Uitspraak van de week: niet mijn handtekening

Het is januari 2018 en je gaat een overeenkomst van geldlening aan. Op elke bladzijde komt een paraaf en aan het eind een handtekening. Vervolgens ontstaat er een geschil en de wederpartij ontkent simpelweg dat de parafen en handtekening van hem zijn. In de procedure moet worden vastgesteld of de handtekeningen echt zijn. Daartoe wordt een deskundige gevraagd. 

Vergelijksmateriaal vergaan 
De deskundige wil graag op basis van vergelijkingsmateriaal onderzoeken of de gedaagde de handtekening heeft kunnen zetten. Helaas, daar komt hij niet aan. Volgens de gedaagde zijn al zijn oudere documenten verloren gegaan. Er is dus geen enkele bestaande handtekening om mee te vergelijken. 

Schrijfhand kapot 
Bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal vraagt de deskundige om schrijfproeven af te nemen. Helaas, de schrijfhand van de gedaagde is sinds een ongeluk niet meer te gebruiken. Hij kan alleen nog met zijn andere hand schrijven, maar dat ziet er niet hetzelfde uit. 

Driemaal is scheepsrecht 
Als derde optie wil de deskundige graag teksten van de gedaagde ontvangen uit de tijd dat hij nog wel met zijn rechterhand kon schrijven. In zijn rapport verzoekt de deskundige hierom. De eiser geeft daarop bij haar reactie op het rapport een aantal stukken aan de deskundige. In die stukken staan eveneens parafen en handtekeningen van gedaagde. Aangezien de gedaagde niet betwist dat deze van hem zijn, verzoekt de rechter aan de deskundige om hiermee verder onderzoek te doen.

Conclusie 
Het is in deze procedure nog de vraag wat de deskundige uiteindelijk gaat concluderen. De conclusie die evenwel al kan worden getrokken is dat je belangrijke afspraken heel goed moet vastleggen, want alles kan nog worden ontkend. 

De hele uitspraak lezen? Zie :ECLI:NL:RBZWB:2025:1663 op uitspraken.rechtspraak.nl 

Auteur

mr. F.C. (Fabian) Verduijn

Gepubliceerd op

25-03-2025

Rechtsgebieden