Uitspraak van de week: procederen over Instagram-onderneming kost koper meer dan gevorderde schade

Het is januari 2020 en je praat met de eigenaar van gymkledingwebwinkel AthlosX. De maand daarop zijn jullie het eens geworden. Je koopt de onderneming voor € 19.000,00. De helft betaal je meteen en de rest in april. In maart stop je alweer met de webshop, maar niet zonder een brief te laten sturen naar de verkoper. 

De onderneming was überhaupt een kort leven beschoren, want voor augustus 2020 is de webwinkel niet meer te vinden en 6 april 2020 is er voor het laatst een bericht geplaatst met de tekst: “If you think lifting is dangerous, try being weak. Being weak is dangerous.”

Wat was er aan de hand? 
Je bent erachter gekomen dat ‘het gros’ van de volgers op Instagram niet authentiek zijn. De helft van de 15.000 volgers zijn volgens jou gekocht. Hun accounts komen allemaal van buiten Europa en daar levert de webwinkel niet aan. Via een bot genaamd Instaranker zouden deze volgers zijn verkregen. Zo zou voor de verkoop het aantal volgers flink zijn opgeklopt.

De onderneming is dus niet geweest wat je dacht dat het was. Bovendien had de verkoper je moeten vertellen dat deze accounts nep waren. Daarom stel je voor om € 5.000,00 van de koopprijs af te halen. Zo zou de goodwill door de helft gaan.

Begin april komt een reactie. De verkoper is het er niet mee eens. Hij wil de rest van de koopprijs betaald zien. Daarom ga je eind mei over tot het buitengerechtelijk vernietigen van de overeenkomst. Daardoor moet juist het al betaalde bedrag worden terugbetaald. De verkoper werkt hier niet aan mee, dus in oktober 2020 ga je naar de kantonrechter. De verkoper brengt vervolgens een tegenvordering aan, namelijk het betalen van de tweede helft van de koopsom. Volgens de verkoper is het tijdens de verkoop niet eens gegaan over het aantal volgers op Instagram. Het zou ook juist de samenwerking met influencers zijn waar de verkoop uit voortkwam. 

De kantonrechter besluit begin december 2021 om aan een deskundige te vragen hoe het zit met de nep-accounts. Waren deze gekocht? Hoe werkt dat? Hoe beïnvloedt dat de kwaliteit? Negen maanden later is de deskundige gevonden. Januari 2023 komt zij met een rapport. Helaas, volgens de deskundige is geen bewijs gevonden dat Instaranker nep-account verkoopt, maar alleen verbeterde vindbaarheid. Uit het onderzoek naar de accounts is ook niet gebleken dat deze ‘nep’ zijn. Daarbij komt dat nep-accounts ook juist uit zichzelf allerlei accounts volgen om echter te lijken.

Alles afgewezen
Eind juli 2023, corona is ondertussen gekomen en gegaan, wordt alles afgewezen. De tegeneis (reconventionele vordering) wordt toegewezen. Aan de verkoper moet nog € 10.647,00 euro worden betaald plus de rente vanaf oktober 2020, wat destijds al € 2.428,00 moet zijn geweest. Daarnaast zijn er natuurlijk de eigen kosten aan de procedure geweest. 

Hoger beroep
Je laat het er niet bij zitten. In hoger beroep zal je alsnog gelijk proberen te krijgen. Waar je bij de kantonrechter nog zei dat er gedwaald was, ben je in hoger beroep van mening dat je zelfs bedrogen bent. Je pijlen richt je tegen het deskundigenrapport, dat zou niet kloppen en de kantonrechter zou het niet goed hebben begrepen. Volgens het hof heb je zelf het rapport niet goed begrepen. Daarnaast heeft een rechter veel vrijheid om zelf te bepalen wat in een deskundigenrapport overtuigend is weergegeven.

Het hof gaat in haar arrest ook in op de berichten tussen partijen rond de verkoop. Daarin is een verdeling gemaakt tussen voorraad, goodwill, samenwerkingen, Instagram etc. Kennelijk waren de goodwill en Instagram twee delen en niet onderdeel van elkaar. 

Weer verloren
December 2024 doet het hof uitspraak. Alles wordt afgewezen. De verkoper moet ook nog een kostenvergoeding ontvangen van € 2.237,00. Daarnaast zijn er natuurlijk wederom de eigen kosten aan de procedure geweest. Mocht het zo zijn dat de rente uit het vonnis van de kantonrechter nog niet was betaald, dan bedroeg dat ondertussen € 4.448,00. 

Wat kan je hier van leren? 
Wanneer je iets hebt gekocht en het blijkt niet alles te zijn wat je had gehoopt, voel je je genept. Daar wil je iets aan doen. Een brief is dan een goede en nette manier om hier vorm aan te geven. Tegelijkertijd moet worden bekeken wat het allemaal gaat kosten. 

Als de gevoelde schade en de kosten van een procedure dichtbij elkaar liggen, is dat een lastige afweging. Je wil het er immers niet bij laten zitten. De tekst van het laatste bericht laat dit in ieder geval zien, maar principes zijn duur. De hier beschreven procedure laat pijnlijk zien dat het bedrag dat nog moest worden betaald aan de verkoper nu twee keer is betaald, want de kosten van de procedure waren minstens zo hoog. 

Tot slot is het nog maar de vraag wat er was gebeurd als de vorderingen waren toegewezen. De verkoper had dan een onderneming moeten terugontvangen die al sinds maart 2020 was gestaakt. Die was niet meer de € 9.500,00 waard van de eerste termijn. 

Onthoud, goed juridische advies bij aanvang kan ook zijn dat je het er misschien maar beter bij kan laten. Die pleit om een koe, geeft er een toe. 

De hele uitspraak lezen? Zie: ECLI:NL:GHSHE:2024:3837 op uitspraken.rechtspraak.nl

Auteur

mr. F.C. (Fabian) Verduijn

Gepubliceerd op

17-03-2025

Rechtsgebieden

Ondernemingsrecht