Rank-Berenschot (sub 2.10), die ook ingaat op de uit art. 6:162 BW voortvloeiende verwijderingsplicht in inbreuksituaties (sub 2.8), waarvan de in deze zaak aangenomen verwijderingsplicht&nbsp;van de curatoren een sequeel is.</p> 1 2017-05-23 13:19 +02:00 2017-05-23 13:19 +02:00 http://www.mr-online.nl/rechters-willen-eenvoudiger-procedures/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/rechters-willen-eenvoudiger-procedures/ Overige artikelen Rechters willen eenvoudiger procedures In een brief aan de informateur vraagt de Raad voor de rechtspraak om wetgeving die eenvoudige, effectieve gerechtelijke procedures mogelijk maakt. Ook wil de Raad voldoende middelen voor technische en inhoudelijke innovatie. De Raad voor de rechtspraak verzoekt het nieuwe kabinet om aandacht voor deze onderwerpen. Mr-Online Thu, 20 Apr 2017 15:04:27 +0200 <p>In een&nbsp;<a href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/aanbevelingen-kabinetsbeleid-de-rechtspraak.pdf" target="_blank">brief aan de informateur&nbsp;(pdf, 251,1 KB)</a>&nbsp;vraagt de Raad voor de rechtspraak om wetgeving die eenvoudige, effectieve gerechtelijke procedures mogelijk maakt. Ook wil de Raad voldoende middelen voor technische en inhoudelijke innovatie. De Raad voor de rechtspraak verzoekt het nieuwe kabinet om aandacht voor deze onderwerpen.</p> <h2>Vechtscheidingen</h2> <p>Volgens rechters zijn de juridische procedures soms te complex voor de hedendaagse conflicten. Procedures drijven partijen eerder uit elkaar dan dat ze helpen bij het vinden van een snelle, begrijpelijke en effectieve oplossing, stellen rechters. Er komen bijvoorbeeld steeds vaker vechtscheidingen voor. De echtscheidingsprocedure schrijft voor dat er een eisende en een verwerende partij is en dat drijft zaken op de spits.</p> <p>De Rechtspraak vraagt aan het nieuwe kabinet om wetgeving die de rechter de ruimte geeft om te experimenteren met eenvoudige procedures. Die moeten het makkelijker maken partijen bij elkaar te brengen. Dat komt neer op een experimenteerbepaling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</p> <h2>Nieuwe technieken</h2> <p>Ook in het strafrecht pleit de Rechtspraak voor een experimenteerbepaling. Zo&rsquo;n bepaling in het Wetboek van Strafvordering geeft ruimte voor nieuwe technieken en hulpmiddelen in strafzaken.</p> <p>Om te digitaliseren en te innoveren heeft de Rechtspraak extra middelen nodig, staat in de brief aan de informateur.&nbsp; Het gaat om bedragen oplopend naar 50 miljoen euro in 2022; voor de technische innovatie is vanaf 2018 structureel 50 miljoen euro extra nodig. Het totaalbedrag loopt dus op naar 100 miljoen euro per jaar in 2022.</p> 1 2017-04-20 15:04 +02:00 2017-04-20 15:04 +02:00 http://www.mr-online.nl/curator-moet-faillissementsfraude-melden/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/curator-moet-faillissementsfraude-melden/ Overige artikelen Curator moet faillissementsfraude melden Curatoren krijgen voortaan een vaste taak bij de signalering van faillissementsfraude. De wet die dat mogelijk maakt is door de Eerste Kamer aangenomen. Dat houdt in dat curatoren bij een faillissement voortaan moeten letten op mogelijke onregelmatigheden en deze melden bij de rechter-commissaris. Mr-Online Thu, 20 Apr 2017 15:04:06 +0200 <p>Curatoren krijgen voortaan een vaste taak bij de signalering van faillissementsfraude. De wet die dat mogelijk maakt is door de Eerste Kamer aangenomen. Dat houdt in dat curatoren bij een faillissement voortaan moeten letten op mogelijke onregelmatigheden en deze melden bij de rechter-commissaris. Zo nodig kan er een melding of aangifte van de fraude volgen. De maatregel vloeit voort uit het wetgevingsprogramma Herijking van het faillissementsrecht en treedt naar verwachting op 1 juli 2017 in werking.</p> <p>Om zijn nieuwe taak goed uit te voeren moet de curator wel de nodige informatie krijgen over de failliete boedel. Bestaande informatie- en medewerkingsverplichtingen worden daartoe aangescherpt en verduidelijkt. Zo moet de curator worden ingelicht over eventuele buitenlandse vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden en onroerend goed, en moet hem medewerking worden verleend om daarover de beschikking te krijgen.</p> <p>Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers: de fraudepijler, de reorganisatiepijler en de moderniseringspijler. Twee van de drie tot de fraudepijler behorende wetsvoorstellen zijn op 1 juli 2016 in werking getreden: de Wet civielrechtelijk bestuursverbod en de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude. Met de aanvaarding van de Wet versterking positie curator is dit deel van de herijking van het faillissementsrecht afgerond. Daarmee is het instrumentarium voor de bestrijding van faillissementsfraude, zowel in civielrechtelijke als in strafrechtelijke zin, substantieel versterkt.</p> 1 2017-04-20 15:04 +02:00 2017-04-20 15:04 +02:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Centrale-Raad-van-beroep/Nieuws/Paginas/Maatstaf-arbeid-bij-ziekmelding-na-eerstejaars-ZW-beoordeling-.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/arbeidsrecht/maatstaf-arbeid-bij-ziekmelding-na-eerstejaars-zw-beoordeling/ Arbeidsrecht Maatstaf arbeid bij ziekmelding na eerstejaars ZW-beoordeling De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 22 maart 2017 dat de maatstaf die geldt bij een ziekmelding na een eerstejaars ZW-beoordeling , als betrokkene niet in enig werk heeft hervat, gangbare arbeid is, zoals die nader is geconcretiseerd bij de EZWb. Rechtspraak Thu, 20 Apr 2017 15:02:46 +0200 <p>De&nbsp;Centrale Raad van&nbsp;Beroep&nbsp;oordeelt in zijn uitspraak van 22 maart 2017 dat de maatstaf die geldt bij een ziekmelding na een eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb), als betrokkene niet in enig werk heeft hervat, gangbare arbeid is, zoals die nader is geconcretiseerd bij de EZWb.</p> <p>Aan de orde is de vraag wat als &ldquo;zijn arbeid&rdquo; in de zin van artikel van de 19 ZW heeft te gelden als na een EZWb een ziekmelding plaatsvindt, tijdens het ontvangen van een WW-uitkering, met ingang van een datum die is gelegen tenminste vier weken na het be&euml;indigen van het recht op ziekengeld na een EZWb. De Raad heeft het standpunt van het Uwv onderschreven dat in zo&rsquo;n situatie, net als bij een ziekmelding tijdens het ontvangen van WW-uitkering na een WAO- of WIA-beoordeling - als betrokkene niet in enig werk heeft hervat -, een uitzondering moet worden aangenomen op de vaste rechtspraak van de Raad dat onder &ldquo;zijn arbeid&rdquo; wordt verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. De maatstaf die geldt bij een ziekmelding na een EZWb - als betrokkene niet in enig werk heeft hervat - is gangbare arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de EZWb. Het gaat daarbij om elk van deze functies afzonderlijk, zodat het voldoende is wanneer de hersteldverklaring wordt gedragen door ten minste een van de geselecteerde functies.</p> <p>De&nbsp;Centrale Raad van Beroep&nbsp;is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.</p> <p>Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de&nbsp;Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.</p> 1 2017-04-20 15:02 +02:00 2017-04-20 15:02 +02:00 https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20170321/wet_versterking_positie_curator http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/wet-versterking-positie-curator-aangenomen-en-overig-nieuws/ Overige artikelen Wet versterking positie curator aangenomen en overig nieuws De Eerste Kamer heeft vandaag met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gedebatteerd over het wetsvoorstel. Tijdens dit debat is de Motie-Rinnooy Kan c.s. over het veiligstellen van beloning op minimumloonniveau ingediend. De stemmingen over het wetsvoorstel en de motie vinden plaats op 28 maart 2017. Eerste kamer Tue, 11 Apr 2017 16:01:49 +0200 <p class="mnone">21&nbsp;maart&nbsp;2017</p> <p class="mnone">De Eerste Kamer heeft vandaag met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gedebatteerd&nbsp;over het wetsvoorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33623_van_toepassing_verklaring">Van toepassing verklaring van de Wet minimumloon op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht (33.623)</a></li> </ul> <p class="mnone">Tijdens dit debat is de</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/motie/motie_rinnooy_kan_d66_c_s_over_het_3">Motie-Rinnooy Kan (D66) c.s. over het veiligstellen van beloning op minimumloonniveau (EK 33.623, N)</a></li> </ul> <p class="mnone">ingediend. De stemmingen over het wetsvoorstel en de motie vinden plaats op&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/plenaire_vergadering/20170328">28 maart 2017</a>.</p> <p class="mtop">De Kamer heeft met de initiatiefnemers en de minister van Veiligheid en Justitie&nbsp;(V&amp;J) gedebatteerd over</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33987_initiatiefvoorstel_swinkels">Initiatiefvoorstel-Swinkels, Recourt en Van Oosten Beperking wettelijke gemeenschap van goederen (33.987)</a></li> </ul> <p class="mnone">Tijdens dit debat is de</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/motie/motie_van_rij_cda_en_wezel_sp_over">Motie-Van Rij (CDA) en Wezel (SP) over aanhouding van dit wetsvoorstel (EK 33.987, I)</a></li> </ul> <p class="mnone">ingediend.&nbsp;De stemmingen over het wetsvoorstel en de motie vinden&nbsp;plaats op 28 maart 2017.</p> <p class="mtop">Het wetsvoorstel</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34524_goedkeuring_protocol_bij_het">Goedkeuring Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag inzake de toetreding van Montenegro (34.524)</a></li> </ul> <p class="mnone">is zonder stemming aangenomen. De fractie van de SP is daarbij&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/begrip/vragen_van_aantekening">aantekening</a>&nbsp;verleend.</p> <p class="mtop">De wetsvoorstellen</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34253_wet_versterking_positie">Wet versterking positie curator (34.253)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34426_comptabiliteitswet_2016">Comptabiliteitswet 2016 (34.426)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34429_uitvoering_van_eu">Uitvoering van EU verordening 536/2014 op het gebied van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik (34.429)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34508_beperken_heffingsbevoegdheid">Beperken heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enkele openbare werken van algemeen nut (34.508)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34575_verzamelwet_zvw_2016">Verzamelwet Zvw 2016 (34.575)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34609_invoering_europese">Invoering Europese betalingsbevelprocedure (34.609)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34621_goedkeuring_verdrag">Goedkeuring Verdrag beperking aansprakelijkheid binnenvaart (CLNI 2012) (34.621)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34622_uitvoering_verdrag_beperking">Uitvoering Verdrag beperking aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI 2012) (34.622)</a></li> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34654_evaluatiewet_wnt">Evaluatiewet WNT (34.654)</a></li> </ul> <p class="mnone">zijn als&nbsp;<a href="https://www.eerstekamer.nl/begrip/hamerstuk">hamerstukken</a>&nbsp;afgedaan.</p> <ul> <li class="plus"><a href="https://www.eerstekamer.nl/verslag/20170321/verslag">Verslag plenaire vergadering 21 maart 2017</a></li> </ul> 0 2017-04-11 16:01 +02:00 2017-04-11 16:01 +02:00 http://www.nu.nl/ondernemen/4468488/tweede-kamer-stemt-in-met-boete-laat-betalende-bedrijven.html http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/tweede-kamer-stemt-in-met-boete-voor-te-laat-betalende-bedrijven/ Ondernemingsrecht Tweede Kamer stemt in met boete voor te laat betalende bedrijven Kleine leveranciers moeten binnen zestig dagen worden betaald door de bedrijven waaraan ze leveren. Bedrijven die deze maximumtermijn overschrijden, kunnen in de toekomst op een boete rekenen. Nu.nl Tue, 21 Mar 2017 11:03:30 +0100 <p>Kleine leveranciers moeten binnen zestig dagen worden betaald door de bedrijven waaraan ze leveren. Bedrijven die deze maximumtermijn overschrijden, kunnen in de toekomst op een boete rekenen.</p> <p>De Tweede Kamer stemde dinsdag voor het initiatiefwetsvoorstel van CDA en PvdA dat dit regelt.</p> <p>De voorgestelde boete bedraagt 8 procent van de oorspronkelijke rekening. Volgens Agnes Mulder (CDA) wordt er nu jaarlijks nog voor 7 miljard euro aan facturen te laat uitbetaald.</p> <p>''Zo komen mkb'ers en zzp'ers in financi&euml;le problemen en kunnen hierdoor amper het hoofd boven water houden'', zegt Mulder. ''Met dit wetsvoorstel komt daar een einde aan. Op tijd betalen is tenslotte normaal.''</p> <p>Ook Mei Li Vos (PvdA) is blij dat kleine leveranciers op deze manier in bescherming worden genomen. ''Hierdoor wordt de macht van de grootbedrijven ten opzichte van de kleine leveranciers ingeperkt. En dat is hard nodig.''</p> 1 2017-03-21 11:03 +01:00 2017-03-21 11:03 +01:00 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Nieuwe-regelingen-proceskosten-in-zaken-over-intellectuele-eigendom-indicatietarieven-.aspx http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/nieuwe-regelingen-proceskosten-in-zaken-over-intellectuele-eigendom/ Overige artikelen Nieuwe regelingen proceskosten in zaken over intellectuele eigendom De regelingen voor de proceskosten in rechtszaken over auteursrechten, merken, handelsnamen e.d. zijn aangepast. Dat geldt voor de Hoge Raad, de gerechtshoven en de rechtbanken. Rechtspraak Tue, 21 Mar 2017 11:02:26 +0100 <p>De regelingen voor de&nbsp;proceskosten&nbsp;in rechtszaken over auteursrechten, merken, handelsnamen e.d. (&lsquo;intellectuele eigendom&rsquo;) zijn aangepast. Dat geldt voor de&nbsp;Hoge Raad, de gerechtshoven en de rechtbanken.</p> <p>De&nbsp;proceskosten&nbsp;in dat soort zaken zijn meestal hoger dan in andere zaken. Dat komt door Europese regelgeving en omdat dit soort zaken vaak ingewikkeld en langlopend zijn.</p> <p>Het doel van de aanpassing is om de voorspelbaarheid van het proceskostenrisico te vergroten. Daardoor kunnen de procederende partijen beter en vroegtijdiger inschatten wat de&nbsp;proceskosten&nbsp;zullen zijn die ze moeten betalen als ze de zaak verliezen. Daarnaast zijn de regelingen ook aangepast in verband met nieuwe Europese en Nederlandse rechtspraak.</p> <p>De regelingen zijn op rechtspraak.nl gepubliceerd:</p> <p><a title="Indicatietarieven-in-IE-zaken-HR-2017.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Indicatietarieven-in-IE-zaken-HR-2017.pdf">Indicatietarieven IE-zaken&nbsp;Hoge Raad&nbsp;(pdf, 137,5 KB)</a></p> <p><a title="Indicatietarieven-in-IE-zaken-gerechtshoven-2017.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Indicatietarieven-in-IE-zaken-gerechtshoven-2017.pdf">Indicatietarieven IE-zaken gerechtshoven&nbsp;(pdf, 277,8 KB)</a></p> <p><a title="Indicatietarieven-in-IE-zaken-rechtbanken-april-2017.pdf" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Indicatietarieven-in-IE-zaken-rechtbanken-april-2017.pdf">Indicatietarieven IE-zaken rechtbanken&nbsp;(pdf, 24,4 KB)</a></p> <p>Ze worden toegepast vanaf 1 april 2017.&nbsp;</p> 1 2017-03-21 11:02 +01:00 2017-03-21 11:02 +01:00 http://www.mr-online.nl/weer-uitstel-verplicht-procederen/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/weer-uitstel-voor-verplicht-procederen/ Overige artikelen Weer uitstel voor verplicht procederen Verplicht digitaal procederen is weer uitgesteld. Het kan op zijn vroegst voor de zomer worden ingevoerd. Dat zegt Monique Commelin, directeur van het moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie , in een interview op de website van de Rechtspraak. De reden is dat de techniek er nog niet klaar voor is. Mr-Online Tue, 21 Mar 2017 11:02:10 +0100 <p>Verplicht digitaal procederen is weer uitgesteld. Het kan op zijn vroegst voor de zomer worden ingevoerd. Dat zegt Monique Commelin, directeur van het&nbsp;moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie&nbsp;(KEI), in een interview op de website van de Rechtspraak. De reden is dat de techniek er nog niet klaar voor is.</p> <p>Oorspronkelijk zou de verplichting op 1 februari worden ingevoerd in de arrondissementen Midden-Holland en Gelderland, voor civiele vorderingen vanaf 25.000 euro en asiel- en&nbsp;bewaringszaken.&nbsp;Later volgde uitstel tot 1 april</p> <h2>BEWEZEN</h2> <p>&ldquo;De stap naar verplicht digitaal procederen is een grote,&rdquo; zegt Commelin. &ldquo;We hebben er dan ook heel bewust voor gekozen om pas te starten als de techniek zich heeft bewezen. Pas dan vraagt de Rechtspraak aan de minister van Veiligheid en&nbsp;Justitie&nbsp;om een Koninklijk Besluit af te geven.&rdquo;</p> <p>De Rechtspraak wil eerst de resultaten afwachten van een aantal tests. &ldquo;Daarbij gaat het met name om de snelheid van Mijn Werkomgeving,&rdquo; licht Commelin toe. &ldquo;Dit is het digitale dossier aan de kant van de rechtspraakmedewerker.&rdquo;</p> <h2>COMPLEXE WERKPROCESSEN</h2> <p>Ondertussen werkt de Rechtspraak aan verbeteringen. &ldquo;Dit betekent dat we nog niet begin april kunnen starten met verplicht digitaal procederen, zoals we hoopten. Ik snap dat dit heel vervelend is, zowel voor Rechtspraakmedewerkers als voor advocaten. Maar we hebben steeds gezegd: het wordt pas verplicht als we zeker zijn van onze zaak.&rdquo;</p> <p>Commelin zegt dat KEI een gecompliceerd proces is omdat het gaat om grote aantallen data, die zeer vertrouwelijk zijn. &ldquo;Ook moeten verschillende partijen in hetzelfde dossier samenwerken en is er sprake van veel handelingen en complexe werkprocessen,&rdquo; legt ze uit. &ldquo;Hier komt nog eens bij dat niet iedereen alles op hetzelfde tijdstip mag zien of doen. Een concept-uitspraak bijvoorbeeld, moet onzichtbaar blijven tot het moment van de uitspraak door de rechter. We willen een snel systeem, maar het moet ook veilig, betrouwbaar en goed bruikbaar zijn. Dit staat soms op gespannen voet met elkaar.&rsquo;</p> <p>Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland kunnen advocaten sinds november 2016 al wel vrijwillig digitaal procederen in civiele vorderingen vanaf 25.000 euro.</p> 1 2017-03-21 11:02 +01:00 2017-03-21 11:02 +01:00 http://nos.nl/artikel/2164066-banken-rekenden-te-hoge-boetes-voor-oversluiten-hypotheek.html http://www.actuele-artikelen.nl/onroerend-goedrecht/banken-rekenden-te-hoge-boetes-voor-oversluiten-hypotheek/ Onroerend goedrecht Banken rekenden te hoge boetes voor oversluiten hypotheek De Autoriteit Financiële Markten bevestigt dat banken zich niet altijd houden aan de maximale boete die ze mogen rekenen bij klanten die hun hypotheek vervroegd aflossen. NOS Tue, 21 Mar 2017 11:00:45 +0100 <p>De Autoriteit Financi&euml;le&nbsp;Markten (AFM) bevestigt dat banken zich niet altijd houden aan de maximale boete die ze mogen&nbsp;rekenen bij klanten die hun hypotheek vervroegd aflossen.&nbsp;Voor een deel van de tienduizenden mensen die vorig jaar een boete betaalden bij bijvoorbeeld het oversluiten van hun hypotheek naar een gunstigere rente, kan dit&nbsp;betekenen dat ze geld terugkrijgen.</p> <p>Die boete&nbsp;mag maximaal zo hoog zijn als de inkomsten die de bank mist door de overstap. Maar dat gaat lang niet altijd goed. Daarom komt de toezichthouder vandaag met een&nbsp;leidraad hoe banken de berekening moeten uitvoeren.</p> <h2 class="block_title ">Radar</h2> <p>Hiermee bevestigt de AFM eerdere berichten van onder meer&nbsp;<a href="http://nos.nl/artikel/2131689-klanten-betalen-te-veel-boeterente-aan-hun-bank.html">tv-programma Radar</a>&nbsp;dat banken zich niet altijd houden aan de Europese wetgeving die bepaalt wat het maximum is dat ze hiervoor mogen rekenen. Uit een aflevering van het programma bleek dat twaalfduizend klanten die zich bij een claimstichting hadden gemeld,&nbsp;gemiddeld ruim&nbsp;drieduizend euro te veel hadden betaald.</p> <p>De AFM heeft&nbsp;twaalf fictieve dossiers voorgelegd aan banken en zag daarin dat de berekeningen verschilden. Hoe hoog de bedragen zijn die banken te veel rekenen, of om welke banken het gaat, maakt de AFM niet bekend.</p> <p>De Vereniging Eigen Huis zegt er op basis van signalen van uit te gaan dat het bij alle mensen die een boete betaalden vaker misging dan niet. De bedragen die mensen te veel betaalden zouden kunnen oplopen&nbsp;tot duizenden euro's.</p> <p>Volgens de Nederlandse Vereniging van&nbsp;Banken (NVB)&nbsp;waren er verschillende manieren om de boete te berekenen.&nbsp;De&nbsp;NVB&nbsp;laat weten dat de leidraad nu duidelijkheid biedt voor banken en klanten.</p> <h2 class="block_title ">Geld retour?</h2> <p>De banken zeggen de leidraad van de AFM te zullen gebruiken.&nbsp;Ook&nbsp;hebben de vier grote banken al aan de NVB laten weten dat ze zullen bekijken&nbsp;hoeveel er te veel is gerekend bij klanten die na 14 juli&nbsp;2016, de ingangsdatum van de&nbsp;wetgeving, hun hypotheek oversloten.&nbsp;Dit kan ertoe leiden dat klanten een deel van de betaalde vergoeding retour ontvangen.</p> <p>De banken denken dat met de herberekening van de boetes enkele miljoenen euro's per bank&nbsp;gemoeid zijn, afhankelijk van de grootte van de hypotheekportefeuille en&nbsp;het aantal oversluitingen. Bij de Rabobank gaat het om circa 10.000 klanten en vijf miljoen euro aan compensatiekosten.</p> <p>Bij Triodos bank verwachten ze geen compensaties. "Het gaat om relatief weinig mensen want we hebben&nbsp;weinig oversluitingen of aflossingen", zegt een woordvoerder. "Bovendien was&nbsp;onze berekening van de boete al conform de richtlijnen van de AFM."</p> <p>Ook de AFM zegt ervan uit te gaan dat banken zelf contact opnemen met&nbsp;klanten die te veel betaald hebben. De toezichthouder gaat in de gaten houden of banken zich aan de leidraad houden.</p> <p>De Vereniging Eigen Huis vindt dit niet ver genoeg gaan. De VEH zegt dat banken een kans hebben om te laten zien dat ze het klantenbelang daadwerkelijk vooropstellen, door ook mensen die beboet zijn voordat de Europese wetgeving inging te compenseren. De Vereniging doet daarvoor een moreel app&egrave;l op de banken.</p> 1 2017-03-21 11:00 +01:00 2017-03-21 11:00 +01:00 http://www.mr-online.nl/deurwaarder-drone-gebruiken/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/deurwaarder-kan-drone-gebruiken/ Overige artikelen Deurwaarder kan drone gebruiken Deurwaarders kunnen gebruik maken van drones. Tot die conclusie komt kandidaat-gerechtsdeurwaarder Stefano Nocco in een artikel in het tijdschrift De Gerechtsdeurwaarder. Volgens Nocco kan de deurwaarder drones onder meer gebruiken bij raambeslag, bij het proces-verbaal van constateringen en bij de beslaglegging van schepen. Mr-Online Mon, 20 Mar 2017 08:41:57 +0100 <p>Deurwaarders kunnen gebruik maken van drones. Tot die conclusie komt kandidaat-gerechtsdeurwaarder Stefano Nocco in&nbsp;<a href="https://www.recht.nl/nieuws/rechtsvordering/58230b4e1e871f151614/gerechtsdeurwaarders-en-drones-het-beslag-op-roerende-zaken-in-een-vogelvlucht/">een artikel&nbsp;</a>in het tijdschrift De Gerechtsdeurwaarder.&nbsp; Volgens Nocco kan de deurwaarder drones onder meer gebruiken bij raambeslag, bij het proces-verbaal van constateringen en bij de beslaglegging van schepen.</p> <p>Nocco stelt dat er juridisch niets specifiek is geregeld over het gebruik van drones door de gerechtsdeurwaarder. Het uitgangspunt in de rechtspraktijk is een arrest van het Hof Den Bosch uit 1972. Daarin wordt bepaald dat aanduiding en beschrijving van de in beslag te nemen goederen alleen mogelijk is als de deurwaarder persoonlijk ter plaatse is en zelf de goederen ziet. Volgens Nocco is dit arrest achterhaald door de huidige technische mogelijkheden, en sluit het daarom niet meer aan bij de tijdgeest.</p> <p>De Leidse gerechtsdeurwaarder stelt op basis van juridisch onderzoek dat de deurwaarder de goederen ook persoonlijk kan waarnemen door met een drone te kijken. &nbsp;&ldquo;De deurwaarder gebruikt de drone dan als verlengde van zijn oog. Zien kan op afstand gebeuren als de gerechtsdeurwaarder zeker weet dat juist en waar is wat hij door middel van de drone ziet.&rdquo; Hij vergelijkt een drone in dit opzicht met een verrekijker. Voorwaarde, ook vanuit oogpunt van privacy, is wel dat deurwaarder live kijkt. Beelden mogen niet worden opgeslagen of openbaar gemaakt.</p> <p>Bij scheepsbeslag kan een drone uitkomst brengen als het schip vaart. De deurwaarder kan via de marifoon aan de kapitein laten weten dat er beslag op het schip is gelegd. Ook voor een proces-verbaal van constateringen is een drone handig.&nbsp; De deurwaarder hoeft niet zelf te constateren wat de toestand is van een muur of een dak.</p> <p>Nocco pleit in zijn artikel voor meer duidelijkheid in de regelgeving. Daarvoor zou rechtspraak uitkomst kunnen bieden.</p> 0 2017-03-20 08:41 +01:00 2017-03-20 08:41 +01:00 http://cassatieblog.nl/proces-en-beslagrecht/thuiskopieheffing-compenseert-niet-voor-schade-door-illegale-downloads/ http://www.actuele-artikelen.nl/auteursrecht/thuiskopieheffing-compenseert-niet-voor-schade-door-illegale-downloads/ Auteursrecht Thuiskopieheffing compenseert niet voor schade door illegale downloads De thuiskopieheffing is niet bedoeld om het nadeel te compenseren van kopieën uit illegale bron. Cassatieblog.nl Tue, 21 Feb 2017 12:54:17 +0100 <p>De thuiskopieheffing is niet bedoeld om het nadeel te compenseren van kopie&euml;n uit illegale bron.</p> <p>De zaak over het &ldquo;illegaal downloaden&rdquo;. Tja, wat kon de Hoge Raad nog toevoegen aan&nbsp;<a href="http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?language=nl&amp;num=C-435/12" target="_blank">het arrest</a>&nbsp;van het Hof van Justitie van de EU uit 2014? Het Hof had deze zaak immers al beslist, maar eisers tot cassatie besloten twee jaar later om de zaak toch nog op te brengen voor voortprocederen. De Hoge Raad rondt de zaak af zonder verrassingen.</p> <h4>Thuiskopieheffingen</h4> <p>Waar ging het ook alweer over? Een groep fabrikanten en importeurs van apparaten waarop thuiskopie&euml;n kunnen worden gemaakt, begon een principi&euml;le zaak tegen Stichting de Thuiskopie, die thuiskopievergoedingen int en verdeelt, en de SONT, de stichting waarin rechthebbenden en fabrikanten elkaar treffen om te onderhandelen over de hoogte van de thuiskopievergoeding. De fabrikanten vorderden een hele reeks verklaringen voor recht over met welk soort kopie&euml;n allemaal wel of niet rekening mocht worden gehouden bij het vaststellen van de vergoedingen. Dat is namelijk niet zo duidelijk. De Auteursrechtrichtlijn (Arl.) bepaalt alleen dat als een lidstaat de &ldquo;thuiskopie-exceptie&rdquo; implementeert (toestemming geeft aan consumenten om, zeg maar, voor niet-commercieel priv&eacute;gebruik kopie&euml;n te maken), een &ldquo;billijke vergoeding&rdquo; moet worden geheven ter compensatie van de rechthebbenden. Vaste jurisprudentie van het HvJEU luidt dat deze &ldquo;billijke vergoeding&rdquo; een autonoom, unierechtelijk begrip is dat uniform in de EU-lidstaten moet worden uitgelegd. Diezelfde rechtspraak geeft tegelijkertijd een grote vrijheid aan de lidstaten, onder meer om de hoogte van de vergoeding en de wijze van inning vast te stellen. Dat geeft onduidelijkheid en elk jaar verschijnen meerdere arresten van het HvJEU waarin over allerlei aspecten knopen worden doorgehakt. Soms wordt de nationale wetgever inderdaad alle ruimte gelaten, maar in andere gevallen komt het HvJEU met regels op een detailniveau dat nogal contrasteert met de vage bewoordingen van de Arl. Menige lidstaat heeft zijn uitvoeringswet- en regelgeving al moeten aanpassen omdat het HvJEU oordeelde dat het recht anders in elkaar stak dan men dacht.</p> <p>Misschien wel het meest contentieuze onderwerp in deze procedure vormden de &ldquo;kopie&euml;n uit niet-geoorloofde bron&rdquo;, of in de volksmond: illegale downloads.&nbsp;In Nederland werd in de parlementaire geschiedenis ervan uitgegaan dat met de thuiskopieheffing ook daar een vergoeding voor werd ge&iuml;nd. Dat is een praktisch resultaat waar veel voor te zeggen valt: illegaal downloaden is in de praktijk moeilijk tegen te gaan, de schade per download is relatief gering, en door ook te heffen voor illegale downloads worden de rechthebbenden tenminste nog enigszins gecompenseerd. In cassatie legde de Hoge Raad hierover twee vragen voor aan het HvJEU, kort gezegd: (1) vallen downloads uit ongeoorloofde bron ook onder de thuiskopie-exceptie uit de Auteursrechtrichtlijn, en zo nee: (2) mag een lidstaat de schade van rechthebbenden door zulke kopie&euml;n dan toch compenseren met een thuiskopieheffing? In een nogal rechtlijnig arrest beantwoordde het HvJEU beide vragen met &lsquo;nee&rsquo;. De Hoge Raad kon vervolgens de zaak zelf afdoen en verklaart voor recht:</p> <p>&ldquo;dat de in art. 16c Aw bedoelde billijke vergoeding uitsluitend bedoeld is om het nadeel (te verstaan als: de voor de desbetreffende kopieerhandeling gederfde licentievergoeding) dat de rechthebbenden ondervinden van de reproductiehandelingen die binnen het toepassingsbereik van art. 16c Aw vallen, te compenseren, alsmede dat bij de bepaling van de hoogte van de thuiskopievergoeding geen rekening dient te worden gehouden met de schade die het gevolg is van illegaal kopi&euml;ren (inclusief downloaden) uit een illegale bron&rdquo;.</p> <p>Voor de Nederlandse wetgeving heeft dit overigens verder geen gevolgen: de Hoge Raad had in zijn tussenarrest al geoordeeld dat art. 16c Auteurswet, dat de thuiskopieheffing implementeert, hoe dan ook richtlijnconform kan worden uitgelegd. De tekst van de wet maakt namelijk geen onderscheid tussen legale en illegale bron en duidelijk blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever bedoeld heeft om de Auteursrechtrichtlijn getrouw uit te voeren. Dan moet volgens vaste rechtspraak van het HvJEU de wet richtlijnconform worden uitgelegd, ook al zou in de wetsgeschiedenis een verkeerde interpretatie van de richtlijn zijn gegeven.</p> <h4>Proceskosten</h4> <p>De Hoge Raad had naar aanleiding van het incidentele cassatieberoep van Thuiskopie nog een vraag gesteld aan het HvJEU: was op deze procedure de Handhavingsrichtlijn (2004/48/EG) van toepassing, zodat art. 1019h Rv aanspraak zou geven op een volledige proceskostenvergoeding? Het HvJEU oordeelde van niet, en Thuiskopie trok daarna haar incidentele beroep in. Maar ja, zegt de Hoge Raad, nu waren de kosten in het incidentele beroep al gemaakt, dus Thuiskopie wordt toch daarin veroordeeld. Maar dus wel tegen het forfaitaire tarief.</p> 1 2017-02-21 12:54 +01:00 2017-02-21 12:54 +01:00 http://www.telegraaf.nl/dft/geld/werk-inkomen/27487930/__CBS__minder_mensen_failliet__.html http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/cbs-minder-mensen-failliet/ Overige artikelen CBS: minder mensen failliet Het aantal faillissementen onder particulieren is in 2016 voor het derde jaar op rij afgenomen, tot het laagste niveau sinds 2000. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. de Telegraaf Tue, 21 Feb 2017 12:53:27 +0100 <p>Het aantal faillissementen onder particulieren is in 2016 voor het derde jaar op rij afgenomen, tot het laagste niveau sinds 2000. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.</p> <p>Het gaat om mensen die door een rechter priv&eacute; bankroet zijn verklaard. Dit gebeurt vaak in samenhang met een schuldsaneringstraject. De laatste jaren wordt er in de schuldsanering echter steeds minder vaak voor een faillissement gekozen. Dit is volgens het statistiekbureau de voornaamste reden van de terugloop in het aantal particulieren dat op de fles gaat.</p> <p>Mede door gewijzigde regelgeving gaat de voorkeur steeds meer uit naar een wat langer traject, waarbij de schuldenaar langer de tijd krijgt om schulden af te betalen. Daarbij worden dan vaak regelingen getroffen met schuldeisers.</p> <p>Alles bij elkaar gingen vorig jaar nog 1545 Nederlanders persoonlijk bankroet. Dat is ongeveer een kwart minder dan in 2015, en 62 procent minder dan het hoogtepunt in 2013, toen nog 4073 mensen failliet werden verklaard. In circa vier op de tien gevallen had het persoonlijk faillissement te maken met een omvallende eenmanszaak.</p> 1 2017-02-21 12:53 +01:00 2017-02-21 12:53 +01:00 http://www.mr-online.nl/kantonrechter-heeft-het-drukker/ http://www.actuele-artikelen.nl/overige-artikelen/kantonrechter-heeft-het-drukker/ Overige artikelen Kantonrechter heeft het drukker De verruiming van de bevoegdheid van de kantonrechter heeft geleid tot ongeveer 25 procent meer rechtszaken met een belang tussen 5.000 en 25.000 euro. Dit blijkt uit het eindrapport over de evaluatie van de competentiegrensverhoging. Mr-Online Tue, 21 Feb 2017 12:52:54 +0100 <p>De verruiming van de&nbsp;bevoegdheid&nbsp;van de&nbsp;kantonrechter&nbsp;heeft geleid tot ongeveer 25 procent meer rechtszaken met een belang tussen 5.000 en 25.000 euro.&nbsp;Dit blijkt uit het eindrapport over de&nbsp;<a href="https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-veiligheid-en-justitie/documenten/rapporten/2017/01/18/lagere-drempels-voor-rechtzoekenden-wodc-cahier-2016-14" target="_blank">evaluatie van de competentiegrensverhoging</a>.&nbsp;</p> <p>In 2011 werd de zogenoemde competentiegrens voor kantonrechterzaken verhoogd van 5.000 naar 25.000 euro. Zaken met een financieel belang van meer dan 5.000 euro werden tot 2011 door de handelsrechter behandeld. Bij de kantonrechter&nbsp;is het niet verplicht om een&nbsp;advocaat&nbsp;in te schakelen, bij de handelsrechter wel.</p> <p>Het is niet te zeggen of de stijging van het aantal zaken volledig is toe te schrijven aan de aanpassing van de competentiegrens, omdat tegelijkertijd de griffierechten voor deze zaken werden verlaagd met maximaal 314 euro. Een tweede conclusie is dat de rechtsgang bij de&nbsp;kantonrechter&nbsp;goedkoper is: eisers waren in de oude situatie 3.000 euro kwijt, in de nieuwe situatie is dat nog duizend euro.</p> <p>In de politieke discussie over de verhoging van de competentiegrens was veel aandacht voor de gevolgen van het feit dat mensen niet langer verplicht gebruik hoeven te maken van een&nbsp;advocaat. Hoewel de kwaliteit van de rechtshulp is gedaald, blijkt de tevredenheid van de rechtzoekenden over de ontvangen rechtshulp toegenomen. De verklaring is, volgens de onderzoekers, waarschijnlijk het feit dat mensen nu vrij zijn om te kiezen of ze hulp inroepen en zo ja van wie.</p> <p>De rechtsgang wordt, tot slot, als rechtvaardiger beoordeeld. Vooral verliezende partijen voelen zich beter ge&iuml;nformeerd, beter gehoord en beter behandeld.</p> 1 2017-02-21 12:52 +01:00 2017-02-21 12:52 +01:00 http://www.nu.nl/ondernemen/4469490/kabinet-gaat-slag-met-mkb-toets.html http://www.actuele-artikelen.nl/ondernemingsrecht/kabinet-gaat-aan-de-slag-met-mkb-toets/ Ondernemingsrecht Kabinet gaat aan de slag met mkb-toets Het kabinet gaat een speciale mkb-toets uitwerken die het makkelijker moet maken om voor kleine bedrijven om te voldoen aan allerlei wettelijke verplichtingen. Nu.nl Tue, 21 Feb 2017 12:51:19 +0100 <p>Het kabinet gaat een speciale mkb-toets uitwerken die het makkelijker moet maken om voor kleine bedrijven om te voldoen aan allerlei wettelijke verplichtingen.</p> <p>Minister Henk Kamp (Economische Zaken) heeft&nbsp;<a href="https://1848.nl/document/kamerbrief/25153?qs=mkb-toets" target="_blank">een brief</a>&nbsp;naar de Tweede Kamer gestuurd over de uitvoering van twee moties over de mkb-toets. In de tweede helft van het jaar stuurt het ministerie meer informatie over de maatregelen.</p> <p>Minister Kamp wil de&nbsp;bedrijfseffectentoets, die nu in de praktijk nauwelijks wordt toegepast,&nbsp;omzetten in een mkb-toets, waarbij de effecten voor kleine bedrijven veel zwaarder meewegen.</p> <p>Zo moet bij nieuwe wetten en regels beter worden gekeken of het haalbaar is voor kleinere bedrijven om zich eraan te houden. Ondernemingen met maar enkele tientallen medewerkers kunnen geen extra werknemers inhuren die speciaal kijken naar het voldoen aan alle wettelijke verplichtingen.</p> <h3>Commissie</h3> <p>Voor bestaande wetgeving&nbsp;wil Kamp een publiek-private adviescommissie instellen, met daarin ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, om knelpunten in bestaande wet- en regelgeving te agenderen en vaart te maken met herziening.&nbsp;</p> <p>"Belangenorganisatie MKB-Nederland reageert verheugd en spreekt van een doorbraak. &ldquo;Zeker Henk Kamp verdient een groot compliment", aldus Micha&euml;l van Straalen. "Hij heeft hiervoor zijn nek uitgestoken en&nbsp;goed naar onze signalen&nbsp;geluisterd.&nbsp;Zo wordt het&nbsp;mkb&nbsp;zelf in Kamp zijn plannen veel beter betrokken bij het wetgevingsproces. Dat juichen we&nbsp;enorm&nbsp;toe."</p> 1 2017-02-21 12:51 +01:00 2017-02-21 12:51 +01:00